The Washington Redskins™, Peace of Ass™, Anal Overdose™

Waar ligt de grens voor minachtende merken?

Wat hebben Peace of Ass, Anal Overdose, Face Shit, Shittown en The Washington Redskins met elkaar gemeen? Het zijn allemaal aangevraagde merknamen. In de USA werden dit soort kleinerende of vernederende merknamen tot voor kort niet geaccepteerd. Tot voor kort, want The Supreme Court heeft op 19 juni in Matal v Tam besloten dat deze merken niet meer geweigerd mogen worden. Zo’n weigering is namelijk in strijd met de vrijheid van meningsuiting.

Een opmerkelijke beslissing, het is namelijk heel normaal dat onfatsoenlijke merken geweigerd kunnen worden. Ook in Nederland kan niet zomaar ieder merk geregistreerd worden. Lees hier wanneer een merk in Nederland te vies wordt.

Amerikaanse Merkenrecht: Matal v. Tam

De Amerikaanse rocker Tam wilde zijn bandnaam als merk registreren. De registratie van het merk “The Slants” werd echter geweigerd door het Amerikaanse merkenbureau. Slant betekent namelijk scheef of steil en verwijst naar de stand van de ogen van mensen met een Aziatische afkomst. Het wordt vaak op een spottende wijze gebruikt. Tam is echter zelf van Aziatische afkomst en claimt nu juist voor deze naam gekozen te hebben als een geuzennaam. The Supreme Court schrijft daarover:

Speech that demeans on the basis of race, ethnicity, gender, religion, age, disability, or any other similar ground is hateful; but the proudest boast of our free speech jurisprudence is that we protect the freedom to express ‘the thought that we hate.’ United States v. Schwimmer, 279 U. S. 644, 655 (1929) (Holmes, J., dissenting).

Bas Kist schreef een tijdje geleden al dat het aantal ondeugende merkaanvragen sindsdien explodeert. Het oordeel van The Supreme Court is ook goed nieuws voor The Washington Redskins. Hun merkregistratie werd namelijk een paar maanden geleden vernietigd omdat het beledigend zou zijn voor native americans. Wellicht dat zij met dit oordeel hun merk opnieuw kunnen aanvrage

Minachtende merken in Nederland

Ook in Nederland kennen wij vieze merken, denk bijvoorbeeld aan Yorin (urine) of de Katholieke Universiteit Tilburg Brabant.

Volgens Nederlands (en Europees) recht kan een merk niet worden ingeschreven als het “in strijd met de openbare orde of goede zeden” is. Het gaat in dat geval om (bestanddelen van) het merk zelf, niet het gebruik van het merk. Het BVIE zelf zegt in haar richtlijnen dat niet snel sprake zal zijn van strijd met de openbare orde of goede zeden. Er is ook vrijwel geen jurisprudentie over te vinden; een teken dat merken niet snel geweigerd worden op deze grond.

De begrippen ‘goede zeden’ en ‘openbare orde’ verwijzen naar ongeschreven regels die door het grootste gedeelte van de samenleving in het Nederlandse recht als fundamenteel worden ervaren. Het zijn vrij vage normen, die bovendien met de tijd veranderen. Bijvoorbeeld echtbreuk (overspel) was in Nederland tot 1971 strafbaar. Die strafbaarstelling is een goede indicatie dat een merk als Second Love in strijd is met de goede zeden. Tegenwoordig wordt daar anders over gedacht. Hoewel de SGP nog steeds vindt dat Second Love afkeurenswaardig is, vormt dat niet de mening van het grootste gedeelte van de samenleving. Om die reden is het merk Second Love waarschijnlijk niet in strijd met de openbare orde.

De openbare orde en goede zeden verschillen ook per land. Volgen EU-recht dient een merk geweigerd te worden als het in strijd is met de goede zeden van een enkel land waar het gebruikt wordt. Dat is in de Benelux niet zo’n probleem, omdat de normen daar redelijk gelijk zijn. Duitsland kent echter bijvoorbeeld veel strengere grondwetten tegen racisme. Een racistisch merk zal daar dus veel sneller ontoelaatbaar zijn.

Een merk zal niet snel worden geweigerd vanwege strijd met de goede zeden. Dat komt omdat niet snel sprake is van ongeschreven regels die door het grootste gedeelte van de samenleving als fundamenteel worden ervaren. Bijvoorbeeld seks of vreemdgaan wordt door een gedeelte van de samenleving afgekeurd, maar niet door de overgrote meerderheid. Over de lijn gaan merken die te maken hebben met bijvoorbeeld verkrachting, kinderporno of daadwerkelijk racistisch zijn.

Echter, het enkele beschimpen van een bepaalde bevolkingsgroep (spleetogen voor mensen van Aziatische oorsprong) is wél toegestaan. Het is volgens mij dan ook onwaarschijnlijk dat het merk The Slants geweigerd zou worden in Nederland.

In Amerika werd The Slants wél geweigerd omdat het minachtend is. Volgens art. 1052(a) van de Lanham Act mogen merken die minachtend zijn naar een bepaalde bevolkingsgroep geweigerd worden. Tot overmaat van ramp werd die bepaling zeer ruim uitgelegd door het Amerikaanse merkenbureau. Het verbieden van minachtende merken ging The Supreme Court te ver; ook minder welgevallige meningen worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting. Of zoals SCOTUS het wat cynisch verwoordt:

The clause reaches any trademark that disparages any person, group, or institution. It applies to trademarks like the following: ‘Down with racists’, ‘Down with sexists’, ‘Down with homophobes.’ It is not an anti-discrimination clause; it is a happy-talk clause

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik