Vrijheid van meningsuiting & Smaad en laster.

Publicaties en uitingen op internet vallen over het algemeen onder het recht op vrijheid van meningsuiting. Het verbieden van een publicatie is een beperking op het recht van vrijheid van meningsuiting. Omdat de vrijheid van meningsuiting gezien wordt als een grondrecht is zo’n beperking slechts beperkt mogelijk. Bij het verwijderen van smaad en laster op het internet speelt het recht op vrijheid van meningsuiting dan ook een grote rol. Lexxit legt uit.

Het recht op vrijheid van meningsuiting.

Het recht op vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet. Ook het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) erkent de vrijheid van meningsuiting in artikel 10. Omdat smaad en laster via internet al snel een internationaal karakter krijgt en het EVRM een meer internationale reikwijdte heeft zal in dit artikel worden uitgegaan van het EVRM.

Begrenzing van de vrijheid van meningsuiting.

Dat iedereen die zich in Europe bevindt recht op vrijheid van meningsuiting heeft wil niet zeggen dat dit recht onbegrenst is. Ingevolge artikel 10 lid 2 EVRM kan de vrijheid van meningsuiting bij Wet beperkt worden. Deze beperking mag, ingevolge artikel 10 lid 2 EVRM, niet verder gaan dan strikt noodzakelijk. Om te oordelen of de beperking niet te ver gaat zal een rechter daarom altijd een belangenafweging maken. Hieronder worden drie van deze wettelijke beperkingen besproken.

A. Vrijheid van meningsuiting beperkt in het strafrecht. Smaad, laster en belediging etc art. 261 Sr.

Een van de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting vindt men in het strafrecht. In het Wetboek van strafrecht zijn diverse uitingsdelicten strafbaar gesteld. Voorbeelden daarvan zijn haatzaaien, smaad en laster, belediging en bedreiging. Door deze strafbaarstelling poogt de Wetgever burgers en bedrijven te beschermen tegen onzorgvuldige uitingen en beschuldigingen. Als iemand zich schuldig maakt aan een van deze delicten overtreedt diegene de grenzen van zijn vrijheid van meningsuiting. Mocht u slachtoffer zijn van smaad en laster dan kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. De politie zal vervolgens onderzoek verrichten naar de mogelijkheid om de dader te vervolgen. Op deze pagina staat meer informatie over smaad en laster in de strafrechtelijke zin.

B. Vrijheid van meningsuiting beperkt in het civiele recht. Onrechtmatige uitingen. Art. 6:162 BW.

In het civiele recht kan een beperking van de vrijheid van meningsuiting gevonden worden in de onrechtmatige daad. Een onrechtmatige daad is vastgelegd in artikel 6:162 BW. Of een uiting onrechtmatig is hangt volgens jurisprudentie, af van de omstandigheden van het geval. Dit betekent dat er door de rechter per geval wordt gekeken of het bericht onrechtmatig is. De volgende aspecten spelen daarbij, onder andere, een rol.

  1. Hoe en door wie zijn de beweringen gepresenteerd. Iemand beschuldigen van een ernstig misdrijf als bijvoorbeeld pedofilie is erger dan een suggestie dat iemand mogelijk een biertje teveel drinkt. Vooral de ernst van de beschuldiging en de stelligheid waarmee deze wordt gepresenteerd is hier van belang. Ook relevant is wie de uitingen presenteert. Een artikel in een gerenommeerd dagblad zal bijvoorbeeld aan hogere eisen moeten voldoen dan een Tweet van een student.
  2. In hoeverre zijn de beschuldiging gebaseerd op de feiten. Let op, het is niet relevant of de beschuldiging daadwerkelijk waar is. Wel van belang is of de uiter een voldoende basis in de feiten had om te kunnen concluderen dat deze beschuldigingen waar zijn. Dit betekent dat een redelijk denkend mens op basis van de beschikbare feiten overtuigd zou moeten zijn. Ook hier geldt dat hoe zwaarder de beschuldiging is en hoe stelliger deze gebracht wordt hoe meer feiten er voorhanden moeten zijn.
  3. Wat is het maatschappelijk belang bij de uiting. Als er met een uiting een maatschappelijk belang gediend is zal deze uiting eerder rechtmatig zijn. Het belang van degene over wie de uiting gaat wijkt in dat geval voor het algemeen belang. Een voorbeeld van een algemeen belang kan het aankaarten van een misstand zijn.
  4. Wat zijn de gevolgen van de uiting voor het ‘slachtoffer’. Op het moment dat het ‘slachtoffer’ van een uiting buitensporige schade ondervindt kan een rechter oordelen dat de schade niet in verhouding staat tot het belang van de vrijheid van meningsuiting.

C. Vrijheid van meningsuiting en inbreuk op andere rechten (privacy).

Het recht van vrijheid van meningsuiting kan botsen met andere rechten. Een belangrijk voorbeeld is het recht op privacy. Het recht op Privacy is vastgelegd in art. 8 EVRM. Het omvat onder andere het recht op bescherming van eer en goede naam, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer maar ook het recht om met rust gelaten te worden. Smaad of Laster botst bijvoorbeeld met het recht op eer en goede naam van een ander. Artikel 8 lid 2 EVRM geeft vervolgens aan dat privacy alleen op basis van een wettelijke grondslag geschonden mag worden.

Conflict tussen grondrechten.

Op het moment dat deze twee grondrechten botsen zal het instandhouden van de één automatisch leiden op inbreuk op de ander. Als bijvoorbeeld smaad of laster verboden wordt omdat hierdoor de privacy van de een in het geding komt. Dan houdt dat automatisch in dat hiermee het recht op vrijheid van meningsuiting van de ander wordt ingeperkt. Welk grondrecht weegt in dat geval zwaarder? De Hoge Raad heeft bepaald dat beide rechten even zwaar wegen en dat per geval moet worden bepaald welk recht zwaarder weegt. Daarbij spelen over het algemeen dezelfde standpunten een rol als hierboven omschreven.

Organisaties hebben ook mensenrechten.

Het klinkt wellicht vreemd maar ook organisaties kunnen tot op zekere hoogte aanspraak maken op mensenrechten en het EVRM. Omdat organisaties duidelijk geen mensen zijn wordt dan ook over grondrechten gesproken. Dit is wenselijk omdat organisaties anders niet kunnen functioneren in de maatschappij. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft bepaald dat organisaties, onder omstandigheden, zowel op artikel 8 (privacy) als op artikel 10 (vrijheid van meningsuiting aanspraak kunnen maken.

Kan dit artikel gebruikt worden in een juridische procedure?

Dat is onwaarschijnlijk. Om dit artikel voor consumenten leesbaar te maken is namelijk wat van de juridische precisie geofferd. Het is voor niet-juristen bovendien niet eenvoudig om de juridische accenten in een casus te herkennen. Dat is vergelijkbaar met het bouwen van een huis op basis van een schetstekening.

Dit artikel is voornamelijk bedoeld om een algemeen beeld te geven van de juridische aspecten van het internet. Lexxit raadt dan ook af om op basis van dit artikel enige juridische stappen te ondernemen. Dat kan veel schade veroorzaken.

Juridische ondersteuning tegen laster en smaad.

Lexxit Direct biedt professionele ondersteuning bij juridische handhaving tegen laster en smaad. Klik op de knop hieronder voor meer informatie. Via dezelfde knop kunt u een casus aan Lexxit voorleggen. Lexxit beoordeelt uw casus en geeft vervolgens vrijblijvend advies.

Lexxit Laster en Smaad

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik