Afgelopen vrijdag oordeelde de Rechtbank Limburg over de onderstaande spotprent van Ruben L. Oppenheimer over de bekende strafpleiter mr. Hiddema.

Mr. Hiddema vond het niet juist dat hij door de cartoonist als “louche advocaat” werd bestempeld en ging over tot dagvaarding. De rechter is van mening dat de advocaat inderdaad niet als louche mocht bestempeld mocht worden en beval rectificatie.

Moord en brand schreeuwen de cartoonist en zijn metgezellen nu. De vrijheid van meningsuiting wordt beperkt, mensenrechten worden geschonden, “we gaan 50 jaar terug in de tijd”, “dit vonnis is de bijl aan mijn voet van satirische vrijheid”. Dergelijke straffe uitspraken worden wel vaker gebruikt in een rechtsstrijd. Een beetje relativeringsvermogen laat echter zien dat dat allemaal wel mee valt.

Het oordeel van de rechtbank over de Hiddema-cartoon.

De cartoonist heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dat recht is echter niet onbeperkt, het houdt op wanneer de rechten van anderen worden onredelijk worden geschaad, bijvoorbeeld het recht op eer en goede naam. Hij mag dus niet zomaar alles over iedereen schrijven.

In dit geval is het van belang dat de schrijver een cartoon gemaakt heeft. Een cartoon is van nature spottend van aard. Om die reden kan de schrijver van de cartoon zich meer veroorloven dan wanneer hij een meer serieus stuk publiceert. Daar lijkt mr. Hiddema zich ook wel van bewust. Hij maakt namelijk geen bezwaar tegen de cartoon zelf, die hem nu niet bepaald van zijn beste kant laat zien. In plaats daarvan richt de strafpleiter zijn pijlen op de woorden “louche advocaat”.

De rechter oordeelt dat de woorden “louche advocaat” een ernstige beschuldiging omvatten. De heer Oppenheimer kan onvoldoende feiten presenteren waaruit blijkt dat mr. Hiddema daadwerkelijk “louche” (onbetrouwbaar, verdacht) zou zijn. Dat maakt dat de kwalificatie “louche advocaat” onrechtmatig is.

De vrijheid van meningsuiting gered: nuancering is op zijn plaats.

Opvallend is de veroordeling. Hiddema vorderde namelijk rectificatie, schadevergoeding en een verbod om in de toekomst nog wederom dergelijke uitingen te doen. De rechter wijst alleen de rectificatie toe. De andere vorderingen worden om verschillende redenen afgewezen.

De heer Oppenheimer moet dus een advertentie plaatsen waarin hij aangeeft dat mr. Hiddema toch geen “louche advocaat” is.

Daarnaast moet de heer Oppenheimer ongeveer € 1200 aan proceskosten betalen aan Hiddema. Dat is echter geen beperking van zijn vrijheid van meningsuiting. Wanneer de heer Oppenheimer liever niet had willen procederen had hij namelijk ook vrijwillig kunnen rectificeren. Wie procedeert riskeert nu eenmaal.

De cartoonist is ook na het vonnis vrij zijn mening te uiten. Dat blijkt wel uit de volgende cartoon:

De schade voor Oppenheimer valt dus wel mee. De heer Hiddema komt er wat minder goed vanaf. In vrijwel alle media wordt hij nu omschreven als “louche advocaat”. Met aanhalingstekens, dat wel. Bovendien is de cartoon in alle dagbladen verschenen. Hij heeft dus een pyrrhus-overwinning behaald en precies het tegenovergestelde bereikt van wat hij wilde bereiken. Of zou het hem toch allemaal om de aandacht te doen zijn geweest?

Contact

Wanneer dit artikel vragen oproept kan gerust contact worden gezocht via het onderstaande contact-formulier.

Uw naam *

Uw e-mailadres *

Uw bericht *

CAPTCHA code:
captcha
Voer aub de CAPTCHA code hieronder in en druk op “Verzenden”

Ga akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en privacy statement.

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik