Hoge Raad tikt Google op de vingers. Privacy gaat voor zoekresultaten, tenzij…. (Ontgooglen)

Ruim drie jaar geleden heeft het Hof van Justitie het recht om te vergeten gevonden: Iedereen heeft het recht Google te verzoeken zoekresultaten te verwijderen, tenzij er een goede reden is om deze te laten zien. Tienduizenden hebben sindsdien een “ontgoogle”-verzoek ingediend. In de praktijk blijkt Google veel verzoeken af te wijzen. Ook de Nederlandse rechtspraak was niet zo happig verwijderingsverzoeken toe te wijzen. Totdat de Hoge Raad in februari 2017 ingreep

De uitspraak is niet verrassend. Immers, de Hoge Raad volgt het HvJ bijna een-op-een. Het is wel een belangrijke opsteker. Verwijderingsverzoeken zullen in de toekomst aanzienlijk makkelijker toegewezen worden met een verwijzing naar dit arrest. Hieronder staat waarom.

Wat is het recht om vergeten te worden (ontgooglen)?

Het recht om vergeten te worden betekent dat iedereen zoekresultaten (websites) kan laten verwijderen die verschijnen wanneer naar diens naam gezocht wordt. Dat wil dus niet zeggen dat de websites daadwerkelijk verwijderd worden. Wie de url (het webadres) van de website intypt kan die nog steeds zien. Ook wordt de website niet volledig verwijderd uit de zoekresultaten, alleen wanneer gezocht wordt naar de naam van de betrokkene. Een artikel getiteld “Jaap Janssen is een moordenaar” zal dus niet meer gevonden worden wanneer gezocht wordt naar “Jaap Janssen” maar wel wanneer gezocht wordt naar “moordenaar”.

In de praktijk lost het ontgooglen 95 % van het probleem op voor de gezochte. Weinig mensen zoeken namelijk de volledige url. Ook zijn er maar weinig mensen die op “moordenaar” zoeken en dan vervolgens de link specifieke link vinden tussen de duizenden resultaten.

Ontgooglen is dus een krachtig instrument, dat tegelijkertijd de vrijheid van meningsuiting in grote mate respecteert. Juist daarom is het zo jammer dat Google en de Nederlandse rechter zoveel verzoeken afwezen.

Waarom is deze uitspraak zo belangrijk? De regel en uitzondering bij ontgoogle-verzoeken bepaald.

Het HvJ was vrij duidelijk. “Zoekresultaten moeten verwijderd worden, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden”. De Nederlandse rechter bleek regelmatig een andere strategie te kiezen: “Zoekresultaten moeten blijven staan, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden”. Zie bijvoorbeeld de kwestie van een KPMG-topman, een crimineel, etc. etc. etc.

Het lijkt maar een triviaal verschil. De aanpak is echter fundamenteel verschillend. In het eerste geval is verwijderen het uitgangspunt, in het tweede geval is het uitgangspunt laten staan. Doorgaans volgt de rechter het uitgangspunt, tenzij de andere partij kan aantonen dat de uitzondering moet worden toegepast. Wie zich op de uitzondering wil beroepen heeft dus een groot processueel nadeel.

De houding van de Nederlandse lagere rechters is vanuit het Nederlands recht wel begrijpelijk. In Nederland is het namelijk vuistregel dat grondrechten gelijk zijn. Wanneer er een conflict bestaat tussen die grondrechten wordt per geval concreet gekeken welk recht in die situatie voorrang krijgt.

Het Hof van Justitie heeft in 2013 echter haar burgers een krachtige bescherming willen bieden. Haar redenatie is dat de zoekresultaten een soort ‘cv’ zijn en een gedetailleerd beeld geven van persoon waarnaar gezocht wordt. Die zoekresultaten hebben een grote impact op het leven van de gezochte, bijvoorbeeld bij het zoeken naar werk, benaderen van klanten en het vinden van een partner. Dat vormt weer een aanzienlijke inbreuk op de privacy van de gezochte en daarom heeft de gezochte een groot belang bij verwijdering.

Aan de andere kant wordt content niet helemaal verwijderd bij ontgoogling. De content wordt alleen moeilijker vindbaar. De vrijheid van meningsuiting wordt dus door een ongoogling niet in grote mate aangetast. Daarom vindt het HvJ dat resultaten in beginsel verwijderd moeten worden.

Op de achtergrond zal waarschijnlijk ook hebben meegespeeld dat de burger ook wel wat bescherming verdient tegen grootmachten als “Google”. Het ligt daarom in rede om de burger een processueel voordeel te geven.

Ook  verdachten en criminelen hebben recht om te ontgooglen.

De uitspraak is ook belangrijk voor (al dan niet veroordeelde) criminelen.

Kranten en online nieuwswebsites schrijven namelijk vaak over gepleegde misdaden. Meestal wordt de naam van de verdachte dan niet voluit gebruikt maar een afkorting als “Jaap J.”. De Google zoekmachine is echter zo krachtig dat websites waarop “Jaap J.” staat ook worden weergegeven wanneer gezocht wordt naar “Jaap Janssen”. Het gevolg is dat veel (al dan niet veroordeelde) verdachten levenslang op Google staan (zie ook dit artikel). Dat maakt bijvoorbeeld re-integratie en het vinden van werk een stuk lastiger.

De Nederlandse rechter was verdachten niet bepaald gunstig gezind. In de regel werden ontgoogle-verzoeken afgewezen. De redenatie daarachter is dat de publiciteit een logisch gevolg is van het plegen van misdaden. Eigen schuld, dikke bult dus. Of, zoals het HvJ het in de Axel Springer kwestie zo mooi verwoordt:

The court has held, moreover, that Article 8 cannot be relied on in order to complain of a loss of reputation which is the foreseeable consequence of one’s own actions such as, for example, the commission of a criminal offence”.


Bovendien heeft het publiek volgens de Nederlandse rechter doorgaans recht gewaarschuwd te worden voor misdadigers en geïnformeerd te worden over die misdaden.

Die gedachte is vaak te kort door de bocht. Niet alleen zijn strafrechtelijke gegevens bijzondere persoonsgegevens, die alleen bij hoge uitzondering verwerkt mogen worden. Ook verdient iedereen een tweede kans. Is het daarnaast altijd jaren later nog relevant dat iemand een fout heeft begaan.

Zo oordeelde ook de Hoge Raad: ook wanneer de resultaten over strafrechtelijke vergrijpen gaat moet Google per geval aantonen dat het nodig is om dat resultaat weer te geven wanneer gezocht wordt naar de naam van de gezochte.

Uit het hiervoor … overwogene volgt dat het hof ter beoordeling van deze vordering diende na te gaan of het publiek belang erbij heeft dat als de volledige naam van eiser wordt gezocht, de desbetreffende berichten verschijnen. Het diende dit belang … vervolgens af te wegen tegen dat van eiser”.

Terecht wijst de Hoge Raad erop dat steeds moet worden getoetst of er een concreet belang is dat de resultaten worden weergegeven wanneer wordt gezocht naar de volledige naam van verzoeker. Dat is van belang omdat daarmee in de praktijk het belang van het publiek om in het algemeen geïnformeerd te worden over misdaden wegvalt. Immers, ook als de resultaten niet meer verschijnen wanneer gezocht wordt naar de naam, blijft het publiek geïnformeerd over de misdaad. Dat kan anders worden wanneer een verdachte bekend is. Bijvoorbeeld Willem Holleder zal weinig aan deze uitspraak hebben.

Wel blijft het recht van het publiek om voor een specifiek persoon gewaarschuwd te worden overeind, maar niet altijd. Dat is afhankelijk van de rol die de verdachte speelt in het openbare leven. Het publiek heeft namelijk minder belang gewaarschuwd te worden wanneer de verdachte aantoonbaar zijn leven gebeterd heeft of een beroep doet waarvoor het criminele feit niet relevant is. Als een fraudeur accountant is dan blijven die zoekresultaten langer relevant.

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik