De “louche cartoon” van Oppenheimer heeft de afgelopen weken veel stof doen opwaaien. De term #hiddemaislouche stond zelfs even in de top 10 van trending topics op twitter.

Hiddema lijkt er genoeg van te hebben en heeft al aangegeven dat de rectificatie wat hem betreft niet meer hoeft. Oppenheimer laat het er echter niet bij zitten en gaat in hoger beroep. Uit principe, zogezegd.

De Rechtbank Maastricht oordeelde dat de woorden “louche advocaat” niet geoorloofd waren. In dit artikel worden drie argumenten naar voren gebracht waarom Oppenheimer in hoger beroep misschien wel gelijk kan krijgen.


De juridische achtergrond.

Wat juridische achtergrond is wel van belang om het geschil te kunnen bevatten. Er is in dit geschil sprake van een conflict tussen twee mensenrechten. Aan de ene kant heeft Oppenheimer recht op vrijheid van meningsuiting en mag hij een cartoon plaatsen. De cartoon maakt, aan de andere kant wel inbreuk op het recht op privacy van Hiddema. Beide rechten kunnen niet naast elkaar bestaan. Het gelijk van Hiddema betekent immers per definitie dat de vrijheid van meningsuiting van Oppenheimer aangetast wordt en vice versa.

Beide rechten zijn in beginsel even belangrijk. De rechter bepaalt daarom welk grondrecht voorrang heeft aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Dat betekent dat een rechter veel ruimte heeft om te oordelen en die omstandigheden af te wegen.

De rechter zag in de term “louche advocaat” een beschuldiging aan het adres van Hiddema. Oppenheimer had niet genoeg bewijs voorhanden om die beschuldiging mee te kunnen onderbouwen. Om die reden oordeelde de rechter dat de woorden “louche advocaat” niet geoorloofd waren.

Die uitspraak kon op nogal wat kritiek rekenen. Er zijn namelijk een aantal goede redenen waarom de woorden “louche advocaat” in dit geval juist toegestaan zouden moeten worden.

1. Oppenheimer heeft recht op persvrijheid.

De pers heeft een belangrijke rol in onze samenleving. Zij is de waakhond van de maatschappij, informeert het publiek over mogelijke misstanden in de maatschappij en voedt het kritische maatschappelijk debat.

Om die rol goed te kunnen vervullen is het belangrijk dat de pers aanzienlijke vrijheid van meningsuiting geniet. De pers kan namelijk niet goed kritisch zijn wanneer zij constant op haar woorden moet letten. Dit kan een zogenaamd “chilling effect” veroorzaken. Daarom mag de vrijheid van meningsuiting van de pers niet zomaar beperkt worden.

De spotprent stelt ook misstanden aan de kaak. In dit geval de “media-geile” advocaten. Oppenheimer kan daarom aanspraak maken op persvrijheid. Zijn vrijheid van meningsuiting geniet extra bescherming.

2. Het is een cartoon.

De tekst “louche advocaat” is onderdeel van een cartoon. Zo’n cartoon heeft als doel mensen aan het lachen te maken. Een cartoon wordt doorgaans minder serieus genomen dan bijvoorbeeld serieuze onderzoeksjournalistiek. Om die reden moet aan de beschuldiging in cartoonvorm minder waarde gehecht worden.

Overigens heeft de rechter dit argument wel degelijk in zijn beoordeling meegenomen. Hij was echter van mening dat ook in een cartoonvorm niet alles geoorloofd is.

3. Hiddema is een bekend persoon.

mr. Hiddema is een bekend figuur en zoekt zelf regelmatig de publiciteit op. Hij is bovendien niet bang zich in het publieke debat te mengen, ook, of misschien wel juist, als zijn mening controversieel is. Bijvoorbeeld.

Wie zo zich zo in het publieke leven mengt kan verwachten dat anderen zich ook kritisch over hem zullen uitlaten. Een publiek persoon heeft om die reden minder recht op privacy. Dat is, zogezegd, part of the job. In de rechtspraak wordt dit het Hubris-argument genoemd, naar het Griekse woord Hybris dat (extreem) misplaatste trots betekend.

Conclusie.

De conclusie is een beetje flauw maar wel eenvoudig: het gerechtshof zal uitmaken wie uiteindelijk gelijk krijgt.

Oppenheimer lijkt in ieder geval zelf wel overtuigd van zijn gelijk. Hij grijpt iedere gelegenheid aan om zijn gelijk te ventileren. Dat is natuurlijk zijn goed recht. Procederen is echter riskeren. Het is in de regel niet verstandig om de huid te verkopen voor de beer geschoten is. Zeker omdat de rechter in dit soort gevallen veel ruimte heeft om te oordelen en het oordeel daarom wel eens de andere kant op kan gaan.

Hiddema is nu eenmaal geen louche advocaat en het is in de regel niet toegestaan om mensen ten onrechte te beschuldigen. Het is ook niet helemaal duidelijk waarom het nu echt nodig was om het woordje “louche” te gebruiken.  Maar, hierboven is al gebleken dat het standpunt van Oppenheimer ook zeker te verdedigen is.

Contact

Doet dit artikel vraagtekens rijzen, neem dan gerust contact op via het onderstaande formulier.

Uw naam *

Uw e-mailadres *

Uw bericht *

CAPTCHA code:
captcha
Voer aub de CAPTCHA code hieronder in en druk op “Verzenden”

Ga akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en privacy statement.

 

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik