Wie een misdrijf pleegt loopt tegenwoordig een groot risico gefilmd te worden. Overal hangen camera’s en alles wordt met een smartphone vastgelegd. Die beelden mogen echter niet zomaar op internet gezet worden.  Een nieuw wetsvoorstel moet dit mogelijk maken.

Volgens het huidige recht is het voor burgers verboden strafrechtelijke videobeelden te publiceren op internet. Dit is onder meer in strijd met art. 22 Wbp en het portretrecht. In plaats daarvan kunnen de beelden aan de politie worden overgedragen in de hoop dat er wat mee gedaan wordt. Met name bij lichtere vergrijpen als winkeldiefstal kan die hoop nog wel eens ijdel blijken.

Het internet is een krachtig wapen om misdadigers op te sporen. De Eindhovens kopschoppers werden binnen enkele uren na publicatie van beeldmateriaal opgespoord. De beelden werden door duizenden rechercheurs bekeken en een daarvan wist de daders te identificeren. Het OM publiceert echter alleen beelden van zware misdrijven. Beelden van relatief lichte vergrijpen als fietsendiefstal en inbraak worden niet vrijgegeven. Dit is nogal frustrerend voor de winkelier die de zoveelste betrapt tijdens het proletarisch winkelen.  Wanneer het wetsvoorstel ingevoerd wordt kan de winkelier eenvoudig de beelden op het internet zetten en wachten tot iemand de dader herkent.

Het wetsvoorstel is ingediend op verzoek van een meerderheid van de tweede kamer en bevindt zich momenteel in de internetconsultatiefase. De Raad van State is al gehoord dus er is een grote kans dat dit wetsvoorstel uiteindelijk wet wordt.

Het wetsvoorstel.

Een filmpje van een diefstal is een strafrechtelijk persoonsgegeven, het bevat informatie met betrekking tot een natuurlijk persoon (de dader). Krachtens artikel 22 Wbp is het verboden strafrechtelijke persoonsgegevens te verwerken. Met andere woorden, het filmpje mag niet gepubliceerd worden zolang de dader herkenbaar is. Het wetsvoorstel vormt een uitzondering op dat artikel en houdt in dat de films wel gepubliceerd mogen worden onder de volgende voorwaarden:

1. De dader is niet geïdentificeerd.

Het doel van de publicatie is de dief opsporen. Daarom mogen alleen beelden worden gepubliceerd van daders die nog niet bekend zijn en waarvan de identiteit nog niet bij de politie bekend is. Zodra de dader bekend is moet de publicist de beelden verwijderen, dan is het doel van de publicatie immers bereikt.

2. Alleen beelden van diefstal of vernieling.

Alleen beelden van diefstal of vernieling mogen worden gepubliceerd. Bovendien mag geen geweld gebruikt worden. Zwaardere misdrijven als mishandeling en seksueel geweld zouden immers teveel maatschappelijke onrust veroorzaken, waardoor digitale lynchpartijen kunnen ontstaan.

3. Er moet onmiskenbaar sprake zijn van een strafbaar feit.

Uit de gepubliceerde beelden moet voor een derde  duidelijk blijken dat sprake is van een strafbaar feit. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer op beeld staat dat iemand inbreekt en met een tv onder zijn arm wegloopt. Andere situatie zijn voor meerdere uitleg vatbaar. Bijvoorbeeld wanneer iemand de winkel verlaat terwijl hij iets onder zijn jas heeft maar de diefstal zelf niet op beeld staat. Of wanneer iemand benzine tankt, gefilmd wordt dat hij de winkel binnenloopt zonder te betalen, de winkel verlaat en vervolgens gefilmd wordt dat hij weer wegrijdt. Bij onduidelijkheid mag niet gepubliceerd worden. Stilstaande beelden zullen om die reden vaak niet gepubliceerd kunnen worden. Wel kunnen screenshots (van iemands gezicht) in combinatie met bewegende beelden gepubliceerd worden.

Dit is de verantwoordelijkheid van de publicist. Wanneer later blijkt dat de persoon toch geen strafbare feiten heeft gepleegd kan de publicist aansprakelijk worden gesteld.

4. Andere personen mogen niet herkenbaar zijn.

Alle omstanders, ook de slachtoffers, moeten onherkenbaar zijn op de beelden. Dit om te voorkomen dat verwarring ontstaat maar ook om de omstanders te beschermen.

5. Eerst aangifte doen.

Voor de beelden gepubliceerd worden moet aangifte worden gedaan en moeten de beelden ter beschikking van de politie worden gesteld. Deze voorwaarde dient enerzijds als drempel om te voorkomen dat beelden al te gemakkelijk worden gepubliceerd. Daarnaast kan het niet zo zijn dat de beelden wel aan internetgebruikers worden vrijgegeven maar niet aan de politie.

Publiceren op eigen risico.

Het publiceren van camerabeelden is op eigen risico. De wetswijziging vormt een uitzondering op het algemene verbod om strafrechtelijke beelden te publiceren. Uitzonderingen worden in ons rechtstelsel terughoudend toegepast. Bij twijfel trekt de publicist dus aan het kortste eind. Vooral de vraag of de beelden duidelijk strafbare feiten laten zien zal in de praktijk nogal wat discussie opleveren.

Bovendien is de publicist verplicht de beelden te verwijderen zodra de dader bekend is. In de praktijk is verwijderen op internet niet altijd even gemakkelijk. Daarom is er geen absolute plicht om te verwijderen, de publicist moet al hetgeen doen dat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden om de beelden te verwijderen. Het lijkt erop dat op de publicist wel een plicht rust de beelden zodanig te plaatsen dat deze later verwijderd kunnen worden. Dit volgt onder meer uit de memorie van toelichting maar ook uit de algemene plicht om beelden niet verder te verwerken dan noodzakelijk. Zomaar klakkeloos beelden op internet plaatsen is dus niet verstandig.

Privacy van de dader?

Hoe zit het nu met de privacy van de dader? Eenmaal op internet blijft op het internet en dergelijke filmpjes kunnen een dader nog jarenlang achtervolgen. De minister zelf noemt dat “betreurenswaardig” maar een logisch gevolg van het plegen van misdaden.

De dader kan zich niet meer beroepen op de Wet bescherming persoonsgegevens of het portretrecht. De wet laat immers duidelijk de bedoeling van de wetgever zien, een rechter zal meestal geneigd zijn deze te volgen. Ook een algemeen beroep op het recht op Privacy als bedoeld in artikel 8 EVRM lijkt gedoemd te mislukken. Artikel 8 EVRM beschermt namelijk niet tegen een inbreuk op de privacy die een logisch gevolg is van iemands handelen. Zoals de minister al betoogt kan een misdadiger verwachten gefilmd te worden. Wanneer het voorstel wet wordt kan de crimineel ook verwachten dat beeldmateriaal gepubliceerd wordt. Eigen schuld dikke bult.

Voor de berouwvolle dader rest dus maar een mogelijkheid, zichzelf bekendmaken, waarna de beelden verwijderd moeten worden.

Vragen, of casus voorleggen?

Heeft U een vraag over dit artikel? Neem gerust even contact op via het onderstaande formulier.

Daarnaast kunt U kort Uw casus voorleggen. Lexxit geeft in dat geval vrijblijvend advies. Wij helpen U graag.

Uw naam *

Uw e-mailadres *

Uw bericht *

CAPTCHA code:
captcha
Voer aub de CAPTCHA code hieronder in en druk op “Verzenden”

Ga akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en privacy statement.

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik