Bijna € 40.000,- schadevergoeding voor naaktfoto’s van Facebook (Cindy Klaassen).

Een catfisher geeft zich uit voor een ander om iemand te verleiden. Meestal is dat onschuldig, het is ook niet verboden om zich voor een ander uit te geven. Een cliënte van Lexxit werd door een catfisher verleid naaktfoto’s op te sturen. De rechter veroordeelde de man deze week in kort geding een voorschot van € 38.367,66 te betalen.

Oplichting op zo’n grote schaal komt niet vaak voor in Nederland. Een schadevergoeding van bijna € 40.000,- ook niet.

In dit artikel leest u hoe deze oplichter te werk ging. Hoe deze oplichter ontmaskerd werd en waarom de rechter zo’n grote schadevergoeding toekent.

Hoe verleidde “Cindy Klaassen” zijn slachtoffers?

Een man uit Landgraaf deed zich op Facebook voor als de 25 jarige “Cindy Klaassen”, een mooie 25 jarige vrouw die op oudere lesbische vrouwen viel. Cindy richtte een facebookgroep op voor oudere lesbische vrouwen en legde daarmee contact.

Het contact begon steeds vrij onschuldig. Maar na een tijdje stuurde “Cindy” een pikante foto van haarzelf, met het verzoek een foto terug te sturen. Dat deden veel vrouwen dan ook, immers, voor wat hoort wat en als iemand een foto van zichzelf stuurt dan zal die persoon wel te vertrouwen zijn. De vrouwen wisten niet dat de foto’s van “Cindy” in werkelijkheid gestolen waren van een fotograaf. De slachtoffers stuurden hun naaktfoto’s niet naar de 25 jarige Cindy maar naar een oudere man uit Landgraaf. Zo wist hij in ieder geval 25 slachtoffers te strikken.

Mag dat? Is de eerste vraag. Zoals gezegd is het niet verboden om op internet een andere persoonlijkheid aan te nemen. Ook is het niet verboden naaktfoto’s te ontvangen. Echter, in dit geval is die valse persoonlijkheid gebruikt om iets (naaktfoto’s) te krijgen van de slachtoffers. Dat is oplichting!

Hoe werd de “Facebook-oplichter” ontmaskerd?

Facebook heeft gebruikersgegevens van het account “Cindy Klaassen”. De eerste stap is daarom deze gegevens opvragen. De gegevens moeten ook worden afgeven aan een belanghebbende, wanneer er voldoende belang is en er geen alternatief is. Facebook geeft deze gegevens echter niet vrijwillig af, daarvoor verlangen zij een bevel van de rechter. Op 03 oktober 2016 werd Facebook veroordeeld de gegevens vrij te geven.

De gegevens van Facebook zijn voornamelijk inlogmomenten met IP-adressen. Het IP-adres wordt door een internetprovider aan haar klanten verstrekt. De internetprovider weet dus ook welke klant gebruik maakt van het IP-adres. Net als Facebook moet ook de provider deze gegevens vrijgeven, als er voldoende belang is en geen alternatief.

Met de adresgegevens weet men wie de vermoedelijke dader is. Waterdicht bewijs is het niet. De dader zou zich bijvoorbeeld op het standpunt kunnen stellen dat hij een open wifi netwerk gebruikt. Dat verweer is niet echt geloofwaardig, maar kan wel slagen. Zie bijvoorbeeld dit vonnis.

Om voldoende bewijs te verzamelen is gekozen voor een conservatoir bewijsbeslag. Na toestemming van de rechter heeft een deurwaarder, onder begeleiding van de politie, alle computerapparatuur bij de dader in beslag genomen. Een gespecialiseerd onderzoeksbureau heeft vervolgens gezocht naar de foto’s en naar inlogmomenten op social media.

Zo’n bewijsbeslag is een vergaande maatregel, zeker omdat de dader op voorhand niet gehoord wordt. Toestemming daarvoor krijg je alleen met een ijzersterke onderbouwing. Bovendien mag het slachtoffer niet kijken welke gegevens in beslag zijn genomen. Voor inzage is aanvullende toestemming nodig. Die aanvullende toestemming wordt pas gegeven nadat de rechter ook de dader heeft gehoord. Zo ontstaat een eerlijke balans, waarin de belangen van de dader ook worden meegenomen.

Waarom kent de rechter zo’n hoge schadevergoeding toe?

In dit geval spande de dader een kort geding aan tegen de cliënte van Lexxit. In dat kort geding vroeg hij opheffing van het beslag. Daarop heeft Lexxit gereageerd door een tegeneis (reconventionele vordering) in te stellen.

Een kort geding is eigenlijk niet bedoeld om een schadevergoeding te vorderen. Met een kort geding kunnen namelijk alleen spoedeisende voorlopige maatregelen gevorderd worden. Bijvoorbeeld een verbod. Een schadevergoeding is meestal geen voorlopige maatregel. Wel kan in kort geding een voorschot gevorderd worden, als daarbij voldoende spoedeisend belang is.

De kort geding rechter beoordeelt een verzoek om een voorschot terughoudend. Zo’n voorschot wordt in kort geding alleen toegewezen als (1) de vordering voldoende aannemelijk is, (2) er sprake is van onverwijlde spoed, (3) ook wordt rekening gehouden met het terugbetalingsrisico.

In dit geval bestond de meeste schade uit opsporingskosten (33.267,66). Die kosten zijn gemakkelijk aan te tonen met facturen. De andere € 5.000,- is een voorschot op de immateriële schadevergoeding. De immateriële schadevergoeding wordt door de rechter naar billijkheid bepaald.

Dat de onderzoekskosten zo hoog waren maakt meteen het spoedeisend belang. De financiële middelen van het slachtoffer begonnen op te raken. Om nog verder te procederen had zij dus een voorschot nodig.

De schadevergoeding is slechts een voorschot. In een bodemprocedure zal definitief worden uitgemaakt hoe hoog de schadevergoeding zal worden en of de dader zal worden opgedragen de foto’s professioneel te laten verwijderen. De dader moet het voorschot, in afwachting van de bodemprocedure, wel betalen.

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik