Jurisprudentie smaad en laster 2013-2017

Internetrecht is een rechtsgebied dat volop in beweging is. Of iets smadelijk of lasterlijk is wordt door de rechter per geval bepaald. Hieronder wordt een overzicht gegeven van recente jurisprudentie over smaad, laster en andere onrechtmatige uitingen. Zo krijgt u een idee van wat wel en wat niet geaccepteerd wordt. Indien u vragen heeft over een uitspraak kunt u contact opnemen met Lexxit.

Handleiding Jurisprudentie.

Hieronder vindt u een overzicht van de meest relevante jurisprudentie op het gebied van laster, smaad en onrechtmatige uitingen. Dit overzicht is bijgewerkt tot en met 21-12-2016. Het overzicht richt zich voornamelijk op Nederlandse jurisprudentie. Dit neemt echter niet weg dat relevante buitenlandse uitspraken besproken kunnen worden. Hoewel Lexxit de uitspraken zorgvuldig selecteert kan zij niet instaan voor de volledigheid of de juistheid van dit overzicht. Het overzicht is bedoeld als naslagwerk. Lexxit raadt ten strengste af enige (juridische-) handelingen te baseren op dit overzicht. Lees daarnaast altijd de originele uitspraak.

  • De uitspraken zijn in chronologische volgorde, van jong naar oud, weergegeven.
  • De titel van de uitspraak bevat relevante zoekwoorden.
  • De ondertitel bevat respectievelijk: De instantie die de uitspraak gewezen heeft, de datum van het vonnis en het LJN nummer.
  • Bij ieder vonnis is een korte samenvatting gegeven. Met deze samenvatting kan een indruk gevormd worden over het vonnis en de relevantie daarvan.Onderaan iedere samenvatting wordt middels “vonnis(rechtspraak.nl) verwezen naar het originele vonnis.
  • Partijen worden altijd eenvoudig aangeduid als eiser en gedaagde in eerste aanleg. Ook indien gedaagde bijvoorbeeld appellante in hoger beroep is. Dat maakt het voor niet-juristen eenvoudiger te begrijpen wie van de partijen verwijdering vordert en wie zich daartegen verweert. Voor juristen kan dat mogelijk wat verwarring veroorzaken.
  • U kunt eenvoudig zoeken in de uitspraken door Ctrl+F in te drukken in uw browser en vervolgens uw zoekterm in te typen. relevante zoektermen kunnen zijn: portretrecht, redelijk belang, verbod, etc. etc.

Lexxit besteedt veel aandacht aan dit overzicht. Wij horen dan ook graag wat u hiervan vindt en vooral of er nog verbeterpunten zijn. Ook in het geval er een vraag rijst over een artikel dan bent u welkom om contact op te nemen.

Onrechtmatige uiting, smaad, laster, politicus, gemeente, publiek persoon, feitenmateriaal, facebook

Rechtbank Amsterdam 21-12-2016, IEF 16445

Gedaagde is uitbater van een café dat op last van de gemeente (eiser) wordt gesloten. Gedaagde noemt de betrokken wethouder in een Facebook-post o.a. ‘corrupt’, ‘leugenachtig’ en ‘de Jos van Rey van gemeente X’. Ook zou de wethouder “samenspannen met X om geld op slinkse wijze weg te sluizen naar zichzelf via partij Y”. De gemeente eist verwijdering van de Facebookpost. Voor het antwoord op de vraag of het recht op vrijheid van meningsuiting of het recht ter bescherming van de eer of goede naam dient te prevaleren, moeten de wederzijde belangen worden afgewogen met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval. De rechtbank oordeelt dat de kwalificatie ‘corrupt’ alsook de mededeling dat de wethouder zou hebben “samengespannen om geld op slinkse wijze weg te sluizen (…)” in de gegeven omstandigheid, wegens ontbreken van feitelijke onderbouwing, onrechtmatig is. Hoewel de andere beschuldigingen niet onrechtmatig zijn, oordeelt de rechtbank dat de Facebookpost als geheel onrechtmatig wordt geacht omdat de uitlatingen onverbrekelijk met elkaar zijn verbonden. Vonnis: verwijdering Facebook-post + dwangsom + veroordeling gedaagde in de proceskosten.

Onrechtmatig uiting, vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, rectificatie, publicatie, onjuistheden

Hof Den Haag 6-12-2016 ECLI:NL:GHDHA:2016:3513

Eiser is in een strafvonnis waartegen hoger beroep is ingesteld veroordeeld wegens het plegen van een strafbaar feit. Eiser eist dat het AD (gedaagde) in het naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank gepubliceerde artikel rectificeert, anonimiseert, dan wel verwijderd. In deze zaak is sprake van een botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Door weging van alle omstandigheden oordeelt het hof dat het recht op vrijheid van meningsuiting dient te prevaleren. Het is volgens het hof niet ongebruikelijk om een verdachte in publicaties met voornaam en de eerste letter van de achternaam aan te duiden. Geen algemene rechtsregel verbied de naam van verdachte in een publicatie op te nemen. Verder neemt het hof in aanmerking dat eiser geen verdachte is, maar reeds is veroordeeld en dat het artikel van AD geen onjuistheden of onjuiste suggesties bevat. Vonnis: het hof wijst de vorderingen af en bekrachtigt daarmee het vonnis van de rechtbank + veroordeelt eiser in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:3513

Advocaat, schrapping tableau, Nova, vrijheid van meningsuiting, pers, vermelding naam

Rechtbank Limburg 14-11-2016 ECLI:NL:RBLIM:2016:10040

Eiser is bij beslissing van de raad van discipline geschrapt van het tableau. Het hof van discipline heeft die beslissing bekrachtigd. MGL (gedaagde) wilt naar aanleiding van de beslissing van het hof van discipline een artikel publiceren met vermelding van de naam van eiser. Eiser vordert een verbod van naamsvermelding. In onderhavige zaak gaat het om een botsing van het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van het recht op persoonlijke levenssfeer. Het antwoord op de vraag welk van deze rechten zwaarder weegt, moet worden afgewogen door een afweging van alle omstandigheden van het geval. De rechtbank oordeelt dat de naam van eiser al reeds is gepubliceerd door de hof van discipline en de Nederlandse orde van advocaten. Daarnaast heeft de informatie betrekking op de beroepsuitoefening en niet het privéleven van eiser. Tenslotte zorgt naamsvermelding dat geen verwarring kan ontstaan over de persoon op wie de beslissing van het hof van discipline betrekking heeft. Recht op vrijheid van meningsuiting weegt derhalve zwaarder. Vonnis: vordering eiser wordt afgewezen + veroordeling in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:10040

Onrechtmatige en schadelijke berichten, Facebookgroep, NAW-gegevens, IP-adres, Vodafone

Rechtbank Limburg 24-10-2016 ECLI:NL:RBLIM:2016:9210

Eiser heeft een webwinkel. Er is een Facebookgroep opgericht waar ontevreden klanten hun mening kunnen uiten over de webwinkel. Door de beheerder van de Facebookgroep zijn vervelende berichten over eiser geplaatst. Onder een van die berichten is een afbeelding van eiser geplaatst. Naar aanleiding van een vonnis heeft Facebook IP-adressen van logins op de Facebookgroep aan eiser verstrekt. Er is door een gebruiker 21 keer ingelogd op de Facebookgroep. Deze “logins” hebben uitsluitend plaatsgevonden met gebruikmaking van het IP-adres dat behoort bij de internetaansluiting die op naam van een abonnee van Vodafone staat. Eiser vordert dat de voorzieningenrechter Vodafone gebiedt alle bij haar bekende gebruikers- en/of contactgegevens behorende bij het IP-adres aan hem te verstrekken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiser voldoende heeft onderbouwd dat de beheerder van de Facebookgroep de berichten heeft geplaatst met gebruikmaking van het IP-adres. Tevens is het voldoende aannemelijke dat de inhoud van de berichten onrechtmatig en schadelijk zijn. Eiser heeft dan ook een reëel belang bij het verkrijgen van de NAW-gegevens. Eiser heeft de identiteit van de beheerder(s) tot op heden niet op een andere manier kunnen achterhalen. Het belang van eiser bij afgifte van de NAW-gegevens prevaleert boven het belang van de abonnee om anoniem te blijven. Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de weigering van Vodafone om de NAW-gegevens van haar abonnee aan eiser bekend te maken in strijd is met zorgvuldigheid die zij jegens eiser in acht dient te nemen. Vonnis: Vodafone moet de NAW-gegevens verstrekken + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:9210

Onrechtmatige uiting, verwijderen website, feitelijke grond, openbaar, verdachtmakingen, beschuldigingen, vrijheid van meningsuiting, belangenafweging, laster.

Rechtbank Gelderland 17-10-2016 ECLI:NL:RBGEL:2016:5780

Eiser is een haartransplantatiekliniek en heeft bij gedaagde een haartransplantantie verricht waarover gedaagde niet tevreden was. Gedaagde heeft een facebookpagina en een website aangemaakt waar hij zich grievend uit over eiser. Eiser vordert verwijdering van de website en een verbod op negatieve uitlatingen door gedaagde. De rechtbank stelt vast dat gedaagde de grens van het toelaatbare overschreden heeft door zich niet te beperken tot de zakelijke informatie over het geschil maar ook zich persoonlijk negatief over eiser heeft uitgelaten. Gedaagde bezigt de woorden ‘verminkt’, ‘vele gruwelijke fouten’, ‘malafide’ en ‘gemanipuleerd’ waardoor de indruk van een onbetrouwbare kliniek wordt geschetst. De rechtbank oordeelt dat gedaagde geen feitelijke grond heeft voor deze uitlatingen en derhalve onzorgvuldig heeft gehandeld. Belangenafweging brengt mee dat de vrijheid tot meningsuiting hier minder zwaar weegt dan het recht van eer of goede naam. Vonnis:  wijst de vorderingen toe + dwangsom. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:5780

Onrechtmatige uiting, publicatie van processtukken op website, fair trial, vrijheid van meningsuiting, hyperlink

Rechtbank Gelderland 06-10-2016 ECLI:NL:RBGEL:2016:5286

Gedaagde heeft een website waarop hij vertrouwelijke processtukken heeft gepubliceerd over een aanhangige strafzaak. De Staat (eiser) vordert in de onderhavige procedure verlenging van het publicatieverbod. De rechtbank oordeelt dat reeds gewezen kort geding is geoordeeld dat het verbod op publicatie en het doorlinken naar vertrouwelijke informatie een gerechtvaardigde inbreuk maakt op de vrijheid van meningsuiting. De gronden waarop die beslissing steunt zijn enerzijds dat het beginsel van ‘fair trial’ in het strafproces, welk beginsel de Staat dient te beschermen, onder druk komt te staan als vrijgegeven getuigenverklaringen andere getuigen in dezelfde strafzaak bereiken voordat zij zelf zijn gehoord, waardoor het proces van waarheidsvinding ernstig wordt verstoord, en anderzijds dat door openbaarmaking van de vertrouwelijke documenten wordt gevreesd voor de veiligheid van de getuigen. De rechtbank oordeelt in onderhavige procedure dat een dergelijk verbod ook toegewezen kan worden indien niet reeds is gepubliceerd, maar wel een concrete dreiging bestaat dat dit kan gebeuren. Vonnis: de rechtbank wijst de verlening van het publicatie verbod toe + dwangsom + veroordeling proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:5286

Valse identiteit facebookgebruiker, intieme beelden, oplichting, inbreuk op portretrecht en de persoonlijke levenssfeer

Rechtbank Gelderland 03-10-2016 ECLI:NL:RBGEL:2016:5230

Eiseres vordert gegevens van Facebook met betrekking tot een facebookprofiel. Eiseres legt aan deze vordering ten grondslag dat de facebookgebruiker onrechtmatig jegens haar handelt, door zichzelf voor te doen als een ander persoon en haar op die manier te verleiden tot het sturen van intieme beelden. Deze beelden heeft eiseres ook werkelijk verzonden. Op dit moment bestaat een reële dreiging en angst dat de facebookgebruiker die intieme beelden op internet zal plaatsen. Eiseres stelt dat Facebook onrechtmatig jegens haar handelt, door de gevraagde gegevens van de facebookgebruiker niet vrij te geven, om de gebruiker op die manier te kunnen opsporen en te kunnen laten vervolgen. Facebook heeft betwist dat zij onrechtmatig jegens eiseres handelt. Zij stelt dat zij aan diverse regelgeving is gebonden en dat zij niet zomaar privacygevoelige informatie van haar gebruikers aan een andere gebruiker kan vrijgeven. De vordering van eiseres kan slechts worden toegewezen indien een gebruiker door middel van een valse identiteit tracht om in het bezit te komen van gegevens die niet voor hem of haar zijn bedoelt en die hij of zij, indien de ware identiteit was gebruikt, niet zou hebben ontvangen. Op die manier kan sprake zijn van oplichting maar ook van mogelijke inbreuk op portretrecht en de persoonlijke levenssfeer. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat door de gebruiker van het profiel op dergelijke wijze wordt gehandeld. Gelet op alle voornoemde omstandigheden is er sprake van een gerechtvaardigde angst. De facebookgebruiker handelt dus onrechtmatig jegens eiseres. Facebook handelt ook onrechtmatig door de gegevens van de facebookgebruiker niet aan eiseres kenbaar te maken. Vonnis: vordering van eiseres wordt toegewezen. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:5230

Onrechtmatige uiting, e-mail, steun in feitenmateriaal, algemeen belang, beschuldigingen, algemeen verbod

Rechtbank Noord-Holland 29-09-2016 ECLI:NL:RBNHO:2016:8359

Gedaagde houdt in verschillende publicaties en e-mailberichten Zwembadkeur c.s. (eiser) aansprakelijk gehouden voor het dodelijk ongeval in De Reeshof en bestempeld het Keurmerk Veilig en Schoon als ondeugdelijk. De rechtbank dient door middel van een belangenafweging het recht op eer en goede naam en het recht op vrijheid van meningsuiting tegen elkaar af te wegen. De rechtbank neemt als uitgangspunt dat welk recht de doorslag behoort te geven afhangt van de omstandigheden, waaronder de aard van de beschuldigingen, de ernst van de te verwachten gevolgen, de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, de mate waarin ten tijde van de publicatie de beschuldigingen steun vonden in het feitenmateriaal en de inkleding van de beschuldigingen. De rechtbank oordeelt dat de beschuldigingen door gedaagde onvoldoende steun vinden in het feitenmateriaal. Vonnis: Gedaagde wordt veroordeeld tot een algemeen verbod zich negatief uit te laten over Zwembadkeur c.s. + proceskosten + dwangsom. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:8359

Onrechtmatige uiting, website politie, herleidbaar, suggestie, anoniem

Rechtbank Den Haag 21-09-2016 ECLI:NL:RBDHA:2016:11367

Voor zover voor het internetrecht van belang: Eiser wordt als verdachte aangehouden in zijn woning op verdenking van heling. Kort na de aanhouding van eiser publiceert de politie het nieuwsbericht met de tekst: “Met de aanhouding van een 47-jarige Zoetermeerder verwacht de politie een einde te hebben gemaakt aan heling en of diefstal van autoradio’s. (…) ” De zaak werd geseponeerd en eiser vordert schadevergoeding wegens gederfde levensvreugde. De rechtbank stelt voorop dat de politie in het kader van haar voorlichtende taak de bevoegdheid heeft om via een persbericht bekendheid te geven aan lopende onderzoeken en aanhoudingen. Hierbij dient zij grote zorgvuldigheid in acht te nemen en enkel feiten in haar publicatie vermelden waarvoor het politiedossier voldoende houvast biedt. De rechtbank oordeelt dat bovengenoemd citaat een sterke suggestie wekt dat er een verband bestaat tussen het toegenomen aantal auto-inbraken in de gemeente en de eiser, terwijl het politiedossier op het moment van publiceren, maar ook daarna, hiervoor onvoldoende steun bood. Vonnis: de rechtbank wijst een schadevergoeding toe ad € 1.500 euro + compenseert de proceskosten voor beide partijen. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:11367

Heimelijke opnamen, ex-burgemeester Maastricht, PowNed, uitingsvrijheid, persoonlijke levenssfeer

Rechtbank Amsterdam 31-08-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:5438

PowNed c.s. (gedaagde) heeft heimelijk gemaakte opnamen van gesprekken tussen de ex-burgemeester van Maastricht (eiser) en een student uitgezonden. De opnamen is gemaakt nadat de burgemeester eerder in opspraak is gekomen. Door het gedrag van de burgemeester tijdens openbare ontmoetingen met (jongere) mannen heeft er een spoedberaad plaatsgevonden. Hierin was afgesproken dat herhaling mogelijk tot consequenties voor zijn positie zou leiden. Eiser stelt zich op het standpunt dat de vervaardiging en de openbaarmaking van de opnamen van zijn ontmoeting een inbreuk vormen op zijn persoonlijke levenssfeer. De handelingen van gedaagde hebben zowel materiële als immateriële schade toegebracht. Die schade wordt steeds groter doordat de opnamen op internet te vinden is. Eiser wilt daarom niet alleen een schadevergoeding maar ook dat de opnamen van het internet wordt verwijderd. Het gebruik van verbogen opnameapparatuur moet noodzakelijk en proportioneel zijn om een mogelijk misstand aan de orde te stellen. De rechter oordeelt dat PowNed c.s. niet aan de proportionaliteitseis heeft voldaan door de opnamen openbaar te maken. De ontmoetingen tussen eiser en de student hebben namelijk geen (ernstig) misstand aan het licht gebracht. PowNed c.s. voert aan dat er uitsluitend met behulp van de door hen gebruikte opnameapparatuur vast kon worden gesteld of eiser zich aan de normen zou houden. Voor zover het maken van opnamen, wordt het standpunt van gedaagde gevolgd. Vonnis: publicatie van de opnamen wordt verboden met dwangsom + schadevergoeding. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:5438

Eenvoudige belediging, artikel 261 strafrecht, tweet, ruchtbaarheid, onnodig kwetsen en belediging, beschermingswaardige meningsuiting

Rechtbank Limburg 22-08-2016 ECLI:NL:RBLIM:2016:7288

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening. Hij heeft een officier van justitie beledigd, door een tweet op Twitter te plaatsen waarin hij haar vergelijkt met Irma Grese; een SS-kampbewaarster uit de Tweede Wereldoorlog. Verdachte heeft hiermee de eer en goede naam van de officier van justitie aangerand, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven. Slachtoffer heeft aangifte gedaan van smaad en laster van van belediging van een ambtenaar in functie. Zij vindt de belediging heel grievend en het raakt haar persoonlijk. Het gaat in deze zaak om een publiek debat tussen burgers op Twitter. De tweet van de verdachte houdt naar het oordeel van de rechtbank de intentie van verdachte om een negatieve kwalificatie te geven van de persoon van de officier van justitie. De rechtbank ziet niet in hoe de uitlating, die onnodig kwetsend en beledigend is, een bijdrage kan leveren aan een maatschappelijk debat. Van een beschermingswaardige meningsuiting is dan ook geen sprake. Vonnis: geldboete van € 500,-, waarvan € 250,- voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:7288

Onrechtmatige uiting, filmpje op internet, GeenStijl, positie tussenpersoon, UGC, User Generated Content, weerwoord, Twitter, Retweet, Hype.

Rechtbank Amsterdam 11-08-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:5299

GeenStijl (gedaagde) heeft op haar website een filmpje gepubliceerd hetgeen suggereert dat de bestuursadviseur van de burgemeester haar invloed heeft aangewend om een man weer snel op vrije voeten te krijgen. De Gemeente (eiser) vordert rectificatie. In onderhavige zaak staat het recht op vrijheid van meningsuiting tegenover het recht op bescherming van de goede naam. Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, moet worden beantwoord d.m.v. een belangenafweging en de omstandigheden van het geval. De rechtbank stelt de inhoud van het filmpje is niet dusdanig schokkend of kwetsend dat GeenStijl op grond van haar huisregels of op grond van hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt, had moeten afzien van publicatie. Daarnaast stelt de rechtbank dat GeenStijl een satirisch karakter kent en dat daarin vooral op spottende toon globaal wordt weergegeven wat feitelijk in het filmpje is te zien. De koptekst van GeenStijl is feitelijk onjuist, maar volgens de rechtbank is van belang dat de Gemeente direct na het item via een persbericht haar weerwoord heeft gegeven welke door Geenstijl is ge-retweet. Overigens is het niet meer mogelijk te reageren op het item en zijn de namen van de bestuursadviseur inmiddels verwijderd. Thans is het item als oud te bestempelen. De rechtbank oordeelt derhalve dat het recht op uitingsvrijheid in dit geval zwaarder weegt. Vonnis: vordering wordt afgewezen met veroordeling van eiser in proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:5299

Doorgeven NAW-gegevens, eer en goede naam, onrechtmatige uiting, art. 843a Rv, Lycos/Pessers, Belangenafweging

Rechtbank Rotterdam 20-07-2016 ECLI: NL:RBROT:2016:7505

Op een website van VVE Media hebben mensen anoniem berichten geplaatst die door eiser als smadelijk en beledigend worden ervaren. Eiser vordert op grond van 843a Rv openbaarmaking van de personen achter de anonieme berichten. De rechtbank stelt dat onder omstandigheden op VVE Media de rechtsplicht rust de persoonsgegevens te verstrekken. Hiervan zal kortgezegd sprake zijn indien voldoende aannemelijk is dat de uitlatingen jegens eiseres onrechtmatig en schadelijk zijn; dat eiseres een reëel belang heeft; dat aannemelijk is dat er in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat en dat de afweging van alle betrokkenen belangen meebrengt dat het belang van eiser behoort te prevaleren. De rechtbank oordeelt dat de valse beschuldiging, een onterechte declaratie van € 3.000 bij de VvE, niet een zodanig ernstige en specifieke beschuldiging is dat er een overduidelijk belang bestaat om ‘de onderste steen boven te krijgen’. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat de beschuldigingen een incidenteel karakter kennen en weer spoedig van de website waren verwijderd. Vonnis: vordering afgewezen + veroordeling eiser in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2016:7505

Onrechtmatige perspublicatie, Omroep Brabant, uitzetting, kunstenares, publiek-figuur, rectificatie, nieuwsitem, vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 20-07-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:4457

Een kunstenares (eiseres) heeft een Afghaanse man en zijn familie gesteund tijdens zijn uitzetting. Na de uitzetting is zij samen met zijn dochter naar Afghanistan gereisd om hem te zoeken. De Afghaanse man zou tijdens de uitzetting door de Marechaussee mishandeld zijn. Eiseres heeft hierover telefonisch contact gehad met een verslaggever van Omroep Brabant. Omroep Brabant beweerde in een nieuwsitem dat eiseres aan de geloofwaardigheid van het verhaal twijfelde. Volgens de kunstenares zijn haar uitspraken uit de context gehaald. Het was niet eiseres die aan het verhaal twijfelde, maar de verslaggever. Omroep Brabant heeft door het uitzenden van het nieuwsitem haar reputatie geschaad. De kunstenares doet een beroep op haar recht op bescherming van eer en goede naam. Ze vordert dat het gewraakte nieuwsitem wordt verwijderd alsmede een rectificatie. Indien deze vorderingen worden toegewezen, wordt de vrije meningsuiting van Omroep Brabant beperkt. Welk recht zwaarder weegt, hangt af van de omstandigheden van het geval. Aan de positie van de pers komt bijzondere betekenis toe, gelet op enerzijds de taak om informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en anderzijds het recht van het publiek informatie en ideeën te ontvangen. Daarbij is eisers een publiek figuur wat inhoudt dat zij meer te dogen heeft dan een niet-publiek figuur. Daarbij dient ook in ogenschouw te worden genomen of de schending van het privéleven een voorzienbare consequentie van de eigen acties van eiseres is. Deze omstandigheden in acht nemende beslist de rechter dat Omroep Brabant onrechtmatig heeft gehandeld. Vonnis: vorderingen van eiseres worden toegewezen. Dwangsom + € 1412,00 schadevergoeding + proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:4457

Strafrecht, Facebook, belediging van de Koning, art. 111 Sr

Rechtbank Overijssel 14-07-2016 ECLI:NL:RBOVE:2016:2629

Verdachte heeft op zijn Facebookpagina een bericht geplaatst waarin hij Koning Willem Alexander onder andere een moordenaar, verkrachter, onderdrukker en dief noemt. Ook plaatste hij een bewerkte foto van een aanstaande executie waarbij het hoofd van één van de slachtoffers was vervangen door het hoofd van de Koning. De rechtbank stelt dat uitlatingen beledigend zijn wanneer zij de strekking hebben een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en de beledigende aan te randen in zijn eer en goede naam. De rechtbank oordeelt derhalve dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan belediging door beledigende woorden en de bewerkte foto op zijn Facebookpagina te plaatsen. Hiermee heeft de verdachte de waardigheid van de Koning aangetast, te meer vanwege de staatsrechtelijke positie van de Koning en de verwevenheid met het staatsbelang. Vonnis: veroordeelt de verdachte tot 30 dagen gevangenisstraf. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:2629

Versleutelde telefoons, afgeschermd netwerk, betrokkenheid criminele activiteiten, persbericht, rechtmatig

Rechtbank Den Haag 13-06-2016 ECLI:NL:RBDHA:2016:6721

Eiseres ontwikkeld en verkoopt telefoons die zijn ontdaan van alle functionaliteiten en toegang verschaffen tot het afgeschermde netwerk. Het OM verdenkt haar van betrokkenheid bij diverse criminele activiteiten. Na doorzoeking van het bedrijfspand van eiseres heeft de politie een persbericht gepubliceerd waarin de indruk wordt gewekt dat eiseres over een groot crimineel communicatienetwerk beschikt. Het OM heeft een vrijwel gelijkluidend persbericht gepubliceerd. In een kort geding tegen de Staat vordert eiseres een rectificatie. Zij voert aan dat de gewraakte mededelingen feitelijk onjuist zijn. De voorzieningenrecht acht het persbericht rechtmatig omdat het voldoende steun vindt in de feiten. In diverse strafrechtelijke onderzoeken naar ernstige misdrijven is namelijk gebleken dat verdachten gebruikmaakten van de versleutelde telefoons van eiseres waarvoor steeds een ongebruikelijk hoge prijs (in contant) is betaald. Vonnis: vordering wordt afgewezen met proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:6721

Actie tegen militariabeurs, artikelen, verboden nazibeurs, portretrecht, uitlatingen vinden steun in de feiten

Rechtbank Amsterdam 06-06-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:3530

Militariabeurs wordt weggezet als een ‘nazibeurs’. Er wordt door een publicist (gedaagde) actie gevoerd tegen een militariabeurs en de organisator (eiser) daarvan. De publicist is medeauteur van artikelen waarin hij de beurs onder andere een ‘verboden nazibeurs’ noemt. Tevens schrijft hij dat het een beurs voor nazispullen is en dat hij is mishandeld op de beurs. Deze artikelen worden geplaatst op verschillende websites en regionale bladen. De raadsman van de organisator van de beurs heeft de publicist gesommeerd zijn uitlatingen te staken. De publicist heeft hierop als reactie een artikel geplaatst met een foto van eiser. Eiser stelt zich op het standpunt dat de uitlatingen de vrijheid van meningsuiting te boven gaan en daarmee onrechtmatig jegens hem zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat de publicist er recht op heeft om op zijn manier actie te voeren tegen – in zijn ogen – een misstand. Zijn uitlatingen vinden bovendien enige steun in de feiten. Het is niet aannemelijk dat de belangen van de organisator van de beurs door de uitlatingen onaanvaardbaar in het gedrang zijn gekomen. Dat de reputatie van de organisator van de beurs substantiële schade heeft ondervonden is niet voldoende toegelicht. Het gevorderde verbod om soortgelijke artikelen in de toekomst te plaatsen wordt om deze redenen dan ook afgewezen. Daarentegen moet de portretfoto van de organisator van verschillende websites worden verwijderd, omdat zijn belang bij eerbiediging van zijn privacy zwaarder weegt dan het belang van de publicist bij het plaatsen van de foto. Vonnis: Publicatie van de portretfoto wordt verboden met een dwangsom. Proceskosten worden gedeeld. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:3530

Artikelen over Eritrese intimidatie, steeds radicaler lid, publiek debat, uitingsvrijheid zo min mogelijk beperkt

Rechtbank Amsterdam 13-05-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:2859

De Volkskrant heeft artikelen gepubliceerd over Eritrese intimidatie. Daarin worden uitlatingen gedaan over eiser. Hij beweert dat hij ten onrechte wordt afgeschilderd als een steeds radicaler lid van de partij van Afewerki. De Volkskrant heeft volgens hem geen zorgvuldig onderzoek gedaan en eiser geen reële kans gegeven op een weerwoord. De beschuldigingen tasten zijn reputatie aan en dienen dienen daarom zo snel mogelijk te worden gerectificeerd en/of verwijderd. De voorzieningenrechter oordeelt dat ervan uitgegaan kan worden dat eiser gelieerd is aan het regime van Eritrea en het politieke gedachtegoed van dit regime actief ondersteunt. Daarbij dient bij een publiek debat als dit, waarbij ernstige misstanden zoals schending van mensenrechten aan de orde worden gesteld, de uitingsvrijheid zo min mogelijke te worden beperkt. De Volkskrant is dan ook binnen de grenzen van de uitingsvrijheid gebleven. Vonnis: vorderingen worden afgewezen met veroordeling van eiser in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:2859

Onrechtmatige en schadelijke berichten, webwinkel parfums, persoonsgegevens, inbreuk persoonlijke levenssfeer, verstrekken gegevens

Rechtbank Den Haag 11-05-2016 ECLI:NL:RBDHA:2016:5505

Eiser heeft een webwinkel voor de verkoop van parfums. In een Facebookgroep kunnen mensen die niet tevreden zijn over deze webwinkel hun mening delen. Op deze Facebookgroep zijn erg vervelende berichten geplaatst ten aanzien van de webwinkel. Tevens zijn er persoonsgegevens van eiser verspreid. Dat is een ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer en onrechtmatig op grond van art. 8 EVRM. Eiser vordert Facebook te gebieden om de gegevens van alle gebruikers die beheerder zijn geweest van de Facebookgroep te verstrekken. De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat de geplaatste informatie onrechtmatig en schadelijk is. Eiser heeft dan ook een reëel belang bij het verkrijgen van de gegevens van de Facebookgebruikers. Eiser heeft op diverse andere wijzen gepoogd de gegevens te verkrijgen maar die pogingen hebben niet gewerkt. Het is dan ook aannemelijk dat er geen minder ingrijpende mogelijkheid is om deze gegevens te achterhalen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van eiser bij het verstrekken van de gegevens zwaarder weegt dan het belang van Facebook en de beheerders bij het niet-verstrekken daarvan. Vonnis: Facebook moet gegevens verstekken. Proceskosten worden gedeeld. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:5505

Nieuwsberichten, onvoldoende steun in feitenmateriaal, reputatie geschaad, wederhoor, regels voor de journalistiek

Rechtbank Midden-Nederland 20-04-2016 ECLI:NL:RBMNE:2016:2202

Op de website van de NOS zijn twee nieuwsberichten verschenen over eiser. In de publicaties wordt een verband gelegd tussen eiser en een verdachte van een liquidatie. Beide publicaties vinden naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende steun in het feitenmateriaal. Het staat de NOS weliswaar vrij om de verbanden te leggen die haar goeddunken, maar dan moeten die verbanden wel gebaseerd zijn op voldoende feitenmateriaal. Door het leggen van de link tussen eiser en de verdachte wordt derhalve de reputatie van eiser geschaad. Tevens heeft NOS geen wederhoor gepleegd bij eiser. Volgens de regels voor journalistiek moeten journalisten wederhoor toepassen “bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer die personen hierin slecht zijdelings een rol spelen”. Op basis van de hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval het recht op bescherming van de eer en goede naam van eiser zwaarder weegt dan het recht van de NOS op vrijheid van meningsuiting. De publicaties zijn derhalve onrechtmatig. Vonnis: NOS moet de publicaties verwijderen en een rectificatie op de website plaatsen. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:2202

Beschuldigende artikelen en reportages, steun in feitenmateriaal, hoor en wederhoor, vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Overijssel 14-04-2016 ECLI:NL:RBOVE:2016:1291

RTV Oost heeft op haar website een reeks artikelen en reportages over eiseres gepubliceerd. De toon van een aantal artikelen is beschuldigend van aard. In deze situatie is het van belang dat de publicaties steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. De voorzieningenrechter constateert dat er aan deze eis is voldaan. Eiseres betoogd dat RTV Oost jegens haar geen hoor en wederhoor heeft toegepast. RTV Oost heeft in dit verband gesteld dat een verslaggever van haar voorafgaand aan de publicatie een lang telefoongesprek met eiseres heeft gevoerd. De avond voor de publicatie heeft de verslaggever twee keer geprobeerd eiseres telefonisch te bereiken, hetgeen niet is gelukt. Nu eiseres deze stellingen niet gemotiveerd heeft betwist, is de voorzieningenrechter van oordeel dat RTV Oost op afdoende wijze invulling heeft gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor. Dit in acht nemende mocht RTV Oost overgaan tot het publiceren van de artikelen op de wijze waarop zij dat heeft gedaan. Het recht op eer en goede naam weegt niet zwaarder dan het recht op vrijheid van meningsuiting. Van een onrechtmatige publicatie is derhalve geen sprake. Vonnis: vorderingen worden afgewezen met proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:1291

Non-fictie boek, ernstige beperking van de vrijheid van meningsuiting, onderwerp maatschappelijk debat, vonnis rechtbank vernietigd

Gerechtshof Den Haag 12-04-2016 ECLI:NL:GHDHA:2016:870

Eiser is schrijver van het non-fictie boek ‘De Doofpotgeneraal’. Gedaagde komt op een negatieve wijze veelvuldig voor in het boek en wordt met haar volledige naam genoemd. In eerste aanleg heeft de voorzieningenrecht verdere verspreiding en promotie van het boek verboden met dwangsom. Het hof oordeelt dat het gevorderde verbod een ernstige beperking van de vrijheid van meningsuiting tot gevolg zou hebben. Tenminste een deel van het boek gaat namelijk over zaken die onderwerp kunnen zijn van een debat van maatschappelijk belang. Tevens is het belang van gedaagde bij toewijzing van het verbod beperkt. De kritiek die in het boek wordt geuit over maatschappelijke misstanden richt zich niet tegen gedaagde, maar tegen de Nederlandse Staat en een oud-generaal. De kern van de bezwaren van gedaagde is dat zij negatief wordt omschreven. Het betreft echter geen beschrijving die dusdanig beschadigend is dat die zelfs in geanonimiseerde vorm moet worden verboden. Vonnis: vonnis van de rechtbank wordt vernietigd. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:870

Getuigenverklaringen openbaar op website, strafrechtelijke onderzoeken, recht op een eerlijk proces

Rechtbank Gelderland 08-04-2016 ECLI:NL:RBGEL:2016:2186

Gedaagde exploiteert een website. Hij heeft op deze site alle processen-verbaal met verklaringen uit strafrechtelijke onderzoeken geplaatst. De Staat vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om de verklaringen van zijn website te verwijderen. In de betreffende zaken zullen naar alle waarschijnlijkheid nog vele getuigen worden gehoord en de strafrechtelijke waarheidsvinding zou ernstig in gevaar komen als potentiële getuigen voor hun verhoor en de daarin noodzakelijkerwijs te verwachten confrontaties kennis kunnen nemen van de getuigenverklaringen. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt en acht het evident dat dit proces van waarheidsvinding -en daarmee het recht op een eerlijk proces- ernstig wordt gefrustreerd indien de verklaringen openbaar worden gemaakt. Volgens gedaagde zijn de verklaringen inmiddels wijd verspreid op het internet en breed in de media uitgemeten en is het overnemen en plaatsen van informatie uit openbare bronnen niet onrechtmatig. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het gegeven dat de verklaringen ook zonder de verwijzingen op zijn website benaderbaar zijn, niets af doet aan de onrechtmatigheid van het handelen van de gedaagde. Vonnis: vordering tot verwijdering wordt toegewezen met dwangsom + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:2186

Beschuldigingen, plagiaat, Twitter, social enterprise, reputatieschade

Rechtbank Noord-Holland 11-03-2016 ECLI:NL:RBNHO:2016:1879

Gedaagde heeft publicaties op Twitter geplaatst waarin hij Dopper beschuldigt van plagiaat. Hij beweert dat de Dopper een kopie is van een Russisch ontwerp van de fles ‘H2O’. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat ondernemingen met het profiel van een social enterprise in die zin kwetsbaar zijn, dat lichtvaardige beschuldigingen van handelingen in strijd met dat profiel snel tot aanzienlijke reputatieschade kunnen lijden. De kans op schade bij het gebruik van Twitter is nog groter vanwege de snelheid waarmee berichten kunnen worden verspreid. De gewraakte uitlatingen worden dan ook uitermate schadelijk geacht voor de reputatie van Dopper. Door de veelheid van de berichten en de specifieke woordkeuze, is bovendien geen sprake van een persoonlijke mening. Al met al is er sprake van beschuldigingen waarvan de aard en ernst niet door onderliggende feitelijke vaststellingen en deugdelijk onderzoek worden gedragen en die zodanig ernstig zijn dat ze voor Dopper ernstige gevolgen kunnen hebben. Vonnis: verbiedt gedaagde dergelijke uitingen te doen over Dopper met dwangsom. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:1879

Artikel in de Volkskrant, aanhanger Eritrese regime, intimidatie, tweet, zelf in de openbaarheid gebracht

Rechtbank Amsterdam 11-03-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:1284

Naar aanleiding van een geplaatste tweet suggereert een artikel in de Volkskrant ten onrechte dat eiser een aanhanger is van het Eritrese regime, aldus eiser. De Volkskrant heeft het artikel eveneens op haar website gepubliceerd. Eiser heeft aangevoerd dat de Volkskrant hem beschuldigt van intimidatie. Volgens hem is de inhoud van de tweet volstrekt neutraal. Als onafhankelijke journalist moet hij creatief zijn om met mensen in contact te komen en om die reden maakt hij veelvuldig gebruik van Twitter. De Volkskrant heeft aangevoerd dat de inhoud van de tweet in het geheel niet “volstrekt neutraal” is. De tweet heeft een dreigende ondertoon en is zonder meer als intimiderend aan te merken. Ook heeft de Volkskrant aangevoerd dat zij van de tweet melding mag maken omdat dit is gedaan in het kader van een publiek debat over een ernstige misstand. Bovendien wordt een tweet door de twitteraar zelf in de openbaarheid gebracht, met als doel maximale aandacht. De tweet van eiser kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in de door de Volkskrant geschetste context als “intimidatie” worden aangemerkt, waardoor het voorshands gerechtvaardigd is dat de Volkskrant de tweet als een van de voorbeelden noemt in een breder artikel dat gaat over intimidatie. De conclusie is dat van ernstige beschuldigingen aan het adres van eiser die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal geen sprake is. De publicatie van de tweet in het artikel heeft mogelijk nadelige gevolgen voor eiser, maar de tweet is door eiser zelf in de openbaarheid gebracht. Vonnis: vorderingen worden afgewezen eiser wordt veroordeelt in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:1284

Vaststellingsovereenkomst, e-mail, facebook-bericht, negatieve berichtgeving, onrechtmatig, rectificatie

Rechtbank Noord-Holland 07-03-2016 ECLI:NL:RBNHO:2016:1556

LEAD (eiser) en Promptus (gedaagde) houden zich bezig met het ontwikkelen, produceren en verkopen van software. In het verleden hebben zij samengewerkt, maar door geschillen is deze samenwerking beëindigd. In dit kader is er een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen waarin onder andere is afgesproken dat partijen zich ten opzichte van elkaar normaal blijven gedragen en zich dienovereenkomstig over elkaar uitlaten. Promptus heeft een e-mail verstuurd naar haar klanten en een bericht op Facebook geplaatst waarin eiser in een kwaad daglicht wordt gesteld. LEAD vordert dat Promptus zich onthoudt van dergelijke negatieve berichtgeving. Ondanks het feit dat Promptus bekend was met de inhoud van de vaststellingsovereenkomst heeft zij derhalve tegen beter weten in de gewraakte uitlatingen gedaan. De voorzieningsrechter is daarom van oordeel dat zij met het versturen van de e-mail onrechtmatig heeft gehandeld jegens LEAD. De vorderingen die gebaseerd zijn op het Facebook-bericht worden afgewezen, omdat dit door de directeur van Promptus op persoonlijke titel is geplaatst. Vonnis: vordering wordt toegewezen + rectificatie t.a.v. e-mail met proceskotenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:1556

Ernstige beschuldigingen, onnodig grievend, reputatieschade, geanonimiseerd bericht, voldoende steun feitenmateriaal

Rechtbank Amsterdam 04-03-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:1320

Plasmavisie c.s. (gedaagde) vindt de publicatie van het door Rtv Utrecht geplaatste bericht op haar website onrechtmatig, aangezien deze ernstige beschuldigingen bevat aan het adres van Plasmavisie c.s., die niet feitelijke zijn onderbouwd, onnodig grievend zijn, de persoonlijke levenssfeer van eiseres aantasten en schadelijk is voor haar reputatie. Rtv Utrecht stelt dat het bericht is geanonimiseerd, zodat het invullen van de namen van eisers als trefwoord in zoekmachines op internet niet (direct) leidt tot het bericht. Eventuele reputatieschade blijft dan ook in die zin beperkt. Tevens is publicatie gerechtvaardigd, aangezien dit bericht is gebaseerd op een politiebericht. Op dit punt wordt de visie van Rtv Utrecht gedeeld, want van een bericht afkomstig van een overheidsorgaan mag in beginsel worden afgegaan. Rtv Utrecht heeft dan ook terecht aangevoerd dat het bericht zoals dat nu op de website staat alsook het oorspronkelijke artikel voldoende steun vindt in het thans beschikbare feitenmateriaal. Vonnis: gevraagde voorzieningen worden afgewezen + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:1320

Valse evident onrechtmatige recensies, Google maps, schadelijk, reëel belang, NAW-gegevens

Rechtbank Amsterdam 29-02-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:987

Eiseres is sinds geruime tijd het slachtoffer van valse, evident onrechtmatige recensies die worden geplaatst op Google maps over haar bedrijf. Naar de mening van eiseres zijn alle vier de recensies nep en om die reden in strijd met de regels van Google. De recensies zijn bijzonder schadelijk voor eiseres en zullen onherroepelijk van invloed zijn op potentiële klanten. Eiseres heeft al de nodige stappen gezet om de recensies verwijderd te krijgen, maar gebleken is dat Google zich niet houdt aan haar eigen regels. Google heeft het verweer gevoerd dat zowel zij als de internetgebruikers een groot belang hebben bij de integriteit van de diensten die Google aanbiedt. Recensies zijn openbaar en kunnen in beginsel alleen door de auteur worden aangepast of verwijderd. Vanwege het evident onrechtmatige karakter van de vier recensies is er aanleiding Google te veroordelen om de recensies te verwijderen en tot het afgeven van de gevorderde gegevens. Aannemelijk is immers dat eiseres schade lijdt als gevolg van de onrechtmatige recensies en dat zij hier tegenop moet kunnen treden. Zij heeft dan ook een reëel belang bij het verkrijgen van de NAW-gegevens. Vonnis: recensies moeten verwijderd worden + de gegevens moeten worden afgegeven. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:987

Interview hoogleraar BNR Nieuwsradio, ernstig criminaliserende beschuldigingen, Facebookpagina eiser, binnen de grenzen van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 10-02-2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:537

Naar aanleiding van een artikel over immigratiedienst IND op de website Oneworld.nl is een hoogleraar van de Universiteit Tilburg (gedaagde) door BNR Nieuwsradio geïnterviewd. Eiser stelt dat het door gedaagde gegeven interview ernstig criminaliserende beschuldigingen aan zijn adres bevat die geen steun vinden in de feiten. De door gedaagde in het interview aan de kaak gestelde misstand heeft echter geen betrekking op eiser als persoon. Eiser is niet het hoofdonderwerp in het gewraakte interview. Hij wordt niet bij naam genoemd en aannemelijk is dat de gemiddelde luisteraar van BNR Nieuwsradio niet weet dat gedaagde in het interview op eiser heeft gedoeld. Dit wordt mogelijk pas duidelijk indien met op de Facebookpagina van eiser terecht komt. Eiser heeft hierop namelijk zelf in de openbaarheid gebracht dat gedaagde hem bedoelde. Al met al is de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden van oordeel dat gedaagde in het interview met BNR Nieuwsradio binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting is gebleven en dat haar belangen zwaarder wegen dan die van eiser. De uitlatingen van gedaagde vinden voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal en zijn dan ook niet onrechtmatig. Vonnis: gevraagde voorzieningen worden geweigerd + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:537

Beheerder websites, opzettelijke diffamerende beschuldigingen, reputatieschade, onderzoeksjournalist, algemeen publiek belang, waakhondfunctie

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-12-2015 ECLI:NL:RBZWB:2015:8085

Gedaagde is beheerder van een aantal websites. Op deze website heeft hij een groot aantal publicaties geplaatst waarin hij de internationale financiële onderneming Dahabshiil (eiser) beschuldigt van betrokkenheid bij terrorisme, moord en het plegen van strafbare feiten. Dahabshiil betoogd dat gedaagde onrechtmatig handelt door opzettelijk diffamerende beschuldigingen over Dahabshiil te publiceren in de wetenschap dat deze onjuist zijn en te weigeren die beschuldigingen te verwijderen. Hierdoor lijdt Dahabshiil reputatieschade. De positie van gedaagde als zelfbenoemd onderzoeksjournalist misbruikt hij daardoor. Gedaagde stelt dat het publiceren van de beschuldigingen wordt gerechtvaardigd door een algemeen publiek belang en verwijst naar het arrest Sunday Times waarin het EHRM bevestigd dat journalisten ten opzichte van gewone burgers een bijzondere juridische status hebben. Websites spelen een rol in het publieke debat en vervullen een waakhondfunctie, door onderbelicht nieuws te publiceren, of maatschappelijke misstanden aan te kaarten en op de politieke agenda te laten verschijnen. Gedaagde voert overigens als verweer dat hij een waakhondfunctie heeft en stelt dat het gebruik van anonieme bronnen begrijpelijk is gelet op de aard van de verwijten die worden gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat er voor de juistheid van de beschuldigingen onvoldoende steun in de feiten kan worden gevonden. Gedaagde heeft onvoldoende bewijs voor de door hem gedane uitlatingen. Vonnis: publicaties moeten verwijderd worden + rectificatie. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:8085

Onrechtmatig review over dienstverlening, moedwillig onjuist en onnodig grievend, smadelijk en lasterlijk, waarschuwing geven aan publiek

Rechtbank Rotterdam 17-12-2015 ECLI:NL:RBROT:2015:9532

Gedaagde heeft een review geplaatst over eiser op de door eiser op het internet gehouden pagina. Eiser stelt dat de feiten die in deze recensies staan moedwillig onjuist en onnodig grievend zijn en dus onrechtmatig nu deze zijn eer en goede naam aantasten. Gedaagde heeft zich onjuist, ongenuanceerd, negatief, smadelijk en lasterlijk uitgelaten over de door eiser aan gedaagde geboden dienstverlening. Door de gedaagde is toegelicht dat het doel van de review is het geven van een waarschuwing aan het publiek. De voorzieningenrechter oordeelt dat het allereerst van belang is dat is komen vast te staan dat de gewraakte tekst een review is, waarbij het voor de lezer voldoende duidelijk is dat de inhoud slechts de mening van de schrijver weergeeft. De mogelijkheid tot het plaatsen van een review op de pagina is door eiser zelf of onder diens verantwoordelijkheid opengesteld. Bij het plaatsen van een dergelijke review heeft de schrijver de vrijheid om zijn mening te geven over de door eiser verleende dienstverlening, waarbij het stevig aanzetten van de mening en het enigszins overdrijven, zij het niet ongelimiteerd, is geoorloofd en het beginsel van hoor en wederhoor niet aan de orde is. Tevens is er niet gebleken dat de inhoud feitelijk evident onjuist is. De bewoordingen zijn bovendien niet onnodig grievend. Vonnis: vorderingen worden afgewezen met proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:9532

Onrechtmatige uitzending asielzoeker, kwetsbare positie vluchtelingen, valse voorwendselen, persoonlijke levenssfeer, uitingsvrijheid van een journalist

Rechtbank Amsterdam 15-12-2015 ECLI:NL:RBAMS:2015:8976

Eiser is van Syrische afkomst en verblijft ongeveer een maand als asielzoeker in een noodopvang. PowNed heeft in een uitzending beelden getoond van onder anderen eiser, gemaakt tijdens gesprekken met een verslaggeefster, in het bijzijn van een cameraman die de beelden heeft vastgelegd. PowNed heeft de beelden na afloop van de uitzending ook op internet geplaatst. Eiser stelt dat de uitzending een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer is en zijn eer en goede naam wordt aangetast. PowNed heeft de medewerking aan het interview onder valse voorwendselen gekregen, de uitspraken uitgelokt en de uitspraken in de uitzending totaal uit hun verband gerukt. Op geen enkele wijze wordt recht gedaan aan de inhoud van de interviews, noch wordt rekening gehouden met de kwetsbare positie waarin vluchtelingen zich bevinden. Op grond van de uitdrukkelijke mededeling van verslaggeefster dat het een ‘project for school’ betrof, behoefden de geïnterviewden er, anders dan PowNed heeft bepleit, niet op bedacht te zijn dat wat zij zeiden zou worden uitgezonden op de landelijke televisie en op internet zou worden geplaatst. Daarbij is de uitingsvrijheid van een journalist niet onbegrensd. Bij het uitoefenen van hun taken dienen journalisten zich immers te houden aan ‘verantwoordelijke’ journalistiek, waarbij zij integer moeten handelen en accurate en betrouwbare informatie dienen te verschaffen. De aantasting van het privéleven van eiser kan dan ook niet worden gerechtvaardigd met een beroep op de journalistieke vrijheid om misstanden aan de kaak te stellen. Vonnis: bevel om de reeds opgenomen beelden ontoegankelijk te maken + betalen van een voorschot op de schadevergoeding van € 2.500,-. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:8976

Non-fictie boek, onjuistheden over eiseres, spionage- of inlichtingenfunctie, eer of goede naam, vrije meningsuiting

Rechtbank Den Haag 11-12-2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:15050

Gedaagde is de schrijver van het non-fictie boek ‘de Doofpotgeneraal’. Eiseres komt veelvuldig voor in het boek en wordt met haar volledige naam genoemd. Zij stelt dat er vele onjuistheden in het boek staan over haar persoon, haar rol en de uitlatingen die zij gedaan heeft. Zij wordt afgeschilderd als iemand die een spionage- of inlichtingenfunctie had bij de Militaire Inlichtingendienst en als loslippig en babbelziek. Enkele hoofdstukken van het boek hebben online gestaan op de website van de uitgeverij. Het ligt op de weg van gedaagde om aannemelijk te maken dat zijn bronnen betrouwbaar zijn, hetgeen hij heeft nagelaten. Dit leidt tot de conclusie dat er sprake is van schadelijke publiciteit en beschuldigingen in het boek die geen steun vinden in het beschikbaar feitenmateriaal. Vonnis: verbod op verdere verspreiding en promotie van het boek + proceskostenveroordeling.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:15050

Onrechtmatige uitspraken in een boek en televisie-uitzending, alternatief daderscenario, ernst van de uitlating, onvoldoende feitenmateriaal

Rechtbank Limburg 09-12-2015 ECLI:NL:RBLIM:2015:10521

Gedaagde heeft een boek gepubliceerd waarin hij onrechtmatige uitspraken over eiseres heeft gedaan. Tevens heeft hij in een televisie-uitzending van het programma EénVandaag onrechtmatige uitspraken over haar gedaan. Met name het feit dat gedaagde de ingenomen stellingen wil gebruiken als alternatief daderscenario heeft bij eiseres veel teweeggebracht. Of gedaagde een beschuldiging heeft geuit in de richting van eiseres is op zich niet doorslaggevend. Het gaat om de ernst van de uitlating, zij het een verdenking, dan wel een suggestie, en om de mate waarin die uitlating steun vond in het door gedaagde gepresenteerde feitenmateriaal. Naar het oordeel van de rechtbank vinden de omstreden uitlatingen onvoldoende steun in de in het boek en de televisie-uitzending gepresenteerde feiten. Bovendien kan voor de omstreden wijze van handelen geen rechtvaardiging worden gevonden in de stelling van gedaagde, dat het bespreken van alternatieve scenario’s onvermijdelijk is en dat hij als auteur en wetenschapper een alternatief scenario zal moeten aantonen. De omstreden uitlatingen zijn beschuldigend van aard, in die zin dat zij betrokkenheid bij een zeer ernstig delict suggereren. Vanwege de aard van die uitlatingen kunnen deze ernstige gevolgen hebben voor eiseres. Het belang dat gedaagde nastreefde met de omstreden gedeelten van zijn publicatie weegt niet op tegen het belang van eiseres, om niet door de omstreden publicaties te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Vonnis: schadevergoeding € 17.500,- + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2015:10521

Concurrerende onderneming, negatief uitgelaten op social media, gefailleerden, harde kern

Rechtbank Midden-Nederland 04-12-2015 ECLI:NL:RBMNE:2015:8979

Een oud-bestuurder van een gefailleerde onderneming (gedaagde) is een concurrerende onderneming gestart en hij heeft daarbij een aantal oud-medewerkers benaderd met hem mee te gaan. Daarnaast heeft hij zich op social media meerdere malen negatief uitgelaten over eiseres en frustreert hij daarmee de marketingsactiviteiten van eiseres. Zowel de failliete boedel van gefailleerden als eiseres lijden hierdoor nadeel. De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde onrechtmatig handelde met zijn uitlatingen op onder andere de website van gefailleerden zelf. Ook de uitlatingen op social media zijn onrechtmatig, voor zover het de boodschap betreft dat de ‘harde kern’ van gefailleerden meegaat naar zijn nieuwe onderneming. De boodschap is immers dat hoewel de activa zijn verkocht, de onderneming als vanouds wordt gevoerd door gedaagde en zijn mensen en niet door de kopers. Vonnis: verbod op dergelijke uitingen op social media voor één jaar + rectificatie. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:8979

Ernstige beschuldigingen, professionele hoedanigheid, karaktermoord, journalist, geen feitenmateriaal

Rechtbank Amsterdam 26-11-2015 ECLI:NL:RBAMS:2015:8601

Gedaagde heeft op een website een groot aantal ernstige beschuldigingen geplaatst over eiser, die op dezelfde wijze in boekvorm openbaar gemaakt worden. De geuite zware beschuldigingen van strafbare feiten heeft een negatief effect op zijn reputatie als advocaat en curator. Het is aan gedaagde als ‘journalist’ om inzichtelijk te maken op welk feitenmateriaal hij zijn uitlatingen baseert. Dit heeft gedaagde nagelaten. Van eiser wordt een dusdanig negatief beeld geschetst, dat niet anders kan worden geconcludeerd dat sprake is van (een poging tot) karaktermoord. Mede gelet op de gevolgen die dit voor eiser als persoon en in zijn professionele hoedanigheid als advocaat en curator kan hebben, worden de uitlatingen als onrechtmatig aangemerkt. Vonnis: gedaagde moet uitlatingen verwijderen alsmede een rectificatie plaatsen op de website.http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:8601

Onrechtmatige uitingen over thuiszorg, beledigend, lasterlijk, geen spoedeisen belang

Rechtbank Rotterdam 16-10-2015 ECLI:NL:RBROT:2015:7637

Ambachtzorg (eiser) heeft thuiszorg verleend aan de ouders van gedaagden. Gedaagden vinden dat de zorg die zij aan hun vader verleende niet goed was. Zij hebben hierover uitlatingen gedaan op internet. Eiser vordert dat alle beledigende, lasterlijke, althans onrechtmatige uitlatingen die betrekking hebben op Ambachtzorg en/of haar medewerkers worden verwijderd van internet alsmede een rectificatie te plaatsen op Facebook en Twitter. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de uitlatingen niet onrechtmatig zijn. Bovendien is er geen reden om aan te nemen dat gedaagden zich in de toekomst op onrechtmatige wijze zullen uitlaten jegens Ambachtzorg, zodat niet is gebleken dat sprake is van een spoedeisend belang. Vonnis: vorderingen worden afgewezen met een proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:7637

Beschuldigingen dat Wendy van Dijk een cocaïneverslaving heeft, onrechtmatig, ongerechtvaardigd afbreuk aan imago, rectificatie

Rechtbank Amsterdam 16-10-2015 ECLI:NL:RBAMS:2015:7167

Het tijdschrift Quote (gedaagde) is in papieren en digitale vorm verkrijgbaar. Zij stelt tegen betaling ruimte op haar website ter beschikking aan derden voor reclamedoeleinden. Blendle heeft op quotenet.nl een bericht geplaatst over Wendy van Dijk (eiseres). Het bericht bevat de grievende beschuldigingen dat Wendy van Dijk een cocaïneverslaving heeft gehad, waarvan zij in een kliniek heeft moeten afkicken. Wendy van Dijk vordert dat Quote iedere verspreiding staakt, zij voor een maand een rectificatie plaatst in papieren en digitale editie van het tijdschrift en een schadevergoeding van € 15.000,-. Zij stelt dat het bericht zware en pijnlijke beschuldigingen aan haar adres bevat die volledig ongefundeerd zijn en haar persoonlijke levenssfeer aantasten. Het bericht doet daarnaast ongerechtvaardigd afbreuk aan het imago die zij met haar werkzaamheden in de afgelopen jaren heeft opgebouwd als iemand die in staat en opkomt voor gezondheid. Quote voert aan dat het bericht door Blendle op haar website is geplaatst en Blendle valt niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van Quote. Zij kan dus geen invloed uitoefenen op hetgeen Blendle wenst te publiceren. Het mag zo zijn, zoals Quote heeft aangevoerd, dat het gebruik van cocaïne in bepaalde lagen van de bevolking steeds meer ingeburgerd raakt, maar dat laat onverlet dat de associatie met de drug schadelijke gevolgen kan hebben voor degene die van het gebruik daarvan wordt beschuldigd. Wendy Van Dijk heeft weliswaar als bekende persoonlijkheid in de regel een verdergaande inbreuk op haar privéleven te dulden dan een persoon die geen algemene bekendheid geniet, maar ook zij heeft binnen bepaalde grenzen recht op bescherming van haar privacy. Voor zover Quote heeft betoog dat het bericht op haar website is geplaatst door Blendle wordt overwogen dat ook indien Quote delen van haar website aan derden tegen betaling ter beschikking stelt voor reclamedoeleinden, zij voor de inhoud van hetgeen op haar website wordt geplaatst verantwoordelijk blijft. Vonnis: veroordeling tot rectificatie in papieren en digitale editie van het tijdschrift + € 5.000,- schadevergoeding.http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:7167

Uitlatingen op Facebook en Twitter over zwanendriften, eigen waarnemingen, onjuist, onnodig grievend of anderszins onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 14-10-2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:11856

Gedaagde publiceert uitlatingen over eisers op internet in verband met zwanendriften. Eisers stellen zich op het standpunt dat hun goede naam wordt geschaad en dat zij als gevolg van de uitlatingen worden bedreigd. Gedaagde handelt onrechtmatig en zij dient haar gedragingen dan ook zo spoedig mogelijk te staken. De geplaatste berichten geven een beschrijving van eigen waarnemingen van gedaagde, die zij heeft vastgelegd met een camera. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de berichten op zodanige wijze steun vinden in de feiten dat van onrechtmatigheid geen sprake is. Er is onvoldoende gebleken dat de door gedaagde op Facebook en Twitter over eisers gedane uitlatingen onjuist, onnodig grievend of anderszins onrechtmatig jegens hen zijn. Derhalve valt niet in te zien waarom gedaagde zich van dergelijke uitlatingen zou dienen te onthouden. Vonnis: vorderingen eisers worden afgewezen met proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:11856

Negatieve teksten en foto’s op website, gebeurtenissen en misstanden in het onderwijsveld, ernstige privacy schending, geen grondslag in het feitenmateriaal, bewust beschadigen

Rechtbank Midden-Nederland 02-10-2015 ECLI:NL:RBMNE:2015:7250

Gedaagde heeft negatieve teksten en foto’s op een website geplaatst om aandacht te vragen voor gebeurtenissen en misstanden in het onderwijsveld . Eisers vinden dat de uitlatingen die gedaagde over hen heeft geplaatst te ver gaan. Eisers vorderen dat gedaagde de uitlatingen op de website verwijdert. De voorzieningenrecht acht het te ver gaan dat ook de kinderen van eisers in de uitlatingen voorkomen. Eisers hebben deze vorm terecht als een ernstige schending van hun privacy ervaren. De verwijten die geen grondslag in het feitenmateriaal vinden en de alinea’s waarin sprake is van het bewust willen beschadigen van eiser, dienen te worden verwijderd. Vonnis: gedeelte van de vorderingen van eisers worden toegewezen. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:7250

Geschil over een vergelijkend prijsonderzoek, reparatiepercentage, zorgvuldigheidsnorm, naar eigen onderzoek verkregen gegevens, rectificatie

Rechtbank Den Haag 30-09-2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:11224

Geschil over publicatie van Consumentenbond (gedaagde) over pechhulp. Gedaagde heeft een vergelijkend prijsonderzoek verricht onder een zestal pechhulpdiensten, waaronder de ANWB Wegenwacht (eiser) en hier een artikel over gemaakt dat tevens is gepubliceerd op hun website. In het onderzoek is, ondanks het herhaaldelijk daartoe door de ANWB gedane verzoek, niet het reparatiepercentage van de ANWB en dat van de andere pechhulpverleners betrokken. Eiser vordert dat het de Consumentenbond wordt verboden de pechhulpdienst van de ANWB in het openbaar te vergelijken met andere aanbieders van pechhulpdiensten zonder daarin het reparatiepercentage te betrekken alsmede het artikel te rectificeren. De Consumentenbond heeft bij zijn publicaties aan een strengen zorgvuldigheidsnorm te voldoen gezien het gegeven dat door het in aanmerking komende publiek aan publicaties van de Consumentenbond groot gezag wordt toegekend en dat deze grote invloed hebben. De Consumentenbond betoogt dat het hem in beginsel vrijstaat te bepalen wat hij wel of niet onderzoekt en op welke wijze hij zijn onderzoeken vormgeeft. Er is louter een prijsvergelijking gemaakt waarbij de kwaliteit van de pechhulpdiensten betrokken is. De publicatie bevat geen onjuistheden en is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het de Consumentenbond in redelijkheid vrij staat zich op het standpunt te stellen dat hij zich slechts baseert op na eigen onderzoek verkregen, objectieve, gegevens en niet op gegevens de gegevens die de ANWB aan hem heeft verstrekt. Het artikel is ‘slechts’ onrechtmatig jegens de ANWB voor zover daarin niet nadrukkelijk is gewezen op het wezenlijke belang van het reparatiepercentage van de desbetreffende pechhulpdienst voor de bij pech in Nederland uiteindelijk door de automobilist te betalen prijs. Vonnis: gevorderde rectificatie wordt toegewezen. Proceskosten worden verdeeld. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:11224

RBS beschuldigt van fraude, uitlatingen plaatsen op internet, verboden en geboden opgelegd bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij lijfsdwang

Rechtbank Den Haag 24-09-2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:11177

In een vonnis in kort geding zijn een aantal verboden en geboden aan gedaagde opgelegd. Na het verstrijken van de in het vonnis genoemde termijn van een jaar waarin de geboden en verboden uitvoerbaar bij lijfsdwang waren, handelt gedaagde opnieuw in strijd met deze geboden en verboden door onder meer e-mails te verzenden aan de wereldwijde opererende bank The Royal Bank of Scotland (eiser) en door uitlatingen over de bank te plaatsen op internet, waarbij zij beschuldigt wordt van fraude. Nu gedaagde zich niet vrijwillig houdt aan de verboden en geboden en het uitwinnen van dwangsommen niet effectief blijkt, staat eiser geen ander middel ter beschikking dan de gevorderde uitvoerbaarheid bij lijfsdwang. Dit middel is in het verleden ten aanzien van gedaagde effectief gebleken en daarom vordert eiser om dit middel voor onbepaalde tijd op te leggen. Gedaagde stelt dat hij de berichtgeving niet kan stoppen en de berichten niet van internet kan verwijderen, omdat hij met deze berichtgeving een groter belang dient. Volgens hem loopt er in Amerika een procedure tegen eiser en is hem in verband daarmee gevraagd om de berichtgeving niet te staken althans de berichten niet te verwijderen. De voorzieningenrechter passeert dit verweer omdat gedaagde zijn stelling niet onderbouwd. Vonnis: verboden en geboden worden voor de periode van maximaal vijf jaar uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaart. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:11177

Uitzending heimelijke gemaakte opnamen prevaleert, inbreuk op portretrecht, grote maatschappelijke gevolgen, Nederlandse samenleving blijvend belangstelling

Rechtbank Amsterdam 20-09-2015 ECLI:NL:RBAMS:2015:6674

Eiser 1 is voorwaardelijke vrijgesteld. Aan zijn vrijlating zijn voorwaarden verbonden. Eiser 2 is benaderd om heimelijke beeld- en geluidsopnamen van een gesprek tussen hem en eiser 1 te maken. Blijkens de verklaringen van KRO-NCRV (gedaagde) wordt in de opnamen de vraag aan de orde gesteld of eiser 1 zich houdt aan de voorwaarden die zijn gesteld aan zijn voorwaardelijke vrijstelling. Eisers vorderen dat KRO-NCRV de gemaakte beelden niet mag uitzending en hebben bezwaar gemaakt tegen de conclusie dat eiser een of meer voorwaarden heeft overtreden. Uitzending van de beelden is onrechtmatig jegens hen. Ook stellen zij dat er door het uitzenden van de beelden een inbreuk op hun portretrecht wordt gemaakt. De voorzieningenrechter oordeelt dat vanwege de ernst van het door de eiser 1 gepleegde misdrijf en de grote maatschappelijke gevolgen daarvan, de Nederlandse samenleving naar verwachting blijvend belangstelling zal hebben voor de handelingen in woord en de daad van eiser 1. Aannemelijk is dat eiser 1 in de heimelijk opgenomen gesprekken uitlatingen doet die in verband kunnen worden gebracht met de voorwaarden die aan zijn vrijlating zijn gesteld. Het belang van KRO-NCRV bij uitzending van de heimelijk gemaakte opnamen prevaleert boven dat van eisers bij eerbiediging van hun privacy. Vonnis: vorderingen afgewezen met veroordeling in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:6674

Artikelen in het dagblad BN DeStem onrechtmatig, Steve Jobs basisschool, foutieve misleidende informatie, boodschappersfunctie, publiek figuur

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-09-2015 ECLI:NL:RBZWB:2015:5850

Eiser is medeoprichter en directeur geweest van de Steve Jobs basisschool. De uitgever van het regionale dagblad BN DeStem (gedaagde) heeft uitlatingen gepubliceerd over deze school in de krant en op het internet. Eiser stelt dat gedaagde door het publiceren van foutieve misleidende informatie onrechtmatig heeft gehandeld. De voorzieningenrecht passeert dit standpunt aangezien deze niet nader feitelijk door eiser is onderbouwd. Gedaagde voert aan dat een van de functies van de pers de boodschappersfunctie is, waarbij de pers uitlatingen van derden weergeeft. In die functie heeft BN DeStem klachten van ouders en oud-medewerkers in het artikel weergegeven. Ook de uitlatingen ‘opvliegend karakter’ en ‘frauduleuze administratie’ worden duidelijk toegeschreven aan de klagers. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt. Tevens heeft eiser veelvuldig de media opgezocht waardoor hij een publiek figuur is die meer heeft te dulden dan de gemiddelde persoon. Vonnis: vorderingen van eiser worden afgewezen met proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:5850

Zonder toestemming aflevering uitzenden, beschuldigd beramen van een huurmoord, herpublicatie op YouTube, ernst van de misstand, matter of public interest

Rechtbank Midden-Nederland 12-08-2015 ECLI:NL:RBMNE:2015:6002

Endemol Nederland B.V. (gedaagde) heeft zonder de toestemming van eiser een aflevering uitgezonden waarin zijn gezicht en persoonsgegevens openbaar worden gemaakt. Hij wordt in de uitzending beschuldigd van het beramen van een huurmoord. Eiser vordert dat gedaagde de (her)publicatie van de tv-uitzending op YouTube verwijdert. Gedaagde voert daarentegen aan dat zijn programma een journalistiek programma is. Een beperking van de uitingsvrijheid is dus niet snel noodzakelijk. Vanwege de ernst van de misstand en de mate waarin de beschuldigingen worden gesteund door het ter beschikking staande feitenmateriaal, dient de belangenafweging in dit geval in het voordeel van de vrijheid van meningsuiting uit te vallen. De zaak is van groot publiek belang en het beramen van een huurmoord is een misstand. Wat betreft het plaatsen van de tv-uitzending op YouTube voert Endemol het verweer dat zij niemand kent met die naam die aan hen is gelieerd. Bovendien kan zij niet zelf de tv-uitzending verwijderen maar kan zij slecht daartoe een verzoek aan YouTube doen. De misstand die in de tv-uitzending naar voren wordt gebracht, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter van zodanige ernst dat gesproken kan worden van een ‘matter of public interest’. De enkele stelling van eiser dat Endemol de hand heeft gehad in het plaatsen van de tv-uitzending op YouTube is onvoldoende om de vordering tot verwijdering toe te wijzen. Immers, heeft eiser op geen enkele wijze aangegeven waarop zijn stelling is gebaseerd. Bovendien betwist Endemol dat degene die het filmpje op YouTube heeft geplaatst aan haar is gelieerd. Dat Endemol auteursrechthebbende is van de beelden, doet aan het vorenstaande evenmin af. Vonnis: vorderingen van eiser worden afgewezen met proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:6002

Naamsvermelding in boek, schietpartij, bardame, persoonlijke levenssfeer, schadevergoeding

Rechtbank Rotterdam 07-07-2015 ECLI:NL:RBROT:2015:4812

Het boek “Rotterdamse Penoze” behandelt het criminele milieu in en rond Rotterdam in de afgelopen jaren. In het boek wordt ingegaan op de schietpartij in Café Inn & Out te Rotterdam. Eiseres werkte destijds als barvrouw in dit café. Zij is bij de schietpartij zwaar gewond geraakt en heeft daarbij een dwarslaesie opgelopen. In het boek wordt eiseres moet voor- en achternaam vermeld. Door de vermelding van haar naam wordt zij aangetast in haar persoonlijke levenssfeer en de naamsvermelding is niet noodzakelijk. De auteur en uitgever van het boek worden door eiseres gedagvaard. Zij vordert dat gedaagden de voor- en achternaam wijzigen in “de bardame” en zij haar schade vergoeden. De door eiseres gestelde inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer door de naamsvermelding is niet aannemelijk. Aan een afweging van het recht van eiseres op bescherming tegen een dergelijke inbreuk en vrijheid van meningsuiting waarop gedaagden zich beroepen wordt derhalve niet toegekomen. Vonnis: vorderingen worden afgewezen met veroordeling van eiseres in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2015:4812

Moord op partner, Google, Federatie, vrijheid van meningsuiting, bescherming persoonlijke levenssfeer, recht om als dader te worden vergeten

Rechtbank Noord-Nederland 01-05-2015 ECLI:NL:RBNNE:2015:2122

Eiser is veroordeeld voor moord op zijn partner (hierna H). Op internet werd er door Google een verbinding gelegd tussen de naam van eiser en zijn veroordeling. Eiser heeft Google verzocht deze link tussen zijn persoon en deze daad te verwijderen. Aan dit verzoek heeft Google inmiddels gevolg gegeven. Op de website van Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (gedaagde) is een bericht van de vader van H, samen met het verzoek van eiser aan Google en het persbericht van de veroordeling geplaatst. Bij het opgeven van de volledige naam van eiser als zoekterm in Google wordt als eerste zoekresultaat een link weergegeven die verwijst naar de pagina van de website. Eiser vordert dat de Federatie de publicatie op de website verwijdert. Hij heeft zich met betrekking tot zijn vordering beroepen op de Wet bescherming persoonsgegevens, het arrest Google Spain alsmede op onrechtmatig handelen van de gedaagden. Gedaagde bepleit de vrijheid om zich publiekelijk te uiten over eiser. Vrijheid van meningsuiting bestaat mede om de gemeenschap blijvend geïnformeerd te laten zijn omtrent gruwelijke misdrijven die gepleegd zijn en de samenleving heeft er recht op te weten wie de persoon van eiser is en wat hij heeft gedaan. De doelstelling van de Federatie is gelegen in de aandacht vragen voor het slachtoffer. De voorzieningenrechter oordeelt dat niemand kan ontkennen dat gedaagde een gerechtvaardigd belang heeft bij het aldus levend houden van hetgeen gebeurd is. Indien zij dit belang willen behartigen, is het noodzakelijk dat zij de publicatie op internet plaatst want op deze manier wordt een zo groot mogelijk publiek bereikt. Tevens lijkt de eiser nog niet echt tot een inzicht in het verwerpelijke karakter van zijn daad te zijn gekomen. Dit verhoudt zich slecht met een recht om als dader te worden vergeten. Alles afwegende acht de voorzieningenrechter het belang van gedaagden bij het uitoefenen van hun recht op vrije meningsuiting op de wijze waarop zij dat hier doen, op dit moment zwaarwegender dan het recht van eiser op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Vonnis: vordering van eiser wordt afgewezen + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:2122

Uitlatingen, erotische feesten, Sexy Susi, misleiden, goede naam, omhoog plaatsen advertenties

Rechtbank Den Haag 08-04-2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:5325

Eisers maken gebruik van de website vipgangbang.nl waar zij onder meer een erotisch feest op hebben aangekondigd waarbij staat vermeld dat zij Sexy Susi zullen presenteren. Gedaagde organiseert ook erotische feesten en heeft een e-mailbericht verzonden aan info@tippelpagina.nl waarin hij een dergelijk feest aankondigt. In dit bericht heeft hij zich uitgelaten over het feest van de eisers. Eisers stellen dat de uitlatingen in dit bericht nergens op gebaseerd zijn, hier geen bewijs voor is en deze niet hun weerslag in de feiten vinden. De goede naam van de eiser wordt hierdoor aangetast. Volgens eisers suggereert het bericht namelijk dat zij Sexy Susi hebben beïnvloed om niet op het feest van gedaagde te komen en dat zij mensen misleiden. Dit is echter niet wat in het bericht staat. Er staat namelijk dat eiser Sexy Susi naar hem heeft overgehaald. Gezien de tekst van de aankondiging van het feest moet vastgelegd worden dat eiser Sexy Susi inderdaad bereid heeft gevonden om op zijn feest te verschijnen. Verder wordt vermeld dat gedaagde eisers ervan verdenkt advertenties op sexjobs.nl omhoog te plaatsen. Uit hetgeen door beide partijen is gesteld, blijkt echter dat op de website sexjobs.nl eenieder advertenties omhoog kan plaatsen. Wat daar oneigenlijk of misleidend aan zou zijn, is niet nader toegelicht. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze uitlating niet onrechtmatig is. Vonnis: vorderingen van eisers worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:5325

Onrechtmatige uitingen tegen achmea, Twitter, blogs, buitenproportioneel, beledigend, bedreigend, lijfsdwang

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-03-2015 ECLI:NL:GHARL:2015:2169

In een bestreden kort geding is eiser veroordeeld voor het plaatsen van blogs, tweets en andere uitingen op internet met betrekking tot Achmea c.s. (gedaagde). Ook in het geval er wordt aangenomen dat de inhoud van de blogs en tweets op feiten is gebaseerd en in die zin rechtmatig is aan te merken, acht de voorzieningenrechter deze buitenproportioneel, beledigend en met name voor de individuele medewerkers van Achmea en Wilhelmina Ziekenhuis bedreigend. Eiser komt op tegen dit voorlopig oordeel. Hij betwist dat hij degene is geweest die de onrechtmatige uitlatingen op de blogs en twitter heeft geplaatst. Er is een geschil ontstaan over een factuur voor een uitgevoerde medische handelingen in het Wilhelmina Ziekenhuis. Eiser heeft via brieven en e-mailberichten bij Achmea en het Wilhelmina Ziekenhuis bezwaar hiertegen gemaakt. Op een zeker moment is hij in zijn berichten naar de onrechtmatige teksten in de blogs gaan verwijzen. Het woordgebruik in de door eiser verzonden berichten vertoont een sterke gelijkenis met de teksten op de blogs. Dit wijst erop dat eiser degene is geweest die de berichten op de blogs heeft geplaatst. Voorts is een twitteraccount geactiveerd. Op dit account worden werknemers van Achmea en het Wilhelmina Ziekenhuis tot wie eiser zich in brieven heeft gericht met name genoemd en wordt er verwezen naar de blogs. Op basis hiervan is ook naar het oordeel van het hof voldoende aannemelijk geworden dat eiser de onrechtmatig geachte uitlatingen op de blogs en tweets heeft geplaatst. Nu in dit hoger beroep voldoende aannemelijk is geworden dat dwangsommen geen afdoende dwangmiddel zijn, zal het hof het dwangmiddel van lijfsdwang opleggen. Vonnis: vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigt, lijfsdwang + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:2169

Onrechtmatig, beschuldigingen, Reformatorisch Dagblad, Erdee, zoekmachine, Google, artikelen

Rechtbank Amsterdam 11-03-2015 ECLI:NL:RBAMS:2015:1958

In de krant Reformatorisch Dagblad (hierna RD) zijn diverse artikelen verschenen waarin onrechtmatige beschuldigingen over eiser staan. Deze artikelen zijn opgenomen in het archief van Erdee (gedaagde). Dit archief is te vinden op de websites: www.refdag.nl en www.digibron.nl. Indien er in de zoekmachine van google.nl op de naam van eiser wordt gezocht, verschijnen de betreffende artikelen. Naar aanleiding van een en ander is er op een later tijdstip een artikel (artikel IV) in RD geplaatst onder de titel “Beschuldigingen tegen [eiser] ingetrokken”. De voorzieningenrecht oordeelt dat de publicatie van de beschuldigende artikelen op www.refdag.nl niet onrechtmatig zijn nu bij die publicatie verwezen wordt naar artikel IV. Dat ligt anders bij de publicatie op www.digibron.nl. Bij die publicatie wordt namelijk geen verwijzing naar het bijbehorende artikel opgenomen: in beginsel onrechtmatig. Vonnis: instructie geven aan google waardoor de artikelen niet langer in de zoekresultaten voorkomen. Proceskosten worden verdeeld. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:1958

KPMG, container-kwestie, voorzieningenrechter, Google, artikelen, onnodig diffamerend, Costeja-arrest

Rechtbank Amsterdam 12-02-2015 ECLI:NL:RBAMS:2015:716

In deze kort geding procedure vordert een KPMG-partner (eiser) dat Google (gedaagde) de url’s van artikelen, die worden gevonden als op zijn naam wordt gezocht, verwijdert. De artikelen hebben betrekking op het verblijf van de KPMG-partner in een container tijdens de verbouwing van zijn huis. Het verblijf was noodgedwongen, omdat er een geschil met de aannemer was ontstaan over de kosten. Eiser beroep zich op de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp) en het zogenoemde Costeja-arrest, alsmede op onrechtmatig handelen van Google. Doordat de artikelen op internet te vinden zijn, ondervindt eiser nog steeds de nare gevolgen van het onterechte handelen van de aannemer. Daarnaast is het ook schadelijk voor zijn carrière. Dat de KPMG-partner het onprettig vindt om steeds geconfronteerd te moeten worden met de ‘container-kwestie’ is goed voorstelbaar, maar de voorzieningenrecht oordeelt dat het niet opweegt tegen het recht van Google op informatievrijheid. Tevens valt het niet in te zien dat de artikelen onnodig diffamerend zijn. Vonnis: vordering tot verwijdering wordt afgewezen + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:716

Avrotros, onrechtmatige uiting, fraudezaak, vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 05-02-2015 ECLI:NL:RBAMS:2015:740

Avrotros heeft eiser ten onrechte in een uitzending als mededader van een fraudezaak aangemerkt en heeft zijn foto getoond. De voorzieningenrechter oordeelt dat het recht ter bescherming van eer en goede naam zwaarder weegt dan het recht van Avrotros op vrijheid van meningsuiting. Eiser heeft door de uitzending en de informatie op de internetsite van Avrotros schade geleden. Hij heeft daarom belang bij verwijdering van elke foutieve berichtgeving met daarin zijn (roep)naam. Tevens heeft hij belang bij een rectificatie. Gelet op de gevolgen voor eiser van het noemen van zijn volledige naam in combinatie met zijn foto wordt het noodzakelijk geacht dat Avrotros deze vervangt door initialen. Een rectificatie op de website acht de voorzieningenrechter onnodig. Vonnis: wijziging berichtgeving met dwangsom + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:740

Facebook, beschuldigingen, laster, smaad, belaging, biologische vader, vrijheid van meningsuiting

Rechtbank Amsterdam 01-12-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:8364

Conflict over bericht op Facebook door biologische vader die zijn kind al lang niet gezien heeft. Eiseres stelt dat gedaagde zich schuldig heeft gemaakt aan laster, smaad dan wel belaging, hetgeen als onrechtmatig jegens eiseres kan worden aangemerkt. Volgens haar is het bericht feitelijk onjuist. Gelet op de reacties van derden op het bericht vreest eiseres dat er personen zijn die de beschuldigingen serieus zullen nemen. Gedaagde voert aan dat het hem vrij staat zijn ervaringen op het internet te delen met eenieder die daarvan kennis wenst te nemen. Het bericht kan niet als onrechtmatig worden aangemerkt omdat het geen feitelijke onjuistheden bevat. Bovendien kan het niet als grievend jegens eiseres worden aangemerkt. Dat eiseres naar aanleiding van het bericht door derden is benaderd is evenmin aangetoond. De voorzieningenrechter oordeelt dat voorshands niet kan worden aangenomen dat het bericht op enig onderdeel feitelijk onjuist is. Noch de tekst noch de strekking van dit bericht kan als onrechtmatig jegens eiseres worden aangemerkt. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het bericht het kind van eiseres en gedaagde in haar goede eer of naam heeft aangetast en er is niet gebleken dat zij van het bericht nadelige gevolgen heeft ondervonden. De conclusie is dus dat gedaagde vrij stond het bericht op zijn Facebook te plaatsen. Vonnis: gevraagde voorzieningen worden geweigerd. Eisers wordt veroordeeld in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:8364

Artikelen op website onrechtmatig, deugdelijk bronnenonderzoek, feitenmateriaal, professionele journalist, nieuwswaarde, portretrecht

Rechtbank Amsterdam 18-09-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:6151

Eiser vordert dat Coöperatieve Crimesite Camilleri (gedaagde) alle onrechtmatige uitlatingen over eiser, zijn naam, het portret en andere privégegevens van het internet verwijdert. Daarbij moet zij google verzoeken om de cache van de zoekmachine aan te passen zodat zijn gegevens niet meer via de zoekmachine vindbaar is. Alsmede een rectificatie waarin is opgenomen dat de beschuldigingen onjuist zijn en niet met feiten gestaafd. Als gevolg van de publicaties heeft eiser reeds inkomsten gemist en is het voor hem onmogelijk een baan te vinden. Iedere potentiële werkgever zal worden afgeschrikt door de zoekresultaten die bovenkomen indien de naam van eiser wordt ingetoetst in Google. Gedaagde voert het verweer dat zij een professionele journalist is die een reputatie hoog te houden heeft. De toon op de website is scherp en kritisch, maar de publicaties berusten op deugdelijk bronnenonderzoek. Gedaagde kan elke in het petitum genoemde beschuldigingen met feiten staven. Voorts voert gedaagde aan dat het plaatsen van portretten bij de artikelen wordt gerechtvaardigd door de nieuwswaarde van die artikelen. Gedaagde heeft het verwijt van eiser dat de artikelen inhoudelijk onjuist zij niet op deugdelijke wijze tegengesproken. Dat zij zich op de bescherming van haar bronnen beroept maakt niet dat zij niet inzichtelijk zou kunnen maken op welk feitenmateriaal haar publicaties zijn gebaseerd. Gezien het feit dat de verdenkingen bijzonder ernstig van aard zijn en dit ernstige gevolgen kan hebben voor eiser, weegt het recht op bescherming van goede naam zwaarder dan de vrijheid van meningsuiting. De nieuwswaarde van de foto’s acht de voorzieningenrechter gering, aangezien eiser niet kan worden aangemerkt als publieke persoon. Vonnis: de vorderingen van eiser worden toegewezen. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:6151

Misdaadverslaggever, Costeja-arrest, Google Search, zoekresultaten, irrelevant, buitensporig, onnodig diffamerend

Rechtbank Amsterdam 18-09-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:6118

In een aflevering van het programma “Misdaadverslaggever” zijn afbeeldingen getoond waarin een escortbaas (eiser) met een huurmoordenaar bespreekt hoe hij een concurrent kan laten liquideren. Eiser is hiervoor veroordeeld en vordert dat Google Search (gedaagde) de links die verwijzen naar zijn veroordeling verwijdert. Bij het opleggen van beperkingen aan de werking van een zoekmachine als Google Search is terughoudendheid geboden. De functie van catalogus zou ernstig worden belemmerd indien er strenge beperkingen zouden plaatsvinden. Het Costeja-arrest beschermt personen alleen tegen het langdurig ‘achtervolg’ worden door berichten die ‘irrelevant’, ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn. Veroordeling voor een ernstig misdrijf is in het algemeen blijvend relevante informatie over een persoon. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zullen deze ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet voldoende onderbouwd heeft waarom de links irrelevant, buitensporig of onnodig diffamerend zijn. Tevens heeft eiser het spoedeisend belang bij zijn vorderingen onvoldoende aangetoond. Vonnis: de vordering tot verwijdering wordt afgewezen met proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:6118

Stichting Nationaal Wanbetalersregister, debiteur tot betaling bewegen, handelsnaam en kvk-nummer, persoonsgegevens, zwarte lijst op internet

Rechtbank Amsterdam 12-09-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:5938

De Stichting Nationaal Wanbetalersregister (gedaagde) heeft een register aangemaakt om een debiteur tot betaling te bewegen. Dit register is opgenomen op hun website. Bij e-mail heeft de Stichting eiser bericht dat hij is aangemeld bij het register en dat hij ter voorkoming van plaatsing 48 uur in de gelegenheid wordt gesteld om alsnog te betalen. Eiser heeft niet aan dit verzoek voldaan waardoor de registratie is opgenomen in het register. Eiser vordert dat de registratie verwijderd wordt. Hij legt aan zijn vordering ten grondslag dat de registratie onrechtmatig is. De Stichting biedt geen redelijke mogelijkheid tot wederhoor. De enige mogelijkheid voor verwijdering betreft betaling. Tevens wordt er in strijd gehandeld met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Met de (handels)naam en het kvk-nummer kan immers de voor- en achternaam van eiser eenvoudig worden achterhaald. De Stichting stelt dat de Wbp niet van toepassing is nu de Stichting de gegevens uitsluitend verwerkt voor journalistieke doeleinden. Bovendien zal toewijzing van de vordering leiden tot een beperking van haar vrijheid van meningsuiting. De voorzieningenrechter oordeelt dat de registratie voor wat betreft de naam en het kvk-nummer van eiser in dit geval als de verwerking van persoonsgegevens kan worden aangemerkt. Dit is slecht toegestaan indien dat in overeenstemming met de wet en op een behoorlijke en zorgvuldige wijze plaatsvindt. Daarbij is er geen sprake van journalistieke werkzaamheden want de aangeleverde informatie wordt zonder verdere verwerking gepubliceerd. Hier is veeleer sprake van een zwarte lijst. Het doel hiervan is bedrijven in staat te stellen te beoordelen of zij met een bepaalde persoon een overeenkomst willen aangaan. Een zwarte lijst moet beperkt blijven tot een nauw omschreven kring van gebruikers en mag niet op internet voor een ieder toegankelijk worden gemaakt. Vonnis: naam en het kvk-nummer van eiser moeten uit het register worden verwijderd met een dwangsom + proceskostenveroordeling.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:5938

Tros, Opgelicht, dossier veroordeling op website, vrijheid van meningsuiting, privacybelang

Rechtbank Amsterdam 10-09-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:5809

Tros (gedaagde) heeft in het programma Opgelicht?! aandacht besteed aan de veroordeling voor verduistering van eiser. Daarbij is tevens het dossier van de zaak op de website van het programma geplaatst. De naam van eiser is daarin afgekort tot alleen zijn initialen. Het vonnis van de veroordeling van eiser is in een uitzending van Tros aan de orde gekomen. Een gedeelte van deze uitzending is thans nog via de website te bekijken. Eiser wil dat zijn dossier van de website wordt verwijderd en heeft Tros daarover verschillende malen benaderd. Hij stelt dat Tros hem publiekelijk aan de schandpaal heeft genageld, nog voordat hij door de politie als verdachte was aangemerkt. Het is voor eiser onmogelijk een baan te vinden, omdat men zijn naam googelt en uitkomt op de website van Opgelicht?!. Hij heeft zijn straf gehad en zou een nieuwe start moeten kunnen maken in de samenleving, maar dat wordt hem door Tros onmogelijk gemaakt. Tros voert het verweer dat zij in het kader van de vrijheid van meningsuiting het recht heeft anderen te informeren, voor te lichten en te waarschuwen over allerlei maatschappelijke verschijnselen en misstanden. Tevens is het dossier alleen toegankelijk voor iemand die daar in het archief naar opzoek gaat. Het dossier is geanonimiseerd doordat alleen de initialen worden gebruikt en doordat het gelaat onherkenbaar is gemaakt op de beelden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de gepubliceerde informatie nadelig is voor eiser, dat hij zijn straf heeft uitgezeten en een nieuwe kans verdient echter niet voldoende is voor het toewijzen van zijn vorderingen. Hetgeen Tros publiceert vindt voldoende steun in de feiten waardoor eiser niet lichtvaardig wordt beschuldigd. Voorts is Tros voldoende tegemoet gekomen aan het privacybelang van eiser door hem te anonimiseren. Vonnis: vordering tot verwijdering wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:5809

Verborgen camera, Media Markt, CCCP, sociaal experiment, artikel 7 grondwet, portretrecht, eigendoms- of gebruiksrecht

Rechtbank Amsterdam 04-09-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:5688

Een presentator van de producent van televisieprogramma CCCP (gedaagde) heeft zich voor een ‘sociaal experiment’ voorgedaan als medewerker van Media Markt (eiser). Van de handelingen van de presentator zijn filmopnamen gemaakt. Eiser stelt dat het onrechtmatig is om zonder toestemming tv-opnames te maken in de winkel. Gedaagde maakt door het vervaardigen en uitzenden van camerabeelden van klanten en medewerkers van Media Markt inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer en hun portretrecht. Het belang van gedaagde om in het kader van een amusementsprogramma een televisie-experiment uit te voeren staat niet in redelijke verhouding tot de onnodige en onrechtmatige schending van privacy rechten en de verstoring van de orde in de winkel. Er wordt gevorderd dat de beelden worden vernietigd en dat daarvan geen gebruik zal worden gemaakt in de tv-uitzendingen. Gedaagde stelt dat Media Markt in strijd met de waarheidsplicht heeft verklaard dat in haar huisreglement is opgenomen dat geen filmopnames mogen worden gemaakt. Tevens beroept zij zich op art. 7 Gw waar in staat dat niemand voorafgaand verlof nodig heeft voor het openbaren van gedachten of gevoelens via welk middel dan ook. Daarbij is er geen sprake van onrechtmatigheid omdat de winkel een openbare plaats is. De voorzieningenrechter oordeelt dat het recht op vrijheid van meningsuiting beperkt wordt zodra rechten van anderen in het geding zijn. In dit geval is dat het eigendoms- of gebruiksrecht van Media Markt. Het gegeven dat eenieder in beginsel de winkel kan binnenlopen maakt niet dat er sprake is van een openbare ruimte. Een winkeleigenaar heeft het recht voorwaarden te stellen aan het gedrag van klanten. Van belang is dat het verbod op camera’s kenbaar had kunnen zijn. Daarbij had CCCP kunnen verwachten dat eiser er bezwaar tegen zou hebben dat iemand zich ten onrechte voordoet als een van haar medewerkers en dat haar klanten worden gefilmd. Dit in acht nemende wordt het handelen van CCCP naar het oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig geacht. Vonnis: vorderingen van eiser worden toegewezen met een dwangsom. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:5688

Onrechtmatige uitlatingen, Belastingdienst, Stichting Afkoop Belastingschulden, onjuist, grievend, ernstige schending van de eer en goede naam, artikel 8 EVRM, artikel 10 EVRM

Rechtbank Gelderland 24-07-2014 ECLI:NL:RBGEL:2014:5589

Tussen gedaagde en de Belastingdienst (eiser) zijn geschillen ontstaan naar aanleiding van aanslagen die niet werden voldaan. De Belastingdienst ziet zich geconfronteerd met klachten, beschuldigingen en strafrechtelijke aangiften van gedaagde, die ook gericht zijn op individuele ambtenaren, waarin hij beschuldigingen uit over allerlei strafbare en onrechtmatige gedragingen in verband met de aanslagen en de invordering daarvan. Gedaagde beheert de Stichting Afkoop Belastingschulden. Op de website van deze stichting staan diverse teksten met beschuldigingen ten aanzien van de Belastingdienst. De Belastingdienst eist dan ook dat deze beschuldigingen verwijderd worden. Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat de beschuldigingen op de website van gedaagde onjuist, grievend en onrechtmatig zijn en een ernstige schending van de eer en goede naam van de Belastingdienst en zijn medewerkers vormen. De inbreuk op de rechten van art. 8 EVRM kan volgens eiser niet worden gerechtvaardigd door het recht op vrijheid van meningsuiting. De voorzieningenrechter oordeelt dat het aan de digitale schandpaal nagelen van de Belastingdienst en zijn medewerkers door deze met naam en toenaam op een website van ernstige vergrijpen te beschuldigen niet de geëigende weg is en te ver gaat. De uitlatingen van gedaagde worden als onrechtmatig aangemerkt. Vonnis: vordering eiser wordt toegewezen met een dwangsom + proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:5589

Prostitutieboten, Burgemeester Utrecht, Het Zandpad, uitlatingen, beschuldiging mensenhandel, deskundige mening hoofdinspecteur

Rechtbank Midden-Nederland 18-07-2014 ECLI:NL:RBMNE:2014:2838

Eisers exploiteren prostitutieboten in Utrecht. De burgemeester van Utrecht (gedaagde) heeft in 2014 enkele uitspraken over deze boten aan het Zandpad gedaan. De Burgemeester gaf aan dat: “wat daar gebeurde tart elke beschrijving”. Volgens eisers sloeg dat op eerdere brieven van de Burgemeester aan zijn College dat op het Zandpad op omvangrijke schaal en op gruwelijke wijze, mensenhandel voorkwam in de prostitutiesector. Volgens Eisers was er geen enkel bewijs dat zij zich aan mensenhandel schuldig gemaakt zouden hebben. Volgens de Burgemeester sloegen de beweringen echter niet specifiek op deze boten sloeg maar op alle seksinrichtingen. Er zijn 7 a 8 strafrechtelijke veroordelingen voor mensenhandel geweest bij seksinrichtingen aan het zandpad. De voorzieningenrechter stelt vast dat de eisers in het gewraakte interview niet bij naam genoemd werden en dat het woord mensenhandel ook niet genoemd werd. In de procedure is voorts gebleken dat op zowel bestuurlijk als strafrechtelijk niveau uitgebreid onderzoek gedaan is naar mensenhandel op het zandpad. Uit dat onderzoek is gebleken dat er daadwerkelijk en veelvuldig mensenhandel plaatsvindt op het zandpad. Ook bij eisers is een onderzoek geweest en de controleur heeft vastgesteld dat er in ieder geval aanwijzingen zijn van mensenhandel. De hoofdinspecteur van de Politie gaf aan dat hij reden zag om verder strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Het hierboven omschreven maakt dat het belang van gedaagde om zich kritisch te kunnen uiten zwaarder dient te wegen dan het belang van eisers op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer  Vonnis: de vorderingen van eisers worden afgewezen met proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:2838

Prinses Amalia, Nieuwe Revu, foto’s hockey onrechtmatig, geen public right to know, privé-sfeer, recht op privéleven, media-code niet relevant, niet-ontvankelijkheid in reconventie

Rechtbank Amsterdam 30-06-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:3806

Gedaagde is uitgever van het tijdschrift Nieuwe Revu. In dat tijdschrift wordt een foto geplaatst van Princes Amalia (eiseres) die van haar genomen zijn tijdens een training op het veld van haar hockeyvereniging. Prinses Amalia beroept zich op art. 21 Aw. De door de RVD opgestelde media-code is niet relevant om te bepalen of er een redelijk belang is. Wanneer gedaagden zich door die media-code ten onrechte beperkt voelen kunnen zij daartegen in rechte optreden. Of er sprake is van een redelijk belang moet blijken uit een afweging tussen het recht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer en het recht op vrijheid van meningsuiting. Volgens gedaagde dient de publicatie van de foto’s een algemeen belang. Er zou een aanzienlijk “public right to know” bestaan over hoe Amalia opgroeit en wordt opgevoed. De samenleving heeft recht op alles te weten van een persoon die op grond van haar afkomst een publiekrechtelijke functie gaat bekleden. Dit verweer wordt door de kantonrechter niet gevolgd. De foto’s zijn gemaakt vanaf grote afstand vanaf de openbare weg, terwijl prinses Amalia bezig was met het beoefenen van haar hobby. Dat prinses Amalia een belangrijke functie gaat vervullen wil nog niet zeggen dat zij geen privéleven heeft, zij is niet vogelvrij. Bovendien werden de foto’s gepubliceerd bij een artikel waarin de media code aan de kaak werd gesteld. Tot slot speelde ook de jonge leeftijd van de prinses een belangrijke rol. Zij heeft ook recht op een ongestoorde jeugd. Het gevorderde publicatieverbod is een te vergaande beperking van de vrijheid van meningsuiting. Immers, de foto’s kunnen onder andere omstandigheden wel rechtmatig zijn. In reconventie vorderden eisers een verklaring voor recht dat foto’s die van de koning en koningin gemaakt worden en die niet heimelijk genomen worden niet als onrechtmatig beschouwd worden. Hierin zijn zij echter niet-ontvankelijk omdat de Koning en Koningin in dezen slechts optreden als vertegenwoordiger van prinses Amalia. Vonnis: Publicatie van de foto’s wordt verboden met dwangsom. € 1.000,- schadevergoeding + proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3806

EHRM, Prins Albert van Monaco, reportage buitenechtelijk kind, art. 10 EVRM, onderdeel publiek debat,

EHRM 12-06-2014 COUDERC ET HACHETTE FILIPACCHI ASSOCIÉS c. FRANCE

Het Franse magazine Paris Match plaatst in 2005 een artikel over Prins Albert van Monaco waarin een stewardess beweert een buitenechtelijke zoon te hebben van de genoemde prins. De prins klaagt het tijdschrift met succes aan vanwege schending van zijn privacy. Hij krijgt een schadevergoeding van € 50.000,- toegewezen alsmede een rectificatie. In hoger beroep blijft dit stand. Paris Match stapt naar het EHRM omdat met de uitspraak haar vrijheid van meningsuiting aangetast wordt. Het Hof oordeelt dat de uitspraak in strijd met het EVRM is omdat de rechtbank geen juiste afweging gemaakt had tussen de informatie die onderdeel uitmaakte van het publieke debat en het recht op respect voor het privéleven van de prins. De publicatie droeg bij aan het publieke debat omdat de prinselijke titel in Monaco door erfopvolging wordt doorgegeven. Kennis over het bestaan van kinderen van de prins is derhalve relevant, ondanks het feit dat het kind nooit op de troon zou kunnen komen. De prins vervult vervolgens een publieke functie. Het EHRM oordeelt vervolgens dat de schadevergoeding disproportioneel is. 3 rechters hadden een andere mening. Zij waren onder andere van mening dat de publicatie niet relevant is voor het publieke debat omdat het kind nooit troonopvolger zou kunnen worden volgens Monaskees recht. http://hudoc.echr.coe.int/sites/eng/pages/search.aspx?i=001-144676

TROS Opgelicht?!, beelden vader oplichter, onherkenbaar, tonen ID bewijs niet onrechtmatig jegens familie

Rechtbank Midden-Nederland 28-05-2014

In een uitzending van TROS Opgelicht (gedaagde) wordt de vader van een betrokken oplichter in beeld gebracht. De vader (eiser) vordert dat de beelden niet uitgezonden worden. In de uitzending is eiser onherkenbaar gemaakt. Ook heeft de TROS niet zelf contact opgenomen met de vader maar is die vrijwillig verschenen. Dat maakt dat het uitzenden van de beelden niet onrechtmatig is. Wel worden de identiteitspapieren van zijn zoon getoond. Hoewel kan worden toegegeven dat het tonen van identiteitspapieren met zich mee kan brengen dat de familie daardoor met deze persoon in verband gebracht kan worden betekent dit niet dat in zijn algemeenheid kan worden aangenomen dat daarmee jegens die familie onrechtmatig gehandeld wordt. Vonnis: de vorderingen van eisers worden afgewezen. http://www.boek9.nl/files/2014/IEPT20140528_Rb_Midden-Nederland_Tros.pdf

Vereniging tegen Kwakzalverij, ernstige misstand, gedeeltelijk onvoldoende feiten, rectificatie, dwangsommen, gedeeltelijke verwijdering, kwakzalver is geen smaad

Rechtbank Amsterdam 27-05-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:3727

In het tijdschrift van de Vereniging tegen Kwakzalverij (gedaagden) stond een artikel over eisers waarin eisers worden beschuldigd een aantal schijn-goededoelen opgezet te hebben. Dat artikel is voorts verspreid via internet. Gedaagden stellen zich allereerst op het standpunt dat de zaak niet geschikt is voor behandeling in kort geding omdat te lang is gewacht met het instellen van de vordering. Daar gaat de rechter niet in mee omdat de publicatie nog immer online staat. Er is voorts sprake van een conflict tussen grondrechten. Gezien de ernst van de beweerdelijke misstanden hebben gedaagden in beginsel recht om hierover te publiceren. Dat wordt anders wanneer bepaalde beweringen onvoldoende weerslag vinden in het ter beschikking staande feitenmateriaal. Het artikel wordt woord voor woord nagelopen en de rechter vindt een klein aantal beweringen die niet op voldoende feitenmateriaal stoelen en om die reden onrechtmatig zijn.  Vonnis: een gedeelte van de beweringen moeten verwijderd worden. Een rectificatie. Met dwangsommen. Proceskosten worden gedeeld. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3727

Schadestaat, vordering € 350.000,-, toegewezen € 3.000,- Amerikaanse toestanden, bekende Nederlander, sextapes, naaktfoto’s, alleen verantwoordelijk voor eigen verspreiding, niet voor verdere verspreiding.

Rechtbank Noord-Nederland 21-05-2014 ECLI:NL:RBNNE:2014:2592

Gedaagde heeft een aantal naaktfoto’s en een sextape van eiseres, een bekende nederlandse, op internet geplaatst. De rechter heeft al bij vonnis vastgesteld dat daarmee onrechtmatig gehandeld is. Onderwerp in deze procedure is nog de hoogte van het schadebedrag. Eiseres vordert ongeveer € 350.000,- (1) medische kosten, (2)inkomensschade, en (3)immateriële schade. Met betrekking tot (1) en (2) oordeelt de rechter dat er onvoldoende causaal verband is waardoor de schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Met betrekking tot 3 oordeelt de rechter dat een schadevergoeding van € 3.000,- billijk is. De enkele inbreuk op het persoonlijkheidsrecht geeft recht op vergoeding van immateriële schade. Weliswaar staan er op internet gewaagde foto’s van eiseres die met haar toestemming geplaatst zijn maar dat betreft geen naaktfoto’s. Van belang is dat eiseres een bekende tv-presentatrice is. Gedaagde heeft de foto’s alleen via MSN gedeeld en is niet verantwoordelijk voor andere nieuwe uploads. Vonnis: Schadevergoeding van € 3.000,- wordt toegewezen, inclusief proceskostenveroordeling. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:2592

Zwitserse televisiemaatschappij, Nederlandse rechter bevoegd, Zwitsers recht, geen verschil mbt onrechtmatigheid, voldoende steun in het feitenmateriaal, mening van meerdere slachtoffers.

Rechtbank Amsterdam 21-05-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:3492

Gedaagde is een Zwitserse televisiemaatschappij die een documentaire over eiser heeft uitgezonden in Zwitserland. De documentaire is in het Frans maar is toegankelijk via internet in Nederland. De rechter oordeelt zichzelf bevoegd nu de uitzending toegankelijk is in Nederland. Zwitsers recht is van toepassing nu de uitzending in het Frans is. Zowel eiser als gedaagde geven echter aan dat de vraag of bepaalde uitlatingen onrechtmatig zijn volgens Zwitsers recht hetzelfde wordt beantwoord dan volgens Nederlands recht. In de documentaire wordt eiser beschuldigd van onder andere seksueel misbruik, financiële uitbuiting, machtsmisbruik en discriminatie. De volgende omstandigheden zijn van belang. Wanneer een journalist iemand ernstige verwijten maakt geldt een grote motiveringsplicht. Er moet in een dergelijk geval zorgvuldig onderzoek worden verricht teneinde een getrouwe weergave van de feiten te kunnen geven. Volgens eiser vinden de ernstige beschuldigingen onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal en is er onvoldoende hoor en wederhoor toegepast. De rechter acht van belang dat de gedane uitlatingen afkomstig zijn van meerdere “slachtoffers” en dat de authenticiteit van de uitlatingen deels wordt ondersteund door een autoriteit. Nu de uitlatingen afkomstig zijn van meerdere personen en zij (deels) ondersteund worden door derden, zijn de beschuldigingen niet onaannemelijk. Eiseres heeft zijn complottheorie onvoldoende aannemelijk gemaakt. Voorts is in de uitzending duidelijk naar voren gebracht dat de uitingen een weergave van de persoonlijke standpunten van slachtoffers bevat. Vonnis: De vorderingen worden afgewezen eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3492

Geenstijl,  Column, Nazi’s, Jeugdzorg, onrechtmatig, smaad, laster, waardeoordeel

Rechtbank Amsterdam 20-05-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:2848

Gedaagde heeft, o.a., op het populaire weblog Geenstijl een column geschreven over (medewerkers van) een jeugdwerkinstelling (eiser). Gedaagde gebruikt daarbij onder meer verwijzingen naar de nazi’s fascisten en ontvoering. De rechter oordeelt dat in deze niet van belang is óf gedaagde kritiek mag uiten op eiser maar of de wijze waarop dat gebeurt toelaatbaar is. De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging: 1 (de feitelijke basis): Ook waardeoordelen dienen een voldoende feitelijke basis te hebben, omdat zelfs een waardeoordeel excessief en daarom onrechtmatig kan zijn indien elke feitelijke basis daarvoor ontbreekt. In dit geval wordt deze feitelijke basis voldoende geacht. Echter, in dit geval heeft gedaagde de feiten selectief gebruikt en cruciale informatie weglaat waardoor een onjuiste indruk wordt gewekt. Daardoor wordt een onjuist beeld geschetst. 2. (de wijze van publicatie): ondanks dat de column voornamelijk waardeoordelen bevat is de uitingsvrijheid van gedaagde daarmee niet onbeperkt. 3. (de inkleding van de uitlatingen) De uitlatingen zijn bijzonder grievend ingekleed met verwijzingen naar nazi’s, fascisten en ontvoering. De rechter komt derhalve tot de conclusie dat de column onrechtmatig is. De vordering tot schadevergoeding is onvoldoende toegelicht. Vonnis: Column moet verwijderd worden,  http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:2848

Project-P, RTL, privacy kinderen, verbod uitzenden beelden, verborgen camera buitenproportioneel

Rechtbank Midden-Nederland 16-05-2014 ECLI:NL:RBMNE:2014:1940

Gedaagde (RTL) heeft voor haar programma “Project P” een aantal weken met een verborgen camera beelden gemaakt op een school. Dit ten behoeve van een documentaire over pesten. Een aantal ouders en kinderen hebben meegewerkt aan het programma. Eisers ( de school, enkele ouders en leerkrachten) vorderen een verbod op het gebruik van de beelden. Eisers baseren hun vordering op een inbreuk van de privacy van de kinderen, alsmede het portretrecht van de kinderen. Het zijn immers zeer jonge kinderen, daarbij wordt een onevenwichtig beeld geschetst. RTL verweert dat zij een ernstige misstand aan de kaak stelt (pesten), het gebruik van de verborgen camera is de enige manier om dit aan de kaak te stellen, voorts heeft RTL er alles aan gedaan om de leerlingen onherkenbaar in beeld te brengen. De Voorzieningenrechter oordeelt dat het gebruik van de verborgen camera buitenproportioneel is. De kinderen bevonden zich immers in een gesloten leeromgeving en hoefden er niet op bedacht te zijn dat met een verborgen camera opnames gemaakt zouden worden. Daarbij komt dat de kinderen verplicht op school aanwezig moesten zijn. Vonnis: RTL wordt verboden de beelden te gebruiken op straffe van een dwangsom. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:1940

DIM, ernstige misstanden, smaad, laster, hemelrijk-arrest, voldoende steun in feitenmateriaal, scherpe inkleding gerechtvaardigd, stellingen zonder bewijs aangenomen wegens gebrek verweer

Rechtbank Midden-Nederland 14-05-2014 ECLI:NL:RBMNE:2014:1698

Eiser is een investeringsmaatschappij (DIM) die belegt in Duits onroerend goed. In 2012 plaatst gedaagde op haar website een artikel waarin zij DIM in verband brengt met X-groep. Een beleggingsmaatschappij waarvan een van de bestuursleden van DIM ook bestuurslid was. Bij X-groep vonden een aantal misstanden plaats. In het artikel wordt melding gemaakt van die misstanden en wordt de lezer gewaarschuwd voor DIM. DIM geeft aan dat er geen bewijzen zijn voor de misstanden bij X-groep maar laat na concreet in te gaan op hetgeen door gedaagde op dit punt is ingevoerd. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan dat de omschreven verwijten feitelijk juist zijn. De rechtbank beoordeelt het geschil aan de hand van de volgende omstandigheden van het geval, zoals ontleend aan het hemelrijk arrest: (1) De beschuldigingen zijn zeer ernstig maar betreffen een ernstige misstand. Dat gedaagde naast het maatschappelijk belang ook mogelijk haar eigen belangen behartigt doet daar niets aan af. (2) De beschuldigingen vonden voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. Feitenmateriaal dat later in de procedure is aangevoerd was niet ter beschikking op het moment van publicatie en wordt derhalve niet meegenomen. (3) de inkleding van de verdenkingen kan als scherp worden aangemerkt. Gelet op de ernst van de misstand en de concrete aanwijzing dat deze misstanden ook daadwerkelijk plaatsvinden bij DIM, is deze scherpe inkleding geen reden om de uiting als onrechtmatig te beoordelen. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de uitingen niet onrechtmatig zijn. Vonnis: De vorderingen worden afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:1698

e-mail werknemer, ontslag op staande voet, privacy-inbreuk, schadevergoeding

Rechtbank Amsterdam 12-05-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:2751

De dag nadat een werknemer heeft aangegeven bij zijn concurrent te willen gaan werken controleert de werkcomputer en telefoon van zijn werknemer. Daar wordt bewijs gevonden dat werknemer al langere tijd bedrijfsgevoelige informatie doorspeelt naar zijn concurrent. De werkgever ontslaat werknemer op staande voet. Voor zover relevant is werknemer van mening dat het bewijs onrechtmatig verkregen is. Bovendien wil hij een schadevergoeding. De rechter oordeelt dat de werkgever onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij op de hoogte was van de inhoud van de e-mail. Er is derhalve sprake van een phishing-expeditie. Het feit dat de werkgever, zonder een wachtwoord in te voeren, toegang had tot de prive-email wil nog niet zeggen dat werkgever zomaar in de privé-email mag kijken. Het gebruik van whatsapp berichten vormt eveneens een inbreuk op de privacy, mede doordat de werkgever de telefoon onder valse voorwenselen heeft ingenomen. De rechter oordeelt dat er weliswaar een ernstige inbreuk op het recht van privacy van werknemer is maar dat dit alleen onder bijzonder omstandigheden tot bewijsuitsluiting kan leiden. Van die bijzondere omstandigheden is geen sprake. Wel moet voorkomen worden dat het recht op privacy van een werknemer door het (onbelemmerd) gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs ernstig zou worden uitgehold. De rechter wijst daarom een schadevergoeding van € 7500,- toe. Vonnis: voor zover relevant, schadevergoeding € 7.500,-. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:2751

UWVreselijk, UWV, bedreiging, contactverbod, ernstige beledigingen, verwijdering Google-cache,

Rechtbank Gelderland 01-05-2014

Gedaagde ontvangt een uitkering van het UWV (eiseres). Hij is beheerder van de website UWVreselijk.nl. Op die website beschuldigt hij het UWV en enkele van haar medewerkers veelvuldig en direct van niet-integer gedrag, doofpotpraktijken, en diverse andere beledigende en smadelijke uitingen. Bovendien heeft hij diverse individuele medewerkers van het UWV via e-mailberichten en publicaties op internet beledigd en bedreigd. Voor dat laatste is hij bij vonnis al veroordeeld, dat weerhield gedaagde echter niet om ook na het vonnis door te gaan met het beledigen en bedreigen. Het UWV vordert onder andere een verbod op de publicaties en een contactverbod. Alles met gebruikelijke dwangsommen. Het UWV is van mening dat de publicaties op internet de professionele integriteit van de betreffende personen aantast, voorts wordt het UWV zelf ook in een kwaad daglicht gesteld. Gedaagde verweert dat het UWV geen spoedeisend belang heeft omdat er al een vonnis is. Voorts is gedaagde van mening dat zij verslag doet van ernstige misstanden bij het UWV, hetgeen haar beweringen rechtvaardigt. De rechter erkent dat ernstige misstanden weliswaar een dergelijke publicatie kunnen rechtvaardigen maar dat in dit geval de publicaties niet op voldoende feitenmateriaal gebaseerd zijn. Daarom dient de vrijheid van meningsuiting van gedaagde ingeperkt te worden. Het belang zijdens het UWV op bescherming van haar rechter is immers groter. Nu vast staat dat gedaagde ook na het eerdere vonnis is doorgegaan met het bedreigen van medewerkers van het UWV kan ook de vordering op dat gebied worden toegewezen. Tot slot de vordering van het UWV om diverse beledigende tweets uit de Google cache te verwijderen. Volgens gedaagde was de vordering onzinnig omdat niemand op een individuele tweet zoekt, echter, wanneer op de naam van een individuele medewerker wordt gezocht komt de tweet wel in beeld. Vonnis: gedaagde wordt veroordeeld de publicaties te verwijderen en in de toekomst niet meer zulke publicaties te doen. Verder contactverbod en alles verwijderen uit de Google Cache. Alles met dwangsommen en proceskostenveroordeling. http://www.ie-forum.nl/backoffice/uploads/file/IE-Forum_nl%20Vzr_%20Rechtbank%20Gelderland%201%20mei%202014,%20IEF%2013820%20(UWVreselijk).pdf

Gemeente Bloemendaal, rectificatie niet toegewezen eiser kan vonnis gebruiken, gemeente niet verantwoordelijk voor krantenbericht, wel voor persbericht.

Rechtbank Noord-Holland 17-04-2014 ECLI:NL:RBNHO:2014:3738

Voor zover van belang. Gemeente Bloemendaal (gedaagde) heeft in een krantenbericht beweerd dat eiser de gemeente heeft bedrogen en misleid. Voorts heeft zij een persbericht online geplaatst. Eiseres vordert een rectificatie.  De rechter oordeelt dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor het artikel in de krant. Voor de inhoud van het persbericht is de gemeente uiteraard wel verantwoordelijk. De essentie van het persbericht wordt voldoende gesteund in de feiten. Voorts is het bericht als geheel niet onnodig grievend. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen. Eiser kan dit vonnis gebruiken om eventueel verkeerde beelden recht te zetten, maar heeft geen recht op enigerlei verdergaande vorm van rectificerende genoegdoening. Vonnis: Vorderingen worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Vonnis(rechtspraak.nl) http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:3738

RTL Ontvoerd!, bekend in Suriname, grootouders, geen directe beschuldigingen, onherkenbaar, zelf in publiciteit getreden.

Rechtbank Midden-Nederland 17-04-2014

Vader en grootouders hebben een langdurig conflict over het ouderlijk gezag over X (zoon). X woont bij zijn grootouders in Suriname. De vader besluit om X met behulp van het RTL programma Ontvoerd! Zonder medeweten van de grootouders mee te nemen naar Nederland. De grootouders (eisers) vorderen thans een verbod op het uitzenden van de aflevering van het programma “Ontvoerd”. Volgens eisers is de woning en leefomgeving van de jongen goed zichtbaar weergegeven en worden zij blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen in verband met kinderontvoering. RTL (gedaagde) is van mening dat zij met het programma aandacht wil besteden aan ouders die ondanks dat zij het recht aan hun zijde hebben niet herenigd worden met hun kind. Afweging van de betrokken belangen leidt niet tot de conclusie dat de uitzending onrechtmatig is . In het programma wordt eiser namelijk geblurred weergegeven,zijn naam wordt niet genoemd en hij wordt niet direct van kinderontvoering genoemd. Bovendien wordt aangegeven dat het een a-typische aflevering is. Bovendien is eiser zelf al vrijwillig in de surinaamse media verschenen om zich over de uitzending uit te laten. Eiser is derhalve in Suriname al bekend en wordt daardoor in haar privacy belangen niet geschaad. Vonnis: vorderingen worden afgewezen. Vonnis(IEforum.nl)

KRO Reporter, Ryanair, misstanden, voldoende steun in feiten, zorgvuldig onderzoek, hoor en wederhoor

Rechtbank Amsterdam 16-04-2014 ECLI:RBAMS:2014:2003

Gedaagde (KRO) heeft een aflevering van haar programma Reporter gewijd aan een mogelijk onveilige situatie bij de Ierse luchtvaartmaatschappij Ryanair (eiser). Volgens Ryanair zou KRO onvoldoende onderzoek hebben gedaan gezien de zeer ernstige beschuldigingen die in het programma worden geuit. De rechtbank is van oordeel dat KRO wel degelijk zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de gebeurtenissen bij Ryanair en op basis van dat onderzoek tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van een aantal zeer ernstige misstanden. Een groot gedeelte van dat onderzoek is gebaseerd op anonieme getuigen. Dat maakt het onderzoek echter niet minder betrouwbaar omdat de verklaringen van die getuigen deels gestaafd kunnen worden met overlegde producties, die niet betwist worden. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de zeer ernstige beschuldigingen voldoende grondslag vinden in de feiten. Reden waarom de uitzending niet als onrechtmatig kan worden beoordeeld. Vonnis: Vorderingen worden afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

Stichting  ’t bestekje, collecte zonder vergunning, TROS Opgelicht?!, interview met toestemming, maatschappelijk belang, eigen schuld, smaad en laster.

Rechtbank Midden-Nederland 15-04-2014

Eiseres is oprichter van Stichting ’t Bestekje, een stichting die voedselbanken ondersteunt. De stichting heeft een vergunning voor een collecte aangevraagd. Na de collecte bleek dat niet aan alle voorwaarden voor de vergunning was voldaan. De gemeente deed vervolgens aangifte wegens collecteren zonder vergunning. Naar aanleiding van deze geschiedenis heeft gedaagde (AVROTROS) een afspraak gemaakt voor een interview voor haar programma TROS! Opgelicht. Van dit gesprek met toestemming zijn beeldopnames gemaakt. TROS is voornemens deze beelden uit te zenden. Eiseres wil nu een verbod op het uitzenden van de beelden. Volgens eiseres is ze tijdens het interview overvallen door de suggestieve wijze waarop de verslaggever zijn vragen heeft gesteld. De rechter oordeelt dat eiseres niet concreet heeft gesteld dat het vraaggesprek suggestief is geweest of dat zijn toestemming om mee te werken is verkregen onder valse of misleidende voorwendselen. Dit betekent dat eiseres zich in beginsel niet meer kan verzetten tegen de voorgenomen uitzenden. Daarbij komt dat eiseres zelf de keuze gemaakt om te gaan collecteren en vervolgens onduidelijkheid heeft laten bestaan over de ingezamelde gelden. Door op die wijze te hanndelen heeft zij de suggestie laten bestaan dat niet zorgvuldig gehandeld zou zijn. Het maatschappelijke belang dat fondsenwervende stichtingen een betrouwbaar imago dienen te hebben verdient daarom de voorkeur boven een bescherming van de privacy van eiseres. Vonnis: de vorderingen worden afgewezen. Vonnis(IE-forum)

Klaagwebsite, Pretium, mening, waardeoordeel, alle uitingen in het geheel, niet afzonderlijk, smaad en laster

Gerechtshof Den Haag 15-04-2014

Hoger Beroep. Voor zover van belang. Gedaagde heeft een klaagwebsite tegen Pretium (eiser) opgezet. Gedaagde gaat onder andere in beroep omdat zijn uitingen waardeoordelen zou bevatten. Daarom zou de rechter ten onrechte hebben meegewogen dat de uitingen niet voldoende op feiten gebaseerd zijn. Het Hof oordeelt dat er ook grenzen zijn aan de mate waarin waardeoordelen (mening) kunnen worden geuit. Ook het bezwaar dat de rechter alle uitingen gezamenlijk heeft beoordeeld in plaats van ieder voor zich treft geen doel. In het onderhavige geval waarin de diverse uitingen in zodanig onderling verband staan kan de grens van het onaanvaardbare in het geheel worden overschreden. Beoordeling van iedere uiting afzonderlijk doet in zo’n geval geen recht aan de boodschap die deze uitingen tezamen uitstralen. Vonnis: vorderingen worden afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

Gemeenteraadslid, archieffunctie, binnenlandsbestuur.nl, rechtmatig artikel, online archieven, Kluwer

Rechtbank Overijssel 09-04-2014

Eiser is gemeenteraadslid te Zwolle. Op de binenlandsbestuur.nl, een website van gedaagde (Kluwer) is enige tijd geleden een kritisch artikel over eiser verschenen. Dit artikel is nog steeds terug te vinden in de online archieven van Kluwer. De Voorzieningenrechter oordeelt dat het artikel ansich, gegeven de relevante omstandigheden, niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt. De pers heeft de primaire rol van publieke waarhond maar een belangrijke secundaire functie is het beschikbaar maken van nieuws in archieven. Daarmee is een verplichting tot verwijderen of aanpassen van het artikel, dat op zichzelf rechtmatig is, niet goed te verenigen. Vonnis: Vorderingen worden afgewezen. Vonnis(IE-Forum)

Executiegeschil, bewering niet in dezelfde context, bewering valt niet onder verbod, zelfverdediging, De Telegraaf, smaad en laster.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 08-04-2014

Executiegeschil. Gedaagde is veroordeeld om zich te onthouden publieke uitlatingen over eiseres in de media. Naar aanleiding vaneen interview met gedaagde verschijnt in De Telegraaf een artikel over eiser. In het artikel wordt onder andere gesteld dat gedaagde aangifte gedaan zou hebben tegen eiser. Gedaagde ontkent de uitspraken gedaan te hebben en eiser alleen een “vuile lasteraar” genoemd te hebben. Het hof is van oordeel dat de gewraakte uitlatingen, zo zouden die al door gedaagde zijn gedaan, niet onder het verbod vallen. De uitlatingen zijn weliswaar diskwalificerend maar niet gedaan in dezelfde context als in het oorspronkelijke vonnis. Ten aanzien van een andere uitspraak die wel in die context past moet gelden dat gedaagde deze heeft gedaan om zich te verweren tegen jegens hemzelf diskwalificerende uitspraken. Vonnis: vorderingen worden afgewezen.Vonnis(IE-Forum)

TROS Opgelicht!, overvaltactiek, oplichter herkenbaar in beeld brengen, van belang voor waarschuwende functie.

Rechtbank Amsterdam 04-04-2014

Gedaagde (Vereniging AVROTROS) produceert het populaire televisieprogramma TROS Opgelicht! Voor het genoemde programma zijn beelden van gedaagde gemaakt. Gedaagde wordt in het programma verweten via internet goederen te bestellen zonder te betalen. Door het herkenbaar en met naam in beeld brengen van gedaagde wordt zijn privacy in ernstige mate geschonden. Daar staat tegenover het belang van TROS Opgelicht! om zich in haar programma kritisch te kunnen uitlaten over vermeende en voortdurende oplichtingspraktijken. Om die waarschuwende functie te kunnen vervullen is het van belang dat eiser herkenbaar in beeld wordt gebracht. Eiser heeft de door TROS gestelde feiten onvoldoende weten te weerleggen. Daarenboven is er voldoende gelegenheid voor hoor en wederhoor geboden. Vonnis: De vorderingen worden afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

TROS Opgelicht!, herkenbare beelden, waarschuwingsfunctie, belangenafweging

Rechtbank Amsterdam 04-04-2014

Gedaagde (AVROTROS) heeft voor haar programma TROS Opgelicht?! Beelden gemaakt waarop eiser herkenbaar te zien is. Eiser vordert een verbod op het gebruik en uitzending van de beelden. Subsidiair vordert eiser dat de beelden wel uitgezonden mogen worden maar dat hij daarop onherkenbaar gemaakt moet worden. De rechter stelt vast dat door het herkenbaar in beeld brengen een inbreuk gemaakt wordt op de privacy van eiser. Daartegenover staat het belang van TROS om zich kritisch, informerend en waarschuwend te kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. In dit geval gaat het om de vermeende en voortdurende oplichtingspraktijken van eiser. De Voorzieningenrechter oordeelt dat TROS een grote hoeveelheid feiten naar voren heeft gebracht op basis waarvan een beeld ontstaat van eiser als iemand die aankopen doet en bestellingen plaatst zonder daarvoor te betalen. Voorts heeft TROS voldoende mogelijkheid tot wederhoor geboden, ook nog na de “cameraoverval”. De belangenafweging valt derhalve uit in het voordeel van TROS. Vonnis: Vorderingen worden afgewezen. Vonnis(IE-Forum)  http://www.ie-forum.nl/backoffice/uploads/file/IE-Forum_nl%20Vzr_%20Rechtbank%20Amsterdam%204%20april%202014,%20IEF%2013727%20(X%20tegen%20Vereniging%20Avro%20Tros).pdf

Ernstige beschuldigingen, lijfsdwang toegewezen, trekt zich niets aan van civiel en strafrechtelijk vonnis, Politie, Verkrachting

Gerechtshof Amsterdam 01-04-2014 ECLI:NL:GHAMS:2014:1104

Gedaagde is in 2003 opgepakt door de politie. Zij plaatst vervolgens op het internet veelvuldig de beschuldiging dat een bepaalde agent haar in de gevangenis verkracht zou hebben, dit zonder enige feitelijke grondslag. Zij is door de strafrechter veroordeeld vanwege smaad/smaadschrift. In eerste instantie heeft de Voorzieningenrechter al geoordeeld dat deze uitingen onrechtmatig zijn. De gevorderde dwangmiddelen zijn toegewezen behalve de lijfsdwang. In hoger beroep gaat het, voor zover relevant, om de vraag of haar ook lijfsdwang opgelegd dient te worden. Het hof oordeelt dat gedaagde zich kennelijk niets aantrekt van de strafrechtelijke veroordeling of de verboden van de civiele rechter. In het hoger beroep is ook duidelijk geworden dat de dwangsommen geen afdoende dwangmiddel zijn. Gelet op haar beperkte draagkracht bieden de dwangsommen immers geen afdoende verhaal. Voorts blijkt uit de Facebookpagina van gedaagde dat zij niet voornemens is om zich in de toekomst aan het vonnis te houden. De Politie heeft vervolgens wel belang bij een redelijke naleving van het vonnis. Vonnis: De vordering tot lijfsdwang wordt toegewezen. Vonnis http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:1104

Bekende advocatenfamilie, Maastricht, nuancering niet relevant, zelf wervende kop kiezen, vordering afgewezen, De Straatvechter, Hubris-verweer, zelf publiciteit opzoeken, smaad, laster, onrechtmatige uitingen.

Rechtbank Amsterdam 28-03-2014 ECLI: NL:RBAMS:2014:1518

Eiser, die al jaren geen advocaat meer mag zijn, is een lid van een bekende Maastrichtse Advocatenfamilie. In De Telegraaf (gedaagde) wordt een artikel gepubliceerd over eiser waarin wordt aangegeven dat eiser verdacht wordt van fraude. In het artikel worden een aantal nuanceringen verkeerd gelegd. Zo wordt in de kop aangegeven dat er “tientallen aangiften” gedaan zijn. In werkelijkheid zijn er maar 20 gedaan. Ook wordt in het artikel aangegeven dat Eiser verdacht wordt van oplichting. In werkelijkheid loopt er slechts een strafrechtelijk onderzoek naar Eiser. Tot slot zou het dagblad ten onrechte gebruik maken van woord gedupeerden. De rechter oordeelt dat de gebruikelijk belangenafweging in dezen in het voordeel van gedaagde (De Telegraaf) uitvalt: de krant is in principe vrij haar eigen wervende koppen te gebruiken. De beschuldigingen vinden voorts voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal zij het dat enkele nuances niet juisst benoemd werden, bijvoorbeeld het verschil tussen een strafrechtelijk onderzoek en verdacht zijn. Ten aanzien van de nuances geldt dat de gemiddelde lezer deze waarschijnlijk niet opmerkt. De lezer zou zijn oordeel na het lezen van het artikel ook niet wezenlijk veranderen indien de nuances wel juist benoemd zouden worden. Bijvoorbeeld als de kop was geweest “een twintigtal aangiftes” in plaats van “tientallen aangiftes”. Tot slot staat eiser nu eenmaal bloot aan de belangstelling van de pers. Hij is immers lid van de bekende advocatenfamilie en heeft in het verleden daarmee de publiciteit opgezocht. Daarbij heeft hij met zijn boek “De Straatvechter” onlangs wederom de publiciteit opgezocht. Vonnis: de vordering wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld tot de proceskosten. Vonnis(rechtspraak.nl).

De Leeuwarder Courant, Betsema, rectificatie, bevoegdheid rechter, smaad en laster, onrechtmatige uitingen, voorafgaande inzage.

Rechtbank Amsterdam 27-03-2014 KG ZA 14-343

In De Leeuwarder Courant (gedaagde) staat een voorbereidend artikel over de aannemer Betsema (Eiser). Eiser vorder een rectificatie en inzage in het artikel voor de publicatie van het artikel. De Leeuwarder Courant beroept zich op de onbevoegdheid van de rechter, omdat Leeuwarder Courant in Friesland gevestigd is zou de Rechtbank Noord Nederland bevoegd zijn. De rechter passeert dat verweerd. Namelijk, ook de rechter in de plaats waar het schadebrengend feit zich heeft voorgedaan is bevoegd. Onder de plaats waar het schadebrengend feit zich heeft voorgedaan wordt medebegrepen de plaats waar de schade zich heeft voltrokken. De artikelen van de Leeuwarder Courant zijn ook in Amsterdam toegankelijk waardoor ook daar schade ontstaat. In dit geval heeft de eiser het recht om te kiezen waar hij wil procederen. De rechter oordeelt, zonder verregaande motivatie, dat een rectificatie in dezen gerechtvaardigd is. De vordering tot inzage voorafgaand aan publicatie wordt afgewezen omdat dit te ver gaat en omdat De Leeuwarder Courant al heeft toegezegd hoor en wederhoor te zullen toepassen. Vonnis: Rectificatie wordt toegewezen. Vonnis(IE-forum).

De Boer vs. Trouw, hoor en wederhoor, rectificatie, voldoende grondslag in de feiten, serieus medium, smaad en laster, onrechtmatige uitingen, gevolgen publicatie

Rechtbank Amsterdam 14-03-2014 ECLI: NL:RBAMS:2014:1248

In het dagblad Trouw (gedaagde) verschenen in januari 2014 artikelen over beleggingen in serviceflats voor ouderen waarin de vastgoed investeerder en CDA-politicus De Boer (eiser) beschuldigd werd van belangenverstrengeling en met een partij in verband gebracht werd die zich ten koste van ouderen verrijkte. Volgens de voorzieningenrechter vinden de beschuldigingen te weinig steun in het ter beschikking zijnde feitenmateriaal. Dat temeer omdat de beschuldigingen zeer beschadigend zijn voor de verdere (politieke) carrière van eiser. De beschuldigingen zijn de te erger nu ze geuit zijn in een serieuze krant zoals de Trouw. Bovendien heeft Trouw steken laten vallen op het gebied van hoor en wederhoor. De journalisten zijn ruim 1.5 jaar bezig geweest met hun onderzoek en hebben De Boer pas drie dagen voor publicatie om wederhoor gevraagd. Vonnis: gebod tot rectificatie. Vonnis(rechtspraak.nl).

Friesland Vlees, TROS Radar, uitspraak minister, voldoende steun in feiten

Gerechtshof Amsterdam 11-03-2014

Eiser (Friesland Vlees) exploiteerde tot 2008 een slachthuis. In het programma Buitenhof geeft de minister van Landbouw aan dat poortcontroles uitgevoerd zullen worden bij een slachthuis in Leeuwarden. Naar aanleiding van die uitingen wijdt TROS Radar enkele afleveringen van haar televisieuitzendingen aan het slachthuis. Het Hof oordeelt dat de uitingen van de minister geen concrete verdachtmakingen naar Friesland Vlees bevatten. Immers, ze geeft alleen aan dat ze poortcontroles bij een slachthuis zal uitvoeren en laat zich niet uit over enige misstanden. Vervolgens vond het bericht voldoende steun in de feiten. De uitzending van TROS Radar is vervolgens ook niet onrechtmatig omdat de uitingen ruime steun vonden in het ter beschikking staande feitenmateriaal en er voldoende mogelijkheid tot wederhoor is gegeven waarmee gelegenheid is geboden eventuele schade te beperken. Vonnis: vorderingen worden afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

“De val van SNS Reaal”, publicatie boek, voldoende grondslag in de feiten, FD, hoor en wederhoor geen absoluut recht

Rechtbank Amsterdam 26-02-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:880

Gedaagden hebben het boek “De val van SNS Reaal” gepubliceerd. In het boek worden eisers uitvoerig in verband gebracht met witwaspraktijken, valsheid in geschrifte en andere malafide praktijken.  Deze uitlatingen maken de publicatie van het boek, volgens eisers onrechtmatig. Gezien de ernst van de misstanden hebben gedaagden een belang om zich kritisch te mogen uitlaten. Naar het oordeel van de rechter vinden de beweringen voorts voldoende grondslag in de naar voren gebrachte feiten. Daarenboven is een van de eisers bovendien aan te merken als een publiek figuur. Eiseres voeren tot slot aan dat er onvoldoende sprake is geweest van hoor en wederhoor. Daar gaat de rechter niet in mee. Primair omdat gedaagden wel degelijk conceptteksten van het boek aan eisers hebben voorgelegd. Maar ook omdat er geen absoluut recht op wederhoor bestaat, indien er geen wederhoor gegeven zou zijn wil dat dus niet zeggen dat de uitingen onrechtmatig zijn. Vonnis: De vorderingen worden afgewezen. Eisers worden veroordeeld tot de proceskosten. Vonnis(rechtspraak.nl)

Echtscheiding, contactverbod, verstek-veroordeling, smaad laster, portretrecht, naaktfoto’s, uitgeven voor een ander, Facebook account

Rechtbank Overijssel, kanton, 07-02-2014 ECLI: NL:RBOVE:2013:663

Eind 2013 zijn partijen na een 5 jaar durend huwelijk uit elkaar gegaan. Gedaagde (de man) heeft eiseres (de vrouw) na de echtscheiding regelmatig via whatsapp en telefoon benaderd. Ook heeft de man een facebookpagina geopend met de naam van de vrouw waarop naaktfoto’s van de vrouw te zien waren. De vrouw vordert een verbod voor de man om zich bij een internetsite te registreren op haar naam en een contactverbod. De man komt niet opdagen en wordt bij verstek veroordeeld. Vonnis: De man wordt verboden om contact op te nemen met de vrouw én om zich op een internetsite onder haar naam te registreren. Vonnis (rechtspraak.nl)

Dwangsom, per ongeluk weer artikel online gezet, onrechtmatige berichten, smaad en laster, executiegeschil

Gerechtshof Amsterdam 28-01-2014 ECLI:GHAMS:2014:170

Gedaagde is in 2009 veroordeeld tot het verwijderen van een artikel op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per dag met een maximum van 1.000.000,-. Gedaagde heeft het artikel destijds tijdig verwijderd. Door een fout bij het overzetten van de website van gedaagde is het artikel 3 jaar later per ongeluk toch weer online gezet. Eiser eist de maximale dwangsom van € 1.000.000,- op. Gedaagde heeft meteen toen aanspraak werd gemaakt op de dwangsom het artikel weer verwijderd. Nu er slechts sprake was van een technische fout en geen doelbewust, of roekeloos, handelen van gedaagde om het vonnis te overtreden zou het verbeurd verklaren van de dwangsom zijn doel voorbij schieten. Vonnis: De dwangsommen zijn niet verbeurd. Vonnis(rechtspraak.nl)

Jurist, snelheidsduivel, Quote, causaal verband materiële schade, geen onbesproken gedag geen immateriele schade

Gerechtshof Amsterdam 28-01-2014

Eiser is een bekende jurist in Den Haag. Gedaagde (Qoutenet) heeft een artikel geschreven naar aanleiding van een snelheidsboete die de eiser had gekregen. In dat artikel wordt eiser aangeduid als snelheidsduivel en wordt aangegeven dat eiser in de gevangenis zat. Dat laatste is later door Qoutenet gerectificeerd. Eiser vordert nu zowel materiële als immateriële schade. De rechter oordeelt dat het causaal verband tussen het teruglopen van aantal klanten (materiële schade) en het gepubliceerde artikel onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Om die reden komt de materiële schade niet voor vergoeding in aanmerking. Ook de immateriële schade komt niet voor vergoeding in aanmerking omdat eiser regelmatig negatief in het nieuws is geweest en dus niet van onbesproken gedrag is. Het is daarom niet aannemelijk dat zijn reputatie door het artikel is aangetast en dat er dus immateriële schade heeft geleden. Vonnis: Vorderingen worden afgewezen. Vonnis(boek9.nl)

Het Parool, onredelijk korte termijn wederhoor, onrechtmatige publicatie, nieuwsartikel, achtergrond artikel,

Rechtbank Amsterdam 28-01-2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:723

Gedaagde (Het parool) wil een artikel publiceren waarin de banden tussen eisers en een oud-provinciebestuurder aan de kaak worden gesteld. Het Parool heeft eisers geïnterviewd en een conceptartikel toegezonden. De advocaten van eisers hebben dit van commentaar voorzien en verzocht het artikel niet te publiceren. Inhoudelijke reactie op het artikel is vanuit de zijde van eisers niet mogelijk omdat een persoon zich in het buitenland bevindt, Het Parool zou een onredelijk korte termijn aanhouden en om die reden onvoldoende mogelijkheid tot wederhoor geven. De vraag wat een redelijke termijn is voor het geven van een weerwoord is in de rechtspraak beantwoord. De Raad voor de Journalistiek heeft geoordeeld dat naarmate de beschuldigingen ernstiger zijn er meer tijd voor weerwoord moet worden gegeven. Bij beoordeling blijkt dat het artikel in twee delen valt te splitsen. Een nieuwsartikel en een achtergrondartikel. De rechter oordeelt dat voor het eerste gedeelte de gangbare reactietermijn van 24 uur voldoende is, ook gezien de nieuwswaardigheid van het artikel. Voor het tweede deel van het artikel geldt dat een reactietermijn van 24 uur geen reële mogelijkheid geeft om op het artikel te reageren, gezien het aantal en de ernst van de daarin genoemde beschuldigingen. Vonnis: Rechter verbiedt Het Parool om het tweede gedeelte van het artikel te publiceren tot 6 februari 2014 met een dwangsom. Vonnis: (rechtspraak.nl)

Them There Koyas Koi Forum, bedreiging, smaad, laster, bijzonder grievend, rectificatie, dwangsom, pedofilie

Rechtbank Gelderland 23-01-2014 ECLI:NL:RBGEL:2014:1548

Gedaagde beheert het “Them There Koyas Koi Forum”. Op dat forum heeft gedaagde een groot aantal bedreigende, beledigende en smadelijke teksten geplaatst. Onder andere wordt eiser beschuldigd van pedofilie en worden er meerdere doodsbedreigingen geuit. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de uitingen, gezien de ernst van de beschuldigingen en de grievende wijze waarop ze geuit worden, onrechtmatig jegens eiser. Gedaagde brengt daartegenin dat hij de teksten alleen zal verwijderen als eiser alle door hem gebruikte gebruikersnamen van het forum zal verwijderen. De rechter gaat niet mee met dat betoog. Immers, al zou eiser meerdere gebruikersnamen op het forum gebruiken, dan nog is dat geen rechtvaardiging voor de ernstige beschuldigingen. Vonnis: Verbod op de uitlatingen, rectificatie, gebruikelijke dwangsommen en proceskosten. Vonnis(rechtspraak.nl)

Seksleven minister-president privé, boete redelijk, vrijheid van meningsuiting, EHRM, personal privacy, boek, art. 10 EVRM

EHRM 14-01-2014 Ruusunen v Finland 73579/10

De vriendin van de Finse minister president schreef een boek over haar relatie met de minister-president. In dat boek beschreef de vrouw onder andere het seksleven met de minister-president. Het Finse Hof oordeelde dat ze de “personal privacy” van de minster-president had geschonden door intieme details over de minister-president en zijn kinderen te verspreiden die de minister-president nog niet zelf verspreid had. De vrouw werd volgens het Finse strafrecht veroordeeld tot een boete van € 300,-. De vrouw ging hiertegen in beroep op grond van haar vrijheid van meningsuiting zoals in artikel 10 EVRM. Volgens de vrouw had zij alleen details uit haar eigen seksleven openbaar gemaakt. Het EHRM oordeelt dat de beperking van de vrijheid van meningsuiting juist was op grond van art. 10 lid 2. Bovendien was de boete van € 300,- niet onredelijk hoog. “In the Court’s opinion the reasons relied on by the domestic courts were both relevant and sufficient to show that the interference complained of was “necessary in a democratic society”.’ ‘The Court considers that the domestic courts struck a fair balance between the competing interests at stake” Vonnis: Het vonnis van de Finse rechter blijft intact. Vonnis(EHRM)

Foto’s huwelijk, inbreuk privéleven, EHRM, art. 8 EVRM, huwelijk is public event, event of general interest, geen harrasment, margin op appreciation

EHRM 16-01-2014 Lillo-Stenberg and Saether v. Norway 13258/09

Twee Noorse beroemdheden trouwen tijdens een privé-ceremonie op een klein Noors eiland. Tijdens het huwelijk worden met een telelens foto’s gemaakt die vervolgens door een roddelblad gebruikt worden. De Noorse rechter oordeelde dat er geen sprake was van een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van het stel, ondanks dat het bericht slechts entertainmentwaarde heeft. Een huwelijk is namelijk per definitie een publiek event en een neutrale beschrijving van het huwelijk is om die reden niet onrechtmatig. Daarnaast was het niet vreemd dat dit huwelijk op een openbare plek de nodige aandacht trok en er stonden geen foto’s van de voltrekking zelf. Het feit dat de foto’s met een telelens geschoten waren zorgde er juist voor dat de inbreuk minder was. Het EHRM erkent dat het huwelijk per definitie een event van general interest is en daarom dus nooit privé. Bovendien had het stel in het verleden. In tegenstelling tot de arresten Von Hannover I was er in deze geen sprake van harrasment. Derhalve heeft de Noorse rechter volgens het EHRM een zorgvuldige afweging gemaakt die binnen de margin of appreciation ligt van de Noorse Staat. Vonnis: klacht wordt afgewezen. Vonnis (EHRM)

Maastrichtse vastgoedmagnaat, ghana, sexueel misbruik, smaad, laster, persvrijheid, journalist, publiek figuur, zéér ernstige misstand, hoor en wederhoor.

Rechtbank Amsterdam 18-12-2013 ECLI: RBAMS:2013:8660

Eiser is een maastrichtse vastgoedmagnaat. Gedaagde is een journalist en heeft diverse artikelen geschreven waaruit blijkt dat de vastgoedmagnaat in Ghana wordt verdacht van seksueel misbruik. Eiser vordert, onder meer, een verbod op verdere publicatie en een voorschot op de schadevergoeding. Uit diverse overgelegde stukken blijkt dat de publicaties voldoende basis in de feiten vinden, immers de vastgoedmagnaat was op enig moment verdacht. In de belangenafweging wordt ook megenomen dat eisers tot op zekere hoogte een publiek figuur is en dat publieke figuren zich meer moeten laten welgevallen dan personen die geen publiek figuur zijn. Daarenboven is seksueel misbruik een zéér ernstige misstand die de journaliste aan de kaak wilde stellen. Tot slot heeft eiser voldoende mogelijkheid tot hoor en wederhoor geboden.Vonnis: vorderingen worden afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

Bouwfraude, meerdere gedaagden, onvoldoende feiten, smaad en laster, schade niet relevant voor onrechtmatigheid

Rechtbank Noord-Holland 05-12-2013 ECLI:RBNHO:2013:11696

Gedaagden hebben een artikel geschreven over vermeende bouwfraude door Eiser. In dat artikel wordt gedetailleerd weergegeven hoe eiser een aanbestedingsprocedure heeft beinvloed met zijn adviseur. Gedaagden verweren dat eiser niet voldoende heeft duidelijk gemaakt wie van de gedaagden nu precies gedagvaard wordt. De rechter gaat daaraan voorbij omdat, ook ter zitting, niet duidelijk is wie van de gedaagden de tekst op de website heeft geplaatst. Dat is een omstandigheid die voor rekening van gedaagden dient te komen. Vooropgesteld kan worden dat de geuite beschuldiging een zeer ernstig feit is dat bij het publiek bekend zou moeten zijn als het waar is. De verklaring van gedaagden is onvoldoende feitelijke basis omdat die lijnrecht tegenover de verklaring van eiser staat. Omdat de beschuldiging niet voldoende steun vindt in het feitenmaterieel geeft het belang van eiser om niet blootgesteld te worden aan ongefundeerde beschuldigingen doorslag. Gedaagden betogen vervolgens dat eiser niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser reputatieschade heeft geleden door de publicatie. Daarover oordeelt de rechter dat het wel of niet ontstaan van schade nog niet maakt dat de uitingen minder onrechtmatig worden. De vraag of er schade is ontstaan is uitsluitend van belang bij de vaststelling of er schadevergoeding verschuldigd is. Vonnis: gedaagden worden veroordeeld om de uitingen te verwijderen en een rectificatie te verzenden. Vonnis(rechtspraak.nl)

Stelselmatig laster smaad, blog, bedreiging, contactverbod, geen lijfsdwang

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22-11-2014 ECLI: RBZWB:2013:8563

Gedaagde voert voor een periode van twee jaar een lastercampagne tegen eisers. Onder meer maakt hij eisers uit voor oplichter, geeft hij aan dat hij eisers kapot zal maken en beschuldigt hij eisers van het niet goed uitvoeren van hun werk. Gedaagde gebruikt in zijn berichten zodanig grove bewoordingen dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat gedaagde met die berichten de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschrijdt. Nu duidelijk is dat het gedrag van gedaagde stelselmatig is kan ook het gevorderde contactverbod worden toegewezen. Het gevorderde verbod voor gedaagde om zich kritisch te uiten over eisers wordt niet toegewezen. Het recht op vrijheid van meningsuiting van gedaagde strekt immers zover dat daaronder ook kritische uitlatingen vallen. Er is volgens de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding om lijfsdwang toe te passen nu niet is aangevoerd dat een dwangsom geen effectief dwangmiddel zal zijn. Vonnis: wijst het contactverbod toe en verbiedt gedaagde het doen van onrechtmatige uitingen met een dwangsom. Vonnis(rechtspraak.nl)

EHRM, rechten nabestaanden, smaad, laster, flakelf, inbreuk persoonlijke levenssfeer, deathmatch

Putistin v. Ukraine EHRM 21-11-2013

De vader van eiser heeft in de tweede wereldoorlog meegedaan aan de zogenaamde “Death Match”, een voetbalwedstrijd tussen Dinamo Kiev en een team van de Wehrmacht (Flakelf). Na afloop van de wedstrijd zouden een aantal spelers van Kiev zijn doodgeschoten. Een krant plaatst een artikel over een film over deze gebeurtenis waarin indirect gesuggereerd wordt dat zijn vader zou hebben gecollaboreerd met de Duitsers. Het EHRM overweegt dat een inbreuk op de reputatie van een overledene met zich mee kan brengen dat de nabestaande daardoor in zijn persoonlijke levenssfeer wordt geraakt. In dit geval is daar echter geen sprake van. Vonnis: verzoek wordt afgewezen. Vonnis (EHRM).

Bestuurder Beter Wonen, vrijheid van meningsuiting, kritische opmerkingen, dreigend onrechtmatig handelen, smaad en laster

Gerechtshof Amsterdam 29-10-2013 ECLI: GHAMS:2013:3723

Gedaagde is voormalige bestuurder van woningcorporatie Beter Wonen (eiser). Na zijn ontslag publiceerde gedaagde een aantal artikelen over de woningcorporatie waarin hij op suggestieve wijze de woningcorporatie afbreekt. Een deel van de artikelen werden in een lokale krant gepubliceerd en een deel op zijn eigen weblog. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat eiser geen spoedeisend rechtsbelang heeft omdat de artikelen niet meer online staan. Dat verweer faalt omdat gedaagde dreigt de artikelen na de rechtszaak wederom online te zetten waardoor er sprake is van dreigend onrechtmatig handelen. De uitlatingen hebben betrekking op een vermeende misstand ten aanzien van het eventuele bestaan waarvan gedurende de afgelopen jaren hier te lande, naar feit van algemene bekendheid is, veel maatschappelijke onrust is ontstaan: de integriteit van het bestuur van een semi-publieke organisatie. De uitlatingen waarin de verdenkingen en aantijgingen jegens [geïntimeerden] liggen besloten zijn in beginsel kritisch en cynisch van toonzetting maar hebben tegelijkertijd ook een tamelijk ironisch en met name satirisch karakter. De verdenkingen en aantijgingen vonden op het moment dat zij werden geuit, op zichzelf de nodige steun in de conclusies van het op 7 december 2009 uitgebrachte onderzoeksrapport-Van Veen. Op het moment dat de uitlatingen werden gedaan was weinig waarschijnlijk dat het door [appellant] nagestreefde doel langs andere, voor [geïntimeerden] minder schadelijke weg met redelijke kans op spoedig succes had kunnen worden bereikt. Wat betreft het gezag dat derden zullen toekennen aan de uitlatingen van [appellant] moet worden opgemerkt dat aan diens uitlatingen in zoverre gezag toekwam dat hij een voormalig lid van de Raad van Toezicht was, maar dat hij tegelijkertijd op dat moment in zoverre gezag miste dat zijn uitlatingen – zoals ook [geïntimeerden] hebben gesteld – ook als een rancuneuze reactie konden worden opgevat. Het voorgaande voert het hof tot de slotsom dat, alle bijzondere omstandigheden tegen elkaar afgewogen, het belang van [appellant] om zich vrij te uiten zwaarder behoort te wegen dan de belangen waarvoor [geïntimeerden] opkomen en dat in dit geval derhalve het grootste gewicht moet toekomen aan het belang dat een (vermeende) misstand die de samenleving raakt door bekendmaking aan het grote publiek bestreden moet kunnen worden. Vonnis: de vorderingen worden afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

Concurrentiebeding, Gestapo, e-mail, geen noodzaak derden te informeren, te ruim geformuleerd

Rechtbank Midden-Nederland 20-11-2013 ECLI:RBMNE:2013:7197

gedaagde is een voormalig medewerker van eiser. Na een conflict over het nog van kracht zijnde concurrentiebeding heeft gedaagde een e-mail naar diverse partijen gestuurd waarin hij eiser, onder meer, vergelijkt met de Gestapo. Daarenboven heeft gedaagde een oproep op Google geplaatst. Het kan gedaagde worden aangerekend dat hij in het e-mailbericht onnodige gievende bewoordingen gebruikt. Dat klemt des te meer nu gedaagde de e-mail ook heeft verzonden naar personen die niet direct bij het conflict betrokken waren. Van enige noodzaak om deze derden bij het geschil te betrekken, althans hun op de hoogte te stellen van de mening van gedaagde is niet gebleken. De voorzieningenrechter is derhalve van oordeel dat de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden. De vordering om gedaagde te verbieden andere partijen enige informatie te verschaffen over het conflict is te ruim geformuleerd en zou een te grote inbreuk op de rechten van gedaagde vormen. Gedaagde is namelijk in beginsel vrij iedereen verslag te doen van zijn geschil, zolang hij daarmee niet het maatschappelijke onbetamelijke overschrijdt. Deze vordering wordt om die reden afgewezen. Vonnis: Verbiedt gedaagde het doen van beledigende, lasterlijke of bedreiging uitingen. Vonnis(rechtspraak.nl)

Servicenummer, smaad en laster, Belfabriek, MTTM, misleiding, geen rectificatie wegens tijdsverloop

Rechtbank Denk Haag 10-10-2013 ECLI: RBDHA:2013:15443

Partijen bieden zakelijke servicenummers aan organisaties aan. Gedaagde (Belfabriek) benadert actief klanten van eiser (MTTM) met mededelingen die de indruk wekken dat MTTM in financiële moeilijkheden zou verkeren en een malafide organisatie is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat ook als, ondanks de betwisting van MTTM c.s., de juistheid van de mededelingen zou worden aangenomen, deze als misleidend moeten worden aangemerkt, gezien de gebruikte bewoordingen, de wijze waarop en de context waarin Belfabriek de mededelingen heeft gedaan. Er wordt niet slechts gewezen op – publiekelijke bekende – financiële problemen bij MTTM c.s., maar er worden onder meer bewoordingen gebruikt als ‘dit bedrijf zou op wankelen staan’ en ‘zou MTTM het dit keer niet gaan redden’, en er wordt verwezen naar een faillissement van een andere vennootschap. Al het vorenstaande, in samenhang bezien, maakt reeds dat de uitingen van Belfabriek als misleidend en onrechtmatig moeten worden aangemerkt. Bij dit oordeel is in aanmerking genomen dat enige mate van overdrijving toelaatbaar is, maar de grens hiervan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter overschreden. Ook is acht geslagen op de omstandigheid dat de mededelingen gericht waren aan ondernemers. Ook voor een gemiddeld geïnformeerde en oplettende ondernemer moeten de teksten misleidend worden geacht. Een vordering om Belfabriek te gelasten een rectificatiebrief te versturen is niet toewijsbaar gezien het lange tijdsverloop. Vonnis: Belfabriek wordt verboden uitingen van deze strekking te publiceren. Rectificatie wordt afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

Nieuwssite verantwoordelijk voor reacties, EHRM, vrijheid van meningsuiting, onrechtmatige uitingen, smaad en laster, art. 10 EVRM, Delfi As. V Estonia.

EHRM 10-10-2013 Case of Delfi As. V Estonia

Eiser exploiteert in Estland een nieuwswebsite waar de mogelijk geboden wordt om anoniem te reageren en te discussiëren. Onder een nieuwsbericht van over een Rederij werden een twintigtal commentaren gegeven die, volgens de Estse rechter, niet door de beugel konden. Deze reacties stonden zo’n zes weken op internet maar werden op eerste verzoek binnen een dag verwijderd. De Estse rechter oordeelde dat eiser verantwoordelijk is voor deze reacties omdat zij een platform biedt waarop deze reacties kunnen worden gegeven. Bovendien verhogen de reacties de bezoekersaantallen waarop het verdienmodel van eiser gebaseerd is. Dat de reacties meteen verwijderd werden doet daar niets aan af, immers op dat moment was de reputatieschade al veroorzaakt, eiser had voor voldoende maatregelen moeten zorgen om dat te voorkomen. Aan het EHRM werd voorgelegd of dit een inbreuk maakt op artikel 10 EVRM. Ingevolge art. 10 lid 2 EVRM is een beperking van de vrijheid van meningsuiting toegestaan op (1) wettelijke basis, (2) gericht op, in dit geval, de bescherming van rechten van anderen en (3) noodzakelijk zijn in een democratische samenleving. Eiser betoogt dat de Estlandse wet geen verplichting tot het vooraf monitoren van berichten kent en dat haar aansprakelijkheid was beperkt door Europese richtlijn 2000/31/EC. Het EHRM oordeelt dat eiser kon, op basis van het soort bericht en het aantal reacties, verwachten dat er schadende berichten zouden verschijnen onder dit bericht. Eiser diende derhalve voldoende maatregelen te nemen om te voorkomen dat hierdoor de rechten van andere geschaad zouden worden. De maatregelen die zij genomen heeft waren klaarblijkelijk onvoldoende. Daarbij heeft eiser een aanzienlijk invloed over de commentaren en de mogelijk om ze te verwijderen, hetgeen maakt dat ze niet gezien kan worden als een ISP die alleen informatie doorgeeft. Met name het feit dat eiser financieel gewin haalt uit de commentaren maakt dat zij de verantwoordelijkheid voor deze reacties niet zomaar kan afschuiven op de anonieme gebruikers. Tot slot is de boete van € 320,- niet als disproportioneel aan te merken. Vonnis: er is geen sprake van een inbreuk op art. 10 EVRM. Vonnis(EHRM)

Executiegeschil, wie heeft website gemaakt, activiteiten partner niet gelijk aan eigen activiteiten.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-10-2013 ECLI:GHARL:2013:7549

Executiegeschil. Een man is in een eerdere procedure verboden om op internet uitingen te plaatsen over zijn ex-vrouw en kinderen, op straffe van een dwangsom. Na betekening van het vonnis bleek nog enige dagen een website over de ex-vrouw en kinderen online te staan. Volgens de man is deze website door zijn nieuwe partner gemaakt, zoals ook bewezen met e-mailverkeer. De stelling dat de activiteiten van de nieuwe partner door lotsverbondenheid moeten worden aangemerkt als activiteiten van de man wordt afgewezen. Op basis van het aangeleverde bewijs kan worden aangenomen dat de website niet door de man op internet is geplaatst maar door zijn nieuwe vrouw. De dwangsommen zijn derhalve ten onrechte verbeurd. NB. Tijdens een executiegeschil kan de vraag of een partij zich aan het vonnis gehouden heeft volledig worden getoetst. Vonnis: vrouw mag de dwangsommen niet executeren. Vonnis(rechtspraak.nl)

Vermelding is geen bewijs van deelname, lastercampagne, New York Pizza, antwoorden vragen aan pers niet onrechtmatig.

Rechtbank Den Haag 04-10-2013 ECLI:NL:RBDHA:2013:13078

Tussen eiseres (New York Pizza) en gedaagde is een conflict ontstaan nu eiseres heeft aangegeven dat gedaagde niet langer van hun franchise-formule mochten gebruikmaken. Eiseres beweert dat gedaagde een lastercampagne tegen haar is gestart. De rechtbank oordeelt als volgt: Voor wat betreft de overige stukken – in het bijzonder een aantal webpagina’s – is van belang dat de enkele omstandigheid dat daarin [gedaagde 3] wordt genoemd nog niet meebrengt dat hij ook direct betrokken is (geweest) bij de negatieve berichtgeving over NYP. Dat klemt te meer nu gedaagden – onweersproken – hebben gesteld dat [gedaagde 3] door de pers is benaderd en in dat verband vragen heeft beantwoord. Dat kan niet als onrechtmatig worden gekwalificeerd. Vonnis: afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

Oproep om negatieve ervaringen te melden, smaad, laster, onrechtmatig, Pretium, Tubantia, persvrijheid, verantwoordelijkheid pers.

Rechtbank Overijssel 02-10-2013 ECLI: RBOVE:2013:2360

Dagblad Tubantia(gedaagde) plaatst een oproep aan haar lezers om negatieve ervaringen met Pretium B.V. (eiser) te melden. Volgens de oproep zouden er signalen zijn dat Pretium aan oudere mensen een abonnement aansmeert. Voorop staat dat aan persvrijheid een bijzondere waarde moet worden toegekend. De pers moet immers als publieke waakhond kunnen optreden. Dit vergaande recht van de pers omvat tegelijkertijd ook verantwoordelijkheden. Juist omdat de pers burgers informeert over wat er gaande is in de samenleving, kan zij een belangrijke invloed uitoefenen op opinie- en beeldvorming en kan zij reputaties maken of breken. Vooral verantwoordelijkheden op het punt van verificatie en zorgvuldigheid komen daarbij aan journalisten toe. De onderhevige oproep kan voor Pretium reputatieschade opleveren. De bewoordingen van de oproep hebben een negatieve lading en suggereren dat Pretium lichtvaardig vooral oudere mensen als abonnee tracht in te palmen. De aanleiding van de oproep bleek te zijn de ervaring van de vader van een van de redactieleden. Juist in deze gevallen, waarin nog niet duidelijk is of de journalistieke oproep die wordt geplaatst zal leiden tot een uitkomst die door de oproep wordt gesuggereerd, weegt de journalistieke zorgvuldigheid zwaar. Een dergelijke oproep is weliswaar een erkend journalistiek middel om mogelijke misstanden te onderzoeken, maar het stelt forse eisen aan de gekozen bewoordingen daarvan. De oproep behoort niet op voorhand het lijdend voorwerp daarvan, zeker als daarmee geen overleg heeft plaatsgevonden, al dusdanig te beschadigen dat reacties op de oproep ogenschijnlijk daardoor al niet meer kunnen afdoen aan het door de oproep gecreëerde beeld. Duidelijk moet zijn dat de journalist zo goed mogelijk heeft geprobeerd de informatie te verifiëren. Vonnis: gedaagde moet de oproep binnen 24 uur verwijderen op straffe van een dwangsom, de rectificatie wordt afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl)

Turks, kindermishandeling, smaad, laster, belediging, belang niet groot genoeg, wel feitelijke basis, moddergooien, eer en goede naam, echtscheiding

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 17-09-2013 ECLI:NL:GHSHE:2013:4278

Kort Geding Hoger Beroep. Gedaagde (appellant) is in een echtscheiding verwikkeld met eiseres (geintimeerde) in Turkije. Gedaagde heeft een website voor eiseres gemaakt waarop haar cv, gegevens en proefschriften te zien waren. Na de echtscheiding plaatst gedaagde op die website beschuldigingen van kindermishandeling, onderbouwd door een rapport van de Turkse kinderbescherming. Gedaagde geeft aan dat hij dit deed omdat eiseres zelf in Turkije geruchten over hem verspreide, onder andere dat hij incest zou hebben gepleegd. Het Hof komt tot de conclusie dat de geruchten van kindermishandeling een inbreuk op het privéleven opleveren en dat deze inbreuk (door het rapport) voldoende feitelijk onderbouwd is. Maar, gedaagde heeft nagelaten zijn belang voldoende duidelijk te maken. Met name is niet duidelijk waarom dit de beste manier was om zijn belang te dienen (i.e. zijn naam te zuiveren) en of er geen andere wegen waren om dit resultaat te bereiken. Derhalve heeft gedaagde onrechtmatig gehandeld. Wat betreft toepasselijk recht en rechtsmacht wordt aansluiting gezocht bij EEX-Verordening en bij 10:159 BW. Vonnis: Gedaagde moet de website verwijderen, de domeinnamen verwijderen en Google aanspreken. Vonnis(rechtspraak.nl)

Facebook, contactverbod, te ruim geformuleerd, persoonsgegevens plaatsen is geen lastigvallen, stelselmatig.

Rechtbank Limburg 31-07-2013 ECLI: NL:RBLIM:2013:4624

Echtscheiding. Man plaatst berichten op facebook waarin hij persoonlijke gegevens van de vrouw gebruikt, aangeeft dat zijn vrouw de kinderen gijzelt en belt haar op hinderlijke wijze. NB. In een vaststellingsovereenkomst was eerder vastgelegd dat de man de vrouw niet meer zou bellen. De vrouw vordert een (electronisch-) contactverbod. Dit wordt toegewezen op grond van de vele hinderlijke belletjes. Opgemerkt daarbij is dat de door de man geplaatste berichten op Facebook waarin hij zich richt tot derden/bekenden, niet als het “lastigvallen van de vrouw” kunnen worden gekwalificeerd. Verder vordert de vrouw een verbod op het laten circuleren van haar persoonsgegevens of die van de kinderen. Dit wordt afgewezen omdat het onvoldoende gespecificeerd is, anders zou de man zelfs niet haar naam mogen noemen. Gelet op het feit dat partijen ex-partners zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Vonnis: contactverbod wordt toegewezen, dwangsom, proceskosten worden gedeeld. Vonnis(rechtspraak.nl)

krantenarchief, censuur, rectificatie, verwijdering bericht uit archief, EHRM, inbreuk op privacy, smaad, laster, verschil internet en geprinte media.

EHRM 16-07-2013 Węgrzynowski and Smolczewski v. Poland

Over eisers is een smadelijk dan wel lasterlijk artikel geschreven. De Poolse rechter oordeelt dat de berichten inderdaad onrechtmatig zijn en veroordeelt de journalist tot een schadevergoeding en een excuses in de krant. Het artikel bleef echter via het digitaal archief van de krant toegankelijk. Eisers claimen dat dit hun recht op het privéleven aantast. Een aantasting van het archief zou echter leiden tot censuur en voor latere lezers een onduidelijk beeld geven van hetgeen in het verleden heeft plaatsgevonden. Immers het artikel is geplaatst en heeft daarmee een invloed gehad op de publieke opinie. Het EHRM oordeelt dat het internet zich onderscheidt van geprinte media omdat op het internet het risico op reputatieschade, en daarmee een inbreuk op het recht op privéleven, vele malen groter is. Dit komt door de snelle verspreiding, de langdurige toegankelijkheid van deze informatie en het gebrek aan controle. Vervolgens oordeelt het EHRM dat verwijdering van een artikel uit het archief niet de juiste methode is om de reputatie van anderen te beschermen. Hierdoor wordt immers het archief aangetast en ontstaat een onjuist beeld van de geschiedenis. Het zou daardoor lijken alsof het artikel nooit gepubliceerd is. In plaats daarvan kan beter een opmerking bij het artikel geplaatst worden dat het artikel door de rechter als onrechtmatig is beoordeeld.Vonnis: de vorderingen worden afgewezen. Vonnis(EHRM).

Onrechtmatige uiting, smaad en laster, verbod publicatie, verstekvonnis, www.pedofielennetwerknoordholland.nl, social media.

Voorzieningenrechter Overijssel 06-07-2013 LJN CA2280.

Gedaagde brengt eiser in verband met pedifilie, kindermisbruik en kinderporno. Dit onder andere op de website www.pedofielennetwerknoordholland.nl en diverse social media, waaronder Facebook, Hyves, Twitter en Linkedin. Gezien gedaagde niet is komen opdagen is tegen hem verstek verleend. De rechter gebiedt gedaagde, kort gezegd, om deze uitingen te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom. Een schadevergoeding is niet toegewezen omdat niet is gebleken dat eiser hier spoedeisend belang bij heeft. Vonnis: De vorderingen zijn bij verstek toegewezen. De schadevergoeding is afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl).

Pedograaf, TMG, associatie, hyperlink, geen nieuwe openbaarmaking, auteursrecht, verwijzing, smaad, laster onrechtmatige uitingen.

Voorzieningenrechter Amsterdam 05-07-2013 IEPT20130705

Gedaagde heeft op zijn website het volgende bericht geplaatst : “LEES TELEGRAAF OP WWW.PEDOGRAAF.NL … hebben wij de website vast onder het domein www.pedograaf.nl gehangen.” De link www.pedograaf.nl geeft vervolgens de website van De Telegraaf weer waarbij in het browserscherm nog steeds www.pedograaf.nl weergegeven wordt. Gedaagde verweert dat hij geen feitelijke macht over de website zou hebben, de url www.pedograaf.nl staat bovendien op naam van een Bulgaar. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft eiser voldoende aannemelijk gemaakt dat gedaagde beslissende invloed heeft op het gebruik van de website. Redengevend daarvoor het gebruik van de tekst: “hebben wij”. De Telegraaf Media Group (TMG, eiser) stelt dat het uitbrengen van haar website een openbaarmaking als in de Auteurswet is. Om dit als inbreuk op het auteursrecht van TMG te beschouwen dient er sprake te zijn van een een nieuwe openbaarmaking. Dit is niet het geval omdat de website van TMG voor iedereen toegankelijk is én dit ook bekend is bij het grote publiek. Er is derhalve geen sprake van een inbreuk op het auteursrecht. Daarnaast stelt TMG dat het gebruik van De pedograaf als verwijzing naar haar website onrechtmatig is vanwege de associatie met pedofilie. De verwijzing veroorzaakt derhalve reputatieschade voor TMG. Gedaagde heeft bovendien niet aangegeven waarom hij er belang bij heeft bij de verwijzing. Vonnis: gedaagde wordt geboden de weergave vanuit pedograaf.nl te staken en TMG de associëren met pedograaf, alsmede proceskosten. Vonnis(externe link)

Onrechtmatige uiting, miljonair, omrop fryslan, smaad, laster, afgifte persoonsgegevens, dwangsom onnodig, spoedeisendheid, bewijslast, digitale borrelpraat,

Rechtbank Noord-Nederland 03-07-2013 ECLI:NL:RBNNE:2013:3992

Eiser heeft in 2008 2.2 miljoen euro gewonnen bij Holland Casino en heeft daardoor enige publiciteit genoten. Zodoende is hij redelijk bekend in de provincie Friesland. Over eiser zijn door gedaagden diverse artikelen geschreven onder meer dat hij geld bestemd voor goede doelen onder zich zou houden, failliet verklaard zou zijn, bedreigingen verzon om onder zijn verplichtingen uit te komen. Gedaagden betwisten het spoedeisend belang van eiser omdat hij ruim zeven maanden heeft gewacht met het entameren van een Kort Geding. Hoewel aan gedaagden kan worden meegegeven dat eiser vrij lang heeft gewacht met het nemen van rechtsmaatregelen, is dat enkele gegeven niet voldoende om te kunnen oordelen dat eiser in zijn vordering niet kan worden ontvangen. Het gaat in deze immers om een onrechtmatig handelen, dat nog steeds voortduurt vanwege dat het artikel nog steeds online staat en gevonden kan worden. De vorderingen houden een beperking van artikel 10 EVRM, deze beperking kan alleen bij wet en kan gevonden worden in art. 6:162 BW. Voor deze omstandigheden verwijst Lexxit naar het vonnis. Opmerkelijk is dat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om aan de veroordeling een dwangsom te verbinden omdat Omrop Fryslan (gedaagde1) heeft verklaard vrijwillig aan een eventuele veroordeling te zullen voldoen. Van een organisatie als de onderhavige mag verwacht worden dat zij een dergelijke toezegging ook daadwerkelijk zal nakomen. Eiser heeft bovendien niet betwist dat Omrop Fryslan het vonnis niet vrijwillig zal nakomen. Gedaagde 2 biedt op zijn website de mogelijkheid om anoniem commentaar te posten. In beginsel heeft een ieder immers het recht op vrijheid van meningsuiting, ook in berichten die op internetfora worden geplaatst. Indien er echter sprake is van dusdanig ernstige beschuldigingen die leiden tot reputatieschade van concrete personen, kan dit onrechtmatig worden geoordeeld en aan sancties worden onderworpen. Het commentaar van één van deze personen is dermate diffamerend dat dit als onrechtmatig jegens eiser is aan te merken. De voorzieningenrechter tekent hierbij aan dat het een ervaringsregel is dat in berichten op internetfora als waldnet.nl de nuance regelmatig ver te zoeken is en dat betwijfeld kan worden of de (anonieme) posters wel altijd over voldoende feitelijke achtergrondinformatie beschikken om hierop hun nog wel eens ongezouten mening te kunnen baseren. In feite komt een internetforum als waldnet.nl vaak neer op “digitale borrelpraat”, hetgeen ook algemeen bekend mag worden verondersteld. Dit brengt mee dat niet al te snel tot onrechtmatigheid kan worden geconcludeerd. Dit is echter geen vrijbrief om zonder dat er enige steun in beschikbaar feitenmateriaal voorhanden is, personen te beschuldigen van (ernstige) feiten of zich in een zodanige mate over iemand kwetsend uit te laten, dat zonder meer sprake is van grensoverschrijdend gedrag. De voorzieningenrechter volgt eiser in zijn stelling dat de bewijslast voor de juistheid van dit verwijt niet op hem rust, maar op degenen die dergelijke verwijten aan zijn adres maken. Vonnis: veroordeelt gedaagden tot het verwijderen van de berichten en het plaatsen van een rectificatie en gedaagde sub 2 tot het verstrekken van persoonsgegevens van een gebruiker. Vonnis(rechtspraak.nl) 

Filmpje op internet, verspreiding via Whattsapp, Strafrecht artt. 261 en 266 Sr. Smaad en smaadschrift, ruchtbaarheid geven.

Rechtbank Almelo 25-04-2013 LJN BZ8542.

Verdachte heeft een film waarin zijn vriendin seksuele handelingen verricht via WhatsApp verstuurd naar zijn toenmalige ex-vriendin en aan zijn vriendin. De verdachte gaf daarbij expliciet de opdracht het filmpje niet verder te verspreiden. Desondanks heeft zijn ex-vriendin het filmpje toch verspreid. De politierechter oordeelt dat er geen sprake is van smaadschrift. Dit, omdat de verdachte het bericht slechts aan één derde persoon gedeeld heeft met de instructie om het niet door te zenden. Ook van belediging is geen sprake. Vonnis: Vrijspraak. Vonnis(rechtspraak.nl).

Onrechtmatige publicatie op website, portretrecht, satire, publiek orgaan, art. 21 AW, Haaksbergenplaza.

Voorzieningenrechter Almelo 16-04-2013 LJN BZ8653.

Eiseres is een publiek orgaan bij de Gemeente Haaksbergen. Gedaagden hebben op de website haaksbergenplaza.nl en op het bijbehorende facebookpagina een artikel geplaatst getiteld: “meesteres in handhaving” met een gemanipuleerde afbeelding van eiseres. Het artikel is door een anonieme schrijver geplaatst maar gedaagden kunnen worden aangemerkt als internet service providers in de zin van art. 196c BW en zijn daarom naast de schrijver aansprakelijk. De afbeelding is zeer seksueel suggestief en insinueert bovendien dat eiseres nietsontziend en meedogenloos zou zijn. Eiseres heeft daarom een redelijk belang als in art. 21 Aw. bij het stoppen van de publicatie. Het verweer dat er sprake zou zijn van satire gaat niet op omdat de afbeelding en de tekst geplaatst zijn in een dermate beledigende context dat zij elke vorm van maatschappelijke zorgvuldigheid te buiten gaat. De teksten zijn echter ansich niet onrechtmatig omdat de oplettende lezer hier zou kunnen opmaken dat het om een satire gaat. Daarvoor dienen dezelfde regels te gelden als voor een column. Eiseressen vorderen bovendien een voorschot op de schadevergoeding. Dit voorschot wordt toegewezen omdat aannemelijk is geworden dat eiseressen immateriële schadevergoeding geleden heeft en zij belang hebben bij snelle genoegdoening. Bovendien leiden gedaagden geen restitutierisico. Vonnis: De rechtbank verbiedt het publiceren van de afbeeldingen. De teksten afzonderlijk mogen wel openbaar blijven. Daarbij wordt het gedaagden verboden enige mededeling over dit geschil openbaar te maken en Google te verzoeken tot het verwijderen van iedere verwijzing naar het artikel. Voorts worden gedaagden veroordeeld tot het betalen van een voorschot op de schadevergoeding van € 1.000,-. Vonnis(rechtspraak.nl).

Onrechtmatige uiting, publicatie op een website, “lijkt een oplichter”, reputatieschade, smaad en laster.

Rechtbank ‘s-Gravenhage 10-04-2013 LJN BZ9355.

Gedaagde had in de webshop van eiser een t-shirt gekocht dat nooit geleverd is. Een zoektocht op het internet leerde dat meer mensen klaagden over de webwinkel van eiser. Gedaagde schreef hierover vervolgens op zijn weblog een artikel waarin hij de zin “[eiser] lijkt een oplichter” gebruikte. De rechtbank komt tot de conclusie dat het in beginsel is toegestaan om kritiek te uiten over organisaties en personen maar dat daarbij de grenzen van het maatschappelijk toelaatbare niet overtreden mogen worden. Oplichting is een zwaar misdrijf en om die reden dient men extra voorzichtig te zijn als men iemand van oplichting beschuldigt. Doordat gedaagde echter een voorbehoud maakt met het woord “lijkt”en een vraagteken is het voor de gemiddelde lezer duidelijk dat het hier niet om een feit gaat maar om een vraag. Dit maakt dat de vereiste zorgvuldigheid minder wordt. Gedaagde had daarbij voldoende feitenmateriaal om te kunnen concluderen dat eiser vaker bestellingen niet levert. Vonnis: De Rechtbank oordeelt dat de publicatie niet onrechtmatig jegens eiser is. Vonnis(rechtspraak.nl).

Onrechtmatige publicatie in vraagvorm, vrijheid van meningsuiting, Aandelenlease.

Hof Amsterdam 02-04-2013 (PAL) LJN BZ7310.

Appellant (eiser) werpt zich op als juridische expert voor mensen die een verliesgevende aandelenleasecontract hadden gesloten bij Dexia. Gedaagde was niet tevreden met de werkzaamheden van appellant en heeft deze onvrede op diverse fora geuit. Onder meer door een topic te openen met de vraag: “is [appellant] een oplichter?” Hoewel deze zin in vragende vorm is gesteld had gedaagde er rekening mee moeten houden dat mensen na het lezen van de zin appellant als onbetrouwbaar zouden beschouwen. Bovendien had gedaagde er rekening mee moeten houden dat deze uitspraken een veel groter publiek zouden bereiken dan alleen slachtoffers van de aandelenleaseconstructie. Gedaagde kon er, op basis van het bij haar beschikbare feitenmateriaal, vanuit gaan dat appellant zich schuldig had gemaakt aan het strafbare misdrijf “oplichting”. Gesteld nog gebleken is dat er voor gedaagde andere mogelijkheden om het gedrag van appellant ter discussie te stellen. Het Hof komt dan ook tot het oordeel dat in dit geval het recht op vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen dan de belangen van appellant. Vonnis: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en komt tot het oordeel dat de uitingen niet onrechtmatig zijn. Vonnis(Rechtspraak.nl).

Onrechtmatige uiting op internet, vrijheid van meningsuiting, smaad en laster, curator.

Voorzieningenrechter Arnhem 27-03-2013 LJN CA0289.

Een moeder heeft zich op grievende wijze uitgelaten over de curator van haar zoon. De moeder zou ontevreden zijn geweest met de werkzaamheden van de curator en heeft, onder andere, op Facebook , het Kassaforum en een lokale tv-zender, verschillende uitspraken over de curator gedaan. In deze moet een afweging gemaakt worden tussen de vrijheid van meningsuiting van gedaagde (art. 10 EVRM) en het recht op bescherming van de eer en goede naam van eiser. Ter zitting blijkt dat de gedane beweringen niet voldoende op feiten gestoeld zijn. Daarom worden de uitspraken aangemerkt als een waardeoordeel dat onnodig grievend en beschadigend is. Vonnis: Gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen van de gedane uitspraken en het plaatsen van een rectificatie op Facebook voor 12 maanden. Vonnis(rechtspraak.nl).

Executiegeschil, onrechtmatige uiting, smaad en laster.

Voorzieningenrechter Arnhem 15-03-2013 LJN BZ7949.

Eiser en gedaagde hebben zich meerdere malen op internet negatief over elkaar uitgelaten. Bij vonnis van 4 oktober 2011 is aan eiser een verbod opgelegd om zich negatief over gedaagde uit te laten, op straffe van een dwangsom. Gedaagde beweert dat eiser dit verbod in 17 gevallen heeft overtreden en daarmee de dwangsom heeft verbeurd. Eiser ontkent dit en vordert een schorsing van de executie van het vonnis van 4 oktober 2011. Tijdens de zitting blijkt dat niet vast staat dat eiser het vonnis heeft overtreden en dat de dwangsommen zijn verbeurd. Vonnis: De Voorzieningenrechter schorst de executie van het vonnis op tot in een bodemprocedure vast komt te staan dat de dwangsommen verbeurd zijn.Vonnis(rechtspraak.nl).

Anonieme uiting, onrechtmatig, smaad, laster, rectificatie onder echte naam, pornoindustrie, astrolijnen.

Rechtbank Zeeland West-Brabant 05-03-2013 LJN: BZ7749

Gedaagde heeft anoniem op een website de indruk gewekt dat eiser, een uitbater van astrolijnen, werkzaam zou zijn in de pornoindustrie. Eiser vordert, onder andere, een rectificatie waarin gedaagde haar ware naam prijsgeeft. De rectificatie onder wordt toegewezen omdat [gedaagde] door de wijze waarop hij de anonimiteit zoekt, onder een deknaam zonder desgevraagd ter zitting de identiteit van de personen achter de website www.kovandijkvertelt.nl prijs te willen geven, en gelet op de inhoud en toon van de brieven en emails die hij aan eisers schrijft, over zichzelf afroept dat eisers gegrond vrezen dat [gedaagde] deze beschuldigingen wederom zal gaan publiceren. Vonnis: veroordeelt gedaagde tot verwijderen van gewraakte zinsnede en plaatsen van rectificatie onder echte naam. Tevens dwangsom en proceskosten. Vonnis(rechtspraak.nl)

Belaging, smaad, smaadschrift, uitingen op website, laster, klokkenluidersonline.nl, bijzondere voorwaarde, bommelding.

Rechtbank ‘s-Gravenhage 05-03-2013 LJN BZ3281

Verdachte heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan belaging, smaadschrift, laster, opruiing en groepsbelediging. Dit, door het plaatsen van meerdere artikelen op zijn website, klokkenluidersonline.nl. Van belang is de aard, duur, frequentie en intensiteit van de artikelen. Bovendien overweegt de rechtbank dat de berichten extra ingrijpend zijn omdat ze door de aard van het internet vrijwel oneindig te raadplegen zijn. Benadeelde partij is niet ontvankelijk omdat de vordering onvoldoende onderbouwd is. Vonnis: 345 dagen gevangenisstraf waarvan 240 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar,bijzondere voorwaarde voor proeftijd is dat verdachte de artikelen verwijdert. Vonnis(rechtspraak.nl).

Aansprakelijkheid domeinnaamhouder, onrechtmatige uitingen, smaad en laster.

Voorzieningenrechter Midden-Nederland 15-02-2013 LJN BZ8313.

Gedaagde is een oud-student en zou zijn voormalige universiteit op een website anoniem beschuldigen van fraude en liegen. Vast staat dat gedaagde houder is van de domeinnaam, het is onbekend of hij de website ook beheert. Eiser stelt dat gedaagde als domeinnaamhouder aansprakelijk is voor de inhoud van een website omdat hij de website kan verwijderen. (Lexxit: De domeinnaamhouder is diegene die de DNS (Domain Name Server) beheert. Deze zorgt voor de koppeling tussen een websiteadres en de website. Door deze koppeling los te laten kan de website ontoegankelijk worden gemaakt). Uitspraak: Eiser heeft onvoldoende aangetoond dat gedaagde, als domeinnaamhouder, deze invloed kon uitoefenen. Conclusie: De procedure is door eiser ingetrokken. Vonnis(rechtspraak.nl).

Strafrecht, Twitter, bedreiging (285 Sr.), belediging (137c Sr.), aanzetten tot discriminatie (90q Sr.), homoseksuelen.

Rechtbank Amsterdam 30-01-2013 LJN BZ0575.

Verdachte plaatste een zestal tweets die door homoseksuelen en/of aangever als kwetsend, beledigend en bedreigend kunnen worden ervaren. Verdachte had slechts een beperkt aantal volgers op Twitter. Hierdoor is niet vast komen te staan dat de bedreiging (art. 285 Sr.) ook daadwerkelijk een groep homoseksuelen bereikt heeft. Het bericht heeft aangever echter wel bereikt. Aangever mocht er vanuit gaan dat de bedreiging serieus was. Bedreiging (van aangever) is om die reden bewezen. Groepsbelediging (137c Sr) van homoseksuelen om hun geaardheid wordt ook bewezen verklaard. Aanzetten tot discriminatie (art. 90q Sr.) is eveneens bewezen. Vonnis: 30 dagen gevangenisstraf waarvan 18 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Vonnis(rechtspraak.nl). 

Onrechtmatige uitingen, smaad en laster, LinkedIn, Bedrijfs Reclame Nederland, bewijslast, vrijheid van meningsuiting, rectificatie.

Voorzieningenrechter Oost-Nederland 15-01-2013 LJN BY8479.

Gedaagde beschuldigde Bedrijfs Reclame Nederland (eiseres) op zijn Linkedinaccount van oplichting. Voorop staat dat gedaagde recht heeft om zijn mening te uiten over een ander, ook als die negatief is. (art. 10 EVRM). Dit recht vindt echter zijn begrenzing in het geval daarmee iemands eer en goede naam op onrechtmatige wijze wordt aangetast. Eiser stelt dat de berichten feitelijk onjuist zijn. Het ligt op de weg van gedaagde als beschuldigende partij om te bewijzen dat de beschuldigingen gebaseerd zijn op door hem ervaren feiten. Nu gedaagde daar niet in slaat en eiser aannemelijk heeft gemaakt dat de uitingen haar in zakelijk opzicht schade berokkent worden de uitingen als onrechtmatig beoordeeld. Vonnis: Gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen van de uitingen en het plaatsen van een rectificatie. Vonnis(rechtspraak.nl).

Social Mediaverbod voor 1 jaar, smaad, laster, onrechtmatige uitingen.

Voorzieningenrechter Amsterdam 04-12-2012 LJN BY9149.

Na een echtscheiding plaatst de gedaagde bedreigende en grievende berichten op social media. Zo brengt hij zijn ex-vrouw in verband met prostitutie, pedofilie, seksueel misbruik en nazisme. Ook haar ouders en de kinderen worden niet ongemoeid gelaten. O 3 augustus 2012 heeft de Voorzieningenrechter gedaagde verboden om zich nog op dergelijke wijze uit te laten. Dit, op straffe van een dwangsom. Toch plaatst gedaagde op 22 augustus beledigend bericht op internet. Omdat gedaagde zich niet aan het eerdere vonnis houdt vordert eiseres, onder andere, een verbod voor gedaagde om gedurende 1 jaar een social mediaprofiel aan te maken. Omdat eiseres de profielen via Google gevonden heeft staat vast dat de profielen openbaar zijn. Vonnis: Gedaagde wordt, onder andere, veroordeelt tot een verbod op het hebben of beheren van social mediaprofielen voor de duur van één jaar. Vonnis(rechtspraak.nl).

Lijfsdwang, onrechtmatige uiting, vrijheid van meningsuiting, eer en goede naam, rectificatie.

Voorzieningenrechter Breda 29-11-2012 LJN BY5493.

Gedaagde maakt eisers op diverse fora uit voor “broodfokkers”, een term die als bijzonder suggestief en grievend wordt beoordeeld, mede omdat gedaagde zelf aangaf de term zo bedoeld te hebben. Aangezien gedaagde deze berichtgeving enkel op basis van vermoedens heeft geuit wordt geoordeeld dat deze uitingen jegens eiser onrechtmatig zijn. Gedaagde verweert onder andere dat zij de berichten inmiddels verwijderd heeft. Dit verweer gaat niet op omdat de mogelijkheid bestaat dat gedaagde in de toekomst wederom gelijksoortige berichten zal publiceren. De gevraagde rectificatie wordt niet toegewezen omdat de gevorderde rectificatie een uiting van persoonlijke gevoelens beslaat. Dit kan aan gedaagde niet worden opgedrongen. Bovendien heeft gedaagde geen controle over de fora waarop de rectificatie wordt gepubliceerd. De lijfsdwang wordt niet toegewezen omdat het belang ontbreekt en omdat de lijfsdwang in geen enkele verhouding staat tot het onderliggende geschil en daarmee disproportioneel zou zijn. Vonnis: Gebiedt gedaagde om gedurende een half jaar geen uitlatingen jegens eisers te doen waarbij het woord broodfokker of woorden van gelijke strekking worden gebruikt. Vonnis(rechtspraak.nl).

Onrechtmatige uitingen, smaad laster, ernstige beschuldigingen, vrijheid van meningsuiting, doorverwijzing bodemprocedure.

Voorzieningenrechter Breda 29-11-2012 LJN BY5493.

Dit geschil gaat over een groot aantal publicaties op internet, waarvoor stichting ASOJ (gedaagde), journalistieke verantwoordelijkheid erkent. In deze artikelen wordt de Engelse organisatie Dahabshiil (eiseres), voor zover van belang in deze, beschuldigd van terrorisme, het aanzetten tot moord en andere strafbare feiten. Dit zijn zeer ernstige beschuldigingen maar vallen ook onder de meest essentiële vorm van vrijheid van meningsuiting waardoor een beperking daarop niet snel gerechtvaardigd is. Beide partijen stellen een veelheid van feiten en leggen elk vele schriftelijke stukken over ter adstructie. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het kort geding zich niet leent voor de beoordeling van de verweten publicaties. Aangezien het hier gaat om fundamentele vormen van vrijheid van meningsuiting is grote terughoudendheid op zijn plaats om beslissingen te baseren op een summiere behandeling in kort geding. Vonnis: De procedure wordt doorverwezen naar een eventuele bodemprocedure. Vonnis(rechtspraak.nl).

Onrechtmatige uiting, smaad, laster, zoekmachines aanschrijven, cachegeheugen, domeinnaam

Voorzieningenrechter Dordrecht 29-11-2012 LJN BY4587.

Eisers en gedaagde hadden een overeenkomst waar gedaagde trouwfoto’s voor eisers zou maken en leveren. Gedaagde weigerde echter uiteindelijk om de foto’s te leveren. Als reactie daarop hebben eisers een negatief bericht geplaatst over gedaagde op een forum. Gedaagde reageerde vervolgens door een website en een blog te starten waarop hij negatieve uitingen over eisers plaatste. Met betrekking tot de website erkende gedaagde dat de beschuldigen volkomen ongefundeerd waren en dat hij de website had opgericht met het doel om eisers met gelijke munt terug te betalen. Deze berichtgeving wordt dan ook als onrechtmatig beoordeeld. Omdat gedaagde aangaf geen verder belang bij de domeinnaam te hebben is er tevens aanleiding om gedaagde te bevelen de domeinnaam op te zeggen. Met betrekking tot het weblog is duidelijk dat de berichtgeving onrechtmatig is. Het is echter niet aannemelijk dat het weblog door gedaagde is geschreven. De vordering om alle uitlatingen over eisers te verwijderen en uit het cachegeheugen te laten verwijderen wordt als te ruim geformuleerd gezien en om die reden afgewezen. Vonnis: De rechter beveelt de website www.misdadig-dordrecht.nl te verwijderen alsmede het indienen van een verzoek om deze website uit het cachegeheugen van de zoekmachines te verwijderen. Vonnis(rechtspraak.nl).

Belediging, bedreiging medewerkers UWV, communicatiebeperking, onrechtmatige uiting, Twitter, smaad en laster.

Voorzieningenrechter Zutphen 21-11-2012 LJN BY3603.

Gedaagde, klant van het UWV (eiser), verstuurt diverse beledigende e-mailberichten naar medewerkers van het UWV. Ook plaatst gedaagde regelmatig berichten op Twitter over medewerkers van UWV. Het is gedaagde in beginsel toegestaan om zich kritisch uit te laten over het UWV. Dit wordt echter anders indien medewerkers worden beledigd en bedreigd. Bovendien heeft gedaagde erkend dat het haar bedoeling was om de medewerkers te beledigen. Gedaagde heeft derhalve de grenzen van betamelijkheid geschonden hetgeen onrechtmatig is. UWV heeft daarbij aannemelijk gemaakt dat er gegronde vrees voor herhaling is. Vonnis: Gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen van de beledigende tweet alsmede het verbod om zich bedreigend of beledigend uit te laten in haar communicatie naar het UWV. Vonnis(rechtspraak.nl).

Verbod op uitzending Powlite, Pownews, internetoplichting, onrechtmatige publicatie, smaad en laster, privacy, onherkenbaar.

Voorzieningenrechter Amsterdam 15-11-2012 LJN BY3668.

Eiser vordert een verbod op een uitzending op het programma Powlitie. In deze uitzending wordt eiser door middel van “overvaljournalistiek” beschuldigd van internetoplichting. Dit zou een inbreuk zijn op zijn persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM). Gedaagde, Pownews, verweert dat zij enkel een ernstige misstand aan de kaak wilde stellen en beroept zich op haar vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Bij een botsing tussen rechten, in dit geval artt. 8 en 10 EVRM, geldt geen voorrang voor een van de twee rechten. Per geval moet daarom afgewogen worden welk recht zwaarder weegt. Eiser beweert dat er in deze geen sprake is van oplichting maar hoogstens wanprestatie. Uit het feit dat er 76 aangiften van oplichting tegen verdachte gedaan zijn mocht Powlitie afleiden dat er sprake is van oplichting. De misstand is bovendien dermate ernstig dat het gerechtvaardigd is om er in een programma als Powlitie aandacht aan te besteden. Eiser maakt daarbij bezwaar tegen de overvaltechniek die door gedaagde gebruikt is, hetgeen wordt meegenomen ter gunste van de eiser. Dat gedaagde onherkenbaar in beeld wordt gebracht betekent bovendien dat er inbreuk minder ernstig is. Vonnis: De rechter concludeert dat in dit geval de vrijheid van meningsuiting van Powned zwaarder dient te wegen dan het recht op een persoonlijke levenssfeer van eiser. De gevraagde voorziening wordt niet toegewezen. Vonnis(rechtspraak.nl).

Twitter, Facebook, MST, onrechtmatige uiting, smaad en laster, metatags, eer en goede naam

Rechtbank Almelo 31-10-2012 LJN BY1807

Gedaagde is beheerder van een webpagina, twitter- en facebookaccount waarop, zeer grievende en suggestieve uitingen worden gedaan over eiser, Medisch Spectrum Twente (MST). Zo wordt MST in verband gebracht met Auswitschz, beschuldigd tot het willens en wetens dood laten gaan van een patiënt en meer van zulks. Vrijheid van meningsuiting vindt zijn beperking indien iemands eer of goede naam wordt aangetast. Nu de uitingen geen voldoende basis in de feiten hebben én daarbij bijzonder grievend zijn wordt vastgesteld dat deze onrechtmatig zijn jegens eiser. Bovendien heeft MST voldoende aannemelijk gemaakt dat de blogs van gedaagde vergezeld gaan van zogenaamde metatags waarmee op initiatief van de blogger wordt aangegeven hoe een webpagina getoond moet worden in de internetbrowser. Door MST vergezeld te laten gaan met negatieve uitingen handelt gedaagde ook onrechtmatig. Vonnis: Verbod tot het plaatsen van de onrechtmatige uitingen alsmede gebod om de geplaatste uitingen te verwijderen en verwijderd te houden. Daarbij ook een rectificatie. Vonnis(rechtspraak.nl).

 

Pownews, Powned, beschuldiging corruptie, Buma Stemra,  vrijheid van meningsuiting, eer en goede naam, feitelijke basis, betekenis “corrupt”, zorgvuldige journalistiek, smaad en laster.

Rechtbank Amsterdam 24-10-2012 LJN BY1182

Gedaagde (Powned) heeft eiser in haar nieuwsprogramma Pownews en op haar website diverse malen ervan beschuldigd dat hij corrupt is. Dit heeft Powned afgeleid uit een heimelijk opgenomen telefoongesprek tussen eiser en de financieel adviseur van een componist. Eiser is bestuurslid van Buma Stemra. Er is sprake van een conflict tussen vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy. Eiser beroept zich ten onrechte op haar recht op respect voor haar privéleven omdat Powned de beschuldigingen gedaan heeft aan eiser als bestuurslid van Buma Stemra. Dit betekent echter niet dat de vrijheid van meningsuiting in beginsel zwaarder moet wegen dan bescherming van de eer en goede naam. Van belang is daarbij dat als feiten gepresenteerde gegevens op een voldoende feitelijke basis moeten zijn gebaseerd. Ook is van belang dat de gegevens redelijkerwijs van belang moeten kunnen worden geacht in verband met de uitlatingen. Tenslotte mogen de nadelen voor de rechtspersoon niet onredelijk zijn ten opzichte van het door de meningsuiting beoogde doel. Met betrekking tot een voldoende basis in de feiten wordt vastgesteld dat het woord “corrupt” geen eenduidige strafrechtelijke betekenis heeft en kan duiden op verscheidene begrippen waaronder: “vriendjespolitiek, misbruik van macht en niet integer handelen”.Nu gedaagde het begrip “corrupt” gebruikt in de context van integriteit wordt vastgesteld dat er een voldoende basis is in de feiten. Voorts is er sprake van een misstand aangezien een bestuurslid van Buma/Stemra heeft aangeboden zijn invloed aan te wenden voor geldelijk gewin. Ook is eiser aan te merken als een publiek figuur omdat hij bestuurslid is van de auteursrechtenorganisatie. Met betrekking tot de werkwijze van Powned stelt de rechtbank vast dat Powned onzorgvuldig heeft gehandeld door het gesprek op zodanige wijze de knippen en plakken dat dit nadelig is voor eiser. Het was voor Powned geen vereiste om wederhoor toe te passen aangezien dit waarschijnlijk geen invloed zou hebben gehad. Met betrekking tot de presentatie van de uitingen komt de rechtbank tot de conclusie dat overdrijvingen door de pers onderdeel zijn van de vrijheid van meningsuiting en dat een rechtbank zich terughoudend moet opstellen ten opzichte daarvan. Vonnis: De uitingen van Powned worden niet als onrechtmatig jegens eiser gezien. Afwijzing van de vorderingen. Vonnis(rechtspraak.nl).

RBS, contactverbod, rectificatie, onrechtmatige uitingen, smaad en laster, identiteitsdiefstal, verbod registratie e-mailadressen.

Rechtbank ‘s-Gravenhage 26-09-2012 LJN BX8427.

Gedaagde is een voormalig medewerker van Royal Bank of Scotland (RBS, eiser) en claimt een vordering ter hoogte van enkele miljarden euro’s op RBS te hebben. Gedaagde zoekt op excessieve wijze contact met medewerkers van RBS, daarbij gebruikmakend van e-mailadressen van RBS. Daarbij verspreidt gedaagde berichten waarin RBS, meer in het bijzonder het product Comfort-Card, wordt beticht van fraude. Met betrekking tot het excessieve contact wordt als uitgangspunt genomen dat het tegen diens wil benaderen van een ander een onrechtmatige daad kan opleveren. Bij beoordeling moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval. Waarbij in aanmerking moet worden genomen dat gedaagde enerzijds niet onnodig in zijn vrijheid mag worden beperkt en anderzijds zwaarwegend gewicht toekomt aan het recht van eiseres op bescherming van haar persoonlijke levenssfeer. Gedaagde stuurt “hoogstens” acht e-mails per dag en begrijpt dat dit vervelend is voor RBS. Daarbij kan gedaagde voor het claimen van zijn vordering ook andere paden bewandelen. Het contactverbod wordt om die reden toegewezen. Met betrekking tot het gebruik van de e-mailadressen van RBS wordt vastgesteld dat gedaagde, door op deze wijze de identiteit van RBS medewerkers aan te nemen, onrechtmatig jegens RBS handelde. Bij de beoordeling van de verspreide uitingen op social media dient te worden afgewogen het belang van gedaagde bij vrijheid van meningsuiting en persvrijheid tegen het belang van RBS om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Daarbij dient in ogenschouw genomen te worden dat deze vrijheden meebrengen dat negatieve publiciteit over RBS niet noodzakelijk onrechtmatig zijn. Wel geldt dat deze op voldoende feitelijke grondslag dienen te berusten en niet onnodig denigrerend mogen zijn. Nu blijkt dat er geen voldoende feitelijke basis is worden ook de uitingen als onrechtmatig aangemerkt. Vonnis: Gedaagde wordt verboden contact met RBS te onderhouden, e-mailadressen met de naam RBS te registreren, en geboden de onrechtmatige uitingen over RBS te verwijderen, alsmede tot het plaatsen van een rectificatie. Vonnis(rechtspraak.nl).

Nieuwe website, medische missers, eer en goede naam, smaad en laster, onrechtmatige uitingen,

Gerechtshof Arnhem (Kort Geding) 18-09-2012 LJN BX9224

Gedaagde heeft een website gemaakt waarop gedaagde diverse beschuldigingen waaronder, medische missers (eiser is arts), moord en dergelijke. Gedaagde is veroordeeld tot het verwijderen van deze website. Vervolgens opent gedaagde een nieuwe website met dezelfde inhoud en plaatst een link naar deze nieuwe website op de oude website. Conflict tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht van eiser om niet lichtvaardig beschuldigd te worden. Voor zover relevant spelen de volgende omstandigheden een rol. Eiser ondervindt, zowel zakelijk als privé, zeer grote overlast van de website door de goede vindbaarheid. Gedaagde uit zeer zware beschuldigingen richting eiser waaronder: fraude, moord, mishandeling, het achterlaten van een hulpbehoevende in nood. Dat een oplettende lezer zou kunnen begrijpen dat eiser niet daadwerkelijk strafrechtelijk veroordeeld is voor bovengenoemde misdrijven doet daar niets aan af. Voorts vinden deze grove beschuldigingen onvoldoende basis in de feiten. Deze mededelingen worden bovendien niet gerechtvaardigd door het doel van gedaagden om medische misstanden aan de kaak te stellen. Dit, omdat niet vast staat dat gedaagde een medische misser gemaakt heeft. Tenslotte heeft de website, gezien de inhoud, het kennelijke doel om eiser zwart te maken. Vonnis: Gedaagde wordt veroordeeld tot verwijderen van de website en domeinnaam. Vonnis(rechtspraak.nl).

Online archief, onrechtmatige uitingen, belang, smaad en laster, universiteitskrant, Stichting Rechten Akademie, vrijheid van meningsuiting, onjuistheden, perspublicatie.

Voorzieningenrechter Groningen 14-09-2012 LJN BX7924

Gedaagde (Universiteitskrant Groningen) heeft een artikel gepubliceerd en vervolgens gearchiveerd waarin de handelswijze van eiseres (de voorzitter van Stichting Rechten Akademie) aan de kaak wordt gesteld. Nu de dagvaarding door eiseres als persoon is uitgebracht en een deel van de stellingen betrekking hebben op de Stichting heeft zij als persoon geen belang bij deze stellingen. Slechts twee zinnen in het artikel hebben betrekking op Eiseres als persoon. De vordering tot verwijdering van de passage maakt een inbreuk op het recht van vrijheid van meningsuiting van gedaagde. Dat is slechts toegestaan indien het gewraakte artikel aantoonbaar onjuistheden bevat, dan wel op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en in die zin onrechtmatig is. Eiseres baseert haar eis grotendeels op de stelling dat het artikel vele onjuistheden zou bevatten. Dit blijkt niet het geval. Voorts moet worden afgewogen of het archiveren en het op internet geplaatst houden van het artikel onrechtmatig is jegens eiseres. Artikelen in de UK blijven conform beleid twee jaar online staan. De samenleving moet kunnen vertrouwen op een volledige en integere archivering. Daarmee is het verwijderen van artikelen, die op zichzelf rechtmatig zijn, uitsluitend vanwege een negatieve lading, niet goed te verenigen. (LJN BM4462). De archivering is daarmee niet als onrechtmatig aan te merken. Vonnis: De vorderingen van eiseres worden afgewezen. Vonnis(rechtspraak.nl).

Clazing, perspublicatie, vrijheid van meningsuiting, rectificatie, schadevergoeding, Halalvlees, diffamerend, smaad en laster, onrechtmatige uiting.

Voorzieningenrechter ‘s-Gravenhage 13-09-2012 IEPT20120913.

Clazing (eiser) is een kippenslachterij die Halal kippenvlees verkoopt. Uit onderzoek door Islamitische schriftgeleerden blijkt dat het vlees niet als Halal mag worden gezien. Gedaagde publiceerde, zonder bij Clazing om toelichting te vragen, een zeer negatief en diffamerend artikel waarin een groot aantal beweringen gedaan zijn over Clazing. Nu hier sprake is van een conflict tussen twee grondrechten, te weten vrijheid van meningsuiting en recht op bescherming van eer en goede naam, moet aan de omstandigheden van het geval worden afgewogen welk grondrecht zwaarder weegt. Voor zover van belang zijn deze omstandigheden als volgt. Het artikel moet als perspublicatie worden beschouwd. Gedaagde is weliswaar geen journalist maar hij is met de artikelen in de openbaarheid getreden door het artikel te publiceren op zijn websites en hiervoor aandacht te vragen bij mediasites. Als uitgangspunt voor een perspublicatie geldt vrijheid van meningsuiting. Gedaagde is daarom in beginsel gerechtigd om zijn visie op Clazing te publiceren. De aard van de verdachtmaking is echter dermate ernstig dat de mate waarin de verdachtmaking op feiten gebaseerd is van groot belang is. Het blijkt dat de beschuldigingen van gedaagde in dit geval niet op voldoende feiten gebaseerd zijn. Daarbij is de manier waarop de verdenkingen worden geuit zeer stellig en diffamerend. Tenslotte had gedaagde andere, minder vergaande, methoden om de vermeende misstanden aan de kaak te stellen en had het nadeel voor Clazing beperkt kunnen worden. Dit alles maakt dat gedaagde onrechtmatig handelde jegens Clazing. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen omdat niet vaststaat dat er schade geleden is. Vonnis: Bevel het artikel te verwijderen en verwijderd te houden, bevel te verzoeken de links naar de websites te verwijderen, bevel tot het plaatsen van een rectificatie. Vonnis(rechtspraak.nl).

Onrechtmatige uitingen, dochter Michael Jackson, vrijheid van meningsuiting, privacy, in de openbaarheid treden, geheimhoudingsplicht, perspublicatie.

Rechtbank Groningen 05-09-2012 LJN BX6804

Eiseres claimt op haar website de dochter van Michael Jackson te zijn. Dagblad Spits heeft hierover een artikel geschreven waarbij een gezondheidspsycholoog uitleg gaf over het gedrag van eiseres. Er is sprake van een conflict tussen de vrijheid van meningsuiting van Spits en het recht op privacy van eiseres. De volgende omstandigheden zijn hierbij relevant. Eiseres zocht zelf de openbaarheid door haar verhaal op een website te plaatsen, hierdoor heeft ze haar recht om zich te beroepen op bescherming van haar persoonlijke levenssfeer aanzienlijk ingeperkt. De bijdrage aan het maatschappelijk debat was gering waardoor het belang van dit debat snel zou wijken voor de privacy van eiseres. De uitlatingen van gedaagde waren terughoudend. Er is hoor en wederhoor toegepast, hoewel eiseres daar geen gebruik van wenste te maken. Een beroep op de geheimhoudingsplicht gaat niet op nu eiseres geen patiënt van gedaagde is. Vonnis: De publicatie wordt niet als onrechtmatig aangemerkt. Vonnis(rechtspraak.nl).

Domeinnaamhouder, schadevergoeding, inloggegevens afgeven, fouteadvocaten.org, domeinnaam, diffamerend.

Voorzieningenrechter Haarlem 02-08-2012 LJN BX9028

Gedaagde, woonachtig in Belgie, heeft de website www.fouteadvocaten.org opgericht. Op deze website kunnen mensen “foute advocaten” aanmelden en aangeven waarom deze advocaten in hun ogen fout waren. Op deze website worden advocaten gekwalificeerd als “intimiderend, sluw, onbetrouwbaar, leugenaar, graaier, fantast”. Eiser, een stichting in de zin van art (3:305a BW), eist, onder meer het offline halen van de website. Deze uitlatingen moeten als zeer negatief en diffamerend worden aangemerkt. Daarbij komt dat, gelet op de domeinnaam, het aannemelijk is dat de website als doel heeft om uitsluitend negatieve kritiek over advocaten te uiten. Bovendien is er geen mogelijkheid tot commentaar. De uitlatingen worden om die reden als onrechtmatig aangemerkt. Gedaagde verweert zich door te stellen dat hij geen eigenaar is. Dit gaat niet op aangezien gedaagde als domeinnaamhouder geregistreerd staat en de website bovendien beheert. De schadevergoeding wordt afgewezen omdat die onvoldoende onderbouwd is Vonnis: Gedaagde wordt geboden de website te verwijderen, indien gedaagde niet voldoet moet hij de inloggegevens afgeven, tevens zoekmachines verzoeken de uitlatingen te verwijderen, geen schadevergoeding. Vonnis(rechtspraak.nl).

Fitna, schending eer en goede naam, vrijheid van meningsuiting, interview, zelf in openbaarheid treden, controversiële uitspraken, perspublicatie.

Gerechtshof ‘s-Gravenhage 31-07-2012 LJN BX2991

Gedaagde (PVV) heeft in haar film “fitna” een deel van een interview met eiser (een Imam) getoond waarin eiser diverse verwerpende uitspraken over homoseksualiteit deed. Eiser betoogt dat dit een inbreuk op zijn portretrecht maakt omdat hij in zijn privacy geschaad wordt en derhalve een redelijk belang heeft zich te verzetten tegen de publicatie als in artikel 21 Aw. Dit gaat niet op omdat eiser zelf de publiciteit heeft opgezocht door de de uitspraken te doen in een televisieinterview en er derhalve rekening mee had moeten houden dat deze uitspraken in de openbaarheid zouden komen. Daarnaast beroept eiser zich op zijn recht op eer en goede naam. Dit levert een conflict op met de vrijheid van meningsuiting van gedaagde. Welk grondrecht in deze zwaarder weegt hangt derhalve af van de omstandigheden van het geval. PVV betoogt dat zij een maatschappelijke misstand aan de kaak wilde stellen dat er binnen de islam anti-integratieve stromingen bestaan en daarmee een bijdrage beoogde te leveren aan het maatschappelijk debat. Daarbij is het interview geheel en onverknipt weergegeven waardoor vragen over de juistheid en volledigheid van de mededeling geen twijfel is. Eiser betoogt vervolgens dat het fragment in een dusdanige context is gezet dat deze met terrorisme wordt geassocieerd. Dit blijkt feitelijke grondslag te missen. Het feit dat eiser zichzelf met controversiële uitspraken in het politiek debat begeeft heeft hij zelf het risico gelopen dat deze uitspraken in dit debat gebruikt zouden worden waardoor geen sprake is van een schending in de privésfeer. Het voorafgaande voert tot de slotsom dat de schendingen van de persoonlijkheidssfeer van eiser hetzij niet zijn komen vast te staan, hetzij gerechtvaardigd werden door de vrijheid van meningsuiting van PVV. Vonnis: Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. De publicatie blijft toegestaan. Vonnis(rechtspraak.nl).

Tros Radar, forum, onrechtmatige uitingen, smaad en laster, notice-and-take-down verzoek, gedragsregels, perspublicatie.

Rechtbank ‘s-Gravenhage 11-07-2012 LJN BX1975

Gedaagde (TROS), heeft in een televisieprogramma, Tros Radar aandacht besteed aan de in haar ogen agressieve en onfatsoenlijke telefonische wervingswijze van eiser (Pretium). Daarnaast is er op het forum van Tros een uitgebreide discussie ontstaan waarop vele uitingen over de werkwijze van eiser worden gedaan. Een geschil tussen grondrechten vrijheid van meningsuiting en eer en goede naam. De volgende omstandigheden zijn in dit geval relevant. Doordat de uitingen in een consumentenprogramma zijn gedaan zal de gemiddelde kijker deze als betrouwbaar zien en dat brengt met zich mee er relatief hoge eisen worden gesteld aan de motieven die gedaagde heeft gehad voor deze berichtgeving en de zorgvuldigheid waarmee gedaagde tot haar uitingen is gekomen. De tros heeft in het licht van de aard van de beschuldigingen en de voor eiser te verwachten gevolgen daarvan, de ernst van de mistand, de mate waarin de verdenkingen steun vonden in het feitenmateriaal, de uitzendingen niet onzorgvuldig ingedeeld. Ook was er geen sprake van onzorgvuldige journalistiek nu de keuze voor een verborgen camera niet onzorgvuldig bleek, er voldoende onderzoek gedaan is en aan eiser voldoende gelegenheid geboden is voor wederhoor. Met betrekking tot het forum van Tros Radar wordt geconcludeerd dat het openstellen van een forum waarop berichten kunnen worden geplaatst over eiser op zichzelf niet onrechtmatig is. De onrechtmatige inhoud van dit forum kan echter aan Tros worden aangerekend nu zij de inhoud van het forum regelmatig controleert, indien zij verzoeken tot verwijdering van evident onrechtmatige berichten niet zou honoreren. Tros blijkt een aantal verzoeken tot verwijderen te hebben gehonoreerd waarmee zij aan deze verantwoordelijkheid gehoor heeft gegeven. Eiser kan zich voorts als derde niet met recht beroepen op de gedragsregels van Tros. Vonnis: Er is geen sprake van een onrechtmatigheid. Vonnis(rechtspraak.nl).

Executiegeschil, beschuldiging pedofilie, rectificatie aanvullen, beslag woning niet buitenproportioneel, smaad en laster, onrechtmatige uitingen.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 22-05-2012 LJN: BW6503

Executiegeschil. Bij vonnis is eiser verboden om op een tweetal websites gedaagde in verband te brengen met pedofiele praktijken, neer te zetten als pedofiel of andere seksuele gedragingen op zijn eigen website en op andere websites. Daarnaast dient gedaagde een rectificatie te plaatsen op zijn website. Dit alles op straffe van een dwangsom. In het eerdere executie Kort Geding is het gedaagde verboden op tot executie van het vonnis ten aanzien van de rectificatie en het plaatsen van berichten op andere websites over te gaan. De dwangsom ten aanzien van het plaatsen van berichten op de eigen website bleef staan. Hiertegen gaat eiser in beroep. De grieven van eiser falen. Ten aanzien van de rectificatie: Eiser heeft bij deze rectificatie een aanvullende tekst en links geplaatst die voeding geven aan de verdachtmaking van gedaagde. Het doel van de rectificatie was om het nadelige effect voor gedaagde van de niet op feiten gebaseerde verdachtmakingen zoveel mogelijk ongedaan te maken. Het was eiser dan ook zonder expliciet daarop gericht verbod niet toegestaan om de rectificatie aan te vullen met mededelingen waardoor de rectificatie zou worden ontkracht. Eiser voert vervolgens aan dat de dwangsommen dienen te worden beperkt en dat hij kan volstaan met het herplaatsen van de rectificatie zonder het commentaar. Voor matiging is slechts plaats indien de uitvoering van het vonnis onmogelijk (als in 611 lid 1 Rv.) was voor eiser. Dat blijkt niet het geval. Voorts zijn er diverse artikelen over gedaagde op andere website komen te staan. Het is onvoldoende duidelijk dat eiser deze geplaatst zou hebben. Dat eiser nauwe banden heeft met de beheerders van deze websites is daarvoor onvoldoende. Met betrekking tot het executoriaal beslag op de woning is geen sprake van misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) omdat er geen sprake is van een juridische of feitelijke misslag. Ook zal executie niet lijden tot een noodtoestand. Het beslag op de woning wordt gezien de hoogte van de dwangsommen niet buitenproprortioneel geacht, dat gedaagde geen onderzoek heeft gedaan naar andere, minder ingrijpende, verhaalsmogelijkheden doet daar niets aan af. Vonnis: Het Hof Vernietigt het vonnis voor zover gedaagde daarin wordt verboden tot executie over te gaan ten aanzien van de rectificatie. Vonnis(rechtspraak.nl).

Astrolijnen, bevoegdheid, internationaal, smaad en laster, onrechtmatige uitingen, internetpublicaties, voldoende grondslag in de feiten.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 01-05-2012 LJN BW5415

Gedaagde en eiser exploiteren beiden 0900 lijnen waar consumenten naartoe kunnen bellen voor spiritueel advies, de zogenaamde astrolijnen. De rechter acht zich bevoegd nu eiser in Nederland woont. Nederlands recht is van toepassing nu de onrechtmatige daad kennelijk een nauwere band heeft met het Nederlands recht. Het gaat hier immers om een weigering tot verwijdering en rectificatie door een Nederlander en een Nederlandse vennootschap van in het Nederlands gedane beweringen op website met de extentie “.nl”. Bovendien richten de verweren van gedaagde zich op het Nederlands recht. Gedaagde heeft over eiser meermalen een aantal uitingen gepubliceerd die als diffamerend worden aangemerkt. Deze uitingen omvatten onder andere dat eiser “pornoboer en sexbaron” zou zijn, er “malafide praktijken op na zou houden en een oplichter zou zijn. De beschuldigingen met banden in de sexindustrie vinden hun grondslag in een publicatie in dagblad De Morgen. Weliswaar kan niet zonder meer vertrouwd worden op de juistheid van de uitingen op willekeurige website. Nu De Morgen een gerenommeerd nieuwsblad is mag ervan uit gegaan worden dat de publicaties in De Morgen met de nodige journalistieke zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Derhalve mocht door gedaagde op de juistheid van deze publicatie vertrouwd worden. Met betrekking tot de beweringen dat eiser een oplichter zou zijn berusten deze niet op een feitelijke grondslag. Vast staat daarbij dat, ondanks dat gedaagde als concurrent een zeker eigen belang had, er ook een algemeen belang bij hij publiceren van deze uitspraken gemoeid is. Vonnis: Veroordeelt gedaagde tot het verwijderen van de uitspraken, voor zover die eiser als oplichter bestempelen of beweren dat eiser er malafide praktijken op na zou houden. Daarnaast moet gedaagde een rectificatie plaatsen. Vonnis(rechtspraak.nl).

Artikel

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik