EHRM: Journalist moet zich ook aan de wet houden.

“veroordeling journalist voor openbaren strafdossier terecht”.

Journalisten vervullen in onze samenleving een maatschappelijke rol als “waakhond van de samenleving”. Hun vrijheid van meningsuiting is vanwege die belangrijke positie ruimer dan die van een normaal persoon. Vorige week nuanceerde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat recht in een uitspraak over Arnaud Bédat, een Zwitserse journalist.

De journalist vond via via gegevens uit een belangrijk lopend strafdossier en schreef daar een artikel over. Onder meer verslagen van het verhoor van de verdachte, zijn vriendin en dochter kwamen op straat te liggen. Dit, samen met gevoelige details over het privéleven van de verdachte. Het lekken van geheime overheidsdocumenten is in Zwitserland strafbaar. De journalist is veroordeeld tot een boete van ongeveer € 2500,-.

In dit artikel eerst een korte uitleg over de wijze waarop dit arrest de persvrijheid in belangrijke mate beperkt. Vervolgens wordt toegelicht waarom dit arrest de overheid niet alleen een krachtig argument geeft om op te treden tegen “onverantwoordelijke journalisten” maar zelfs een plicht oplegt dat te doen.

Persvrijheid en de kwestie Bédat vs. Switserland.

Zoals gezegd krijgen journalisten aanzienlijke bescherming vanuit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Zij mogen niet zomaar vervolgd of aansprakelijk gehouden worden voor de artikelen die zij schrijven. Gebeurt dat wel dan kan daar een “chilling effect” vanuit gaan. Andere journalisten zullen dan in de toekomst voorzichtiger zijn met het onthullen van misstanden. Mogelijk kunnen zij zelfs onder druk gezet worden door machtige partijen die een en ander onder de pet proberen te houden. Wanneer dat gebeurt kunnen de journalisten hun werk niet meer goed doen, reden waarom zij meer vrijheid van meningsuiting hebben. Het is dus niet zo vreemd dat Bédat zich beklaagde bij het EHRM over de boete.

Het EHRM verwijst uitdrukkelijk naar het begrip “responsible journalism”. Hij wijst erop dat journalisten weliswaar meer bescherming genieten, maar dat zij hun voorrechten op een verantwoorde manier moeten uitoefenen. Dat betekent dat zij zich in beginsel aan de wet moeten houden en te goeder trouw moeten handelen, voordat zij zich kunnen beroepen op hun voorkeurspositie.

“Het EHRM verwijst uitdrukkelijk naar het begrip “responsible journalism””

Dat Bédat’s vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt staat niet ter discussie. De Zwitserse overheid is echter van mening dat deze beperking toelaatbaar was omdat deze voorgeschreven was bij wet en noodzakelijk is om de verdachte een eerlijk proces te gunnen en de privacy van verdachte te beschermen.

Het beroep op een eerlijk proces (art. 6 EVRM) is opmerkelijk. Meestal worden beperkingen van de vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd met een beroep op de privacy (art. 8 EVRM). De Zwitserse regering betoogt echter dat Bédat een zodanig stemmingsmakend artikel heeft geschreven dat hierdoor mogelijk de rechtspraak door beïnvloed kan worden. Een trial by media dus.

Volgens het EHRM heeft iedere verdachte recht op een eerlijk proces. Openbaarmaking van het strafdossier kan ertoe leiden dat een verdachte al bij voorbaat de schijn tegen heeft. Dat kan ertoe leiden dat de presumption of innocence komt te vervallen. Het EHRM is van mening dat zelfs het risico hiervan voldoende is om de journalist te beperken. De overheid hoeft dus niet te bewijzen dat de rechters daadwerkelijk zijn beïnvloed.

De gevolgen in Nederland

Een tijdje geleden speelde in Nederland een vergelijkbare kwestie. De journalist Sebastiaan Beens werd door de staat gedaagd omdat hij hyperlinkte naar geheime stukken uit het dossier Holleeder. De rechter was van mening dat Beens onrechtmatig handelde en beval hem de hyperlinks te verwijderen, op straffe van een dwangsom. Beens geeft aan daartegen in hoger beroep te willen gaan.

Het proces tegen Sebastiaan Beens was civielrechtelijk. In Nederland is het lekken van geheime overheidsdocumenten namelijk niet strafbaar, in tegenstelling tot Zwitserland. Wel kan het lekken van gegevens onrechtmatig zijn op grond van het civiele recht.

Een rechter zal nu, na het arrest Bédat, waarschijnlijk eerder oordelen dat er sprake is van onrechtmatig handelen. Immers, niet alleen moet rekening gehouden worden met de privacy van het slachtoffer, maar ook met het recht op een eerlijk proces. Niet zo gunstig voor de heer Beens. Meer algemeen heeft de uitspraak als gevolg dat journalisten voorzichtiger moeten zijn in het publiceren van gegevens over lopende (straf-)zaken. Zij zullen zich in ieder geval meer bewust moeten worden van de gevolgen van hun artikelen. Niet voor niets onderstreept het Hof het belang van “responsible journalism”.

Mogelijk zelfs dat op de Nederlandse regering de plicht rust om journalisten die over de schreef gaan actief aan te pakken, al dan niet civielrechtelijk. Het EVRM benadrukt namelijk dat de media een eerlijk proces kunnen beïnvloeden en dat de verdachte daartegen beschermd dient te worden. De verdachte bevindt zich volgens het EVRM niet altijd in de positie om zichzelf te beschermen. Aangezien de overheid niet kan toelaten dat het EVRM geschonden wordt zal zij dus actief moeten beschermen.

Ook het publiceren van camerabeelden, zoals bij de Eindhovense kopschoppers, is minder goed mogelijk wanneer daardoor het recht op een eerlijk proces wordt geschonden.

Update 21 september 2016: De Nederlandse Staat heeft de heer Beens opnieuw gedagvaard om het verbod te verlengen. De heer Beens is in hoger beroep gegaan van het eerste vonnis.  

Afsluitend.

Het arrest heeft nu al op enige kritiek mogen rekenen. Volgens kenners zou de persvrijheid op onaanvaardbare wijze worden beperkt. Het EHRM lijkt echter vastbesloten, de uitspraak werd in de grote kamer met 15 stemmen voor en twee tegen aangenomen. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat hij snel van dit standpunt zal afwijken.

De journalist zal beter op zijn tellen moeten gaan passen. Uitgangspunt is dat hij zich aan de wet houdt. Overtreding is alleen toelaatbaar wanneer dat noodzakelijk is. Dat heeft ook gevolgen voor bijvoorbeeld de onthulling door Greenpeace van TTIP-documenten.

Nu moet daarbij vermeld worden dat de kwestie Bédat een vrij ernstig geval was. Baanbrekende jurisprudentie wordt namelijk altijd gevormd door ernstige gevallen.  De verdachte was van buitenlandse afkomst en had maar liefst drie mensen doodgereden. Het spreekt voor zich dat dit enige commotie veroorzaakte. Het artikel van Bédat omvatte echter vrijwel uitsluitend privé-informatie die niet echt relevant was voor de publieke beeldvorming over het proces. Bovendien schreef Bédat op een bijzonder stigmatiserende wijze. Dat de boete volgens het EHRM terecht was is dan ook niet zo vreemd. Het kan namelijk niet de bedoeling zijn dat een journalist iedere verantwoordelijkheid kan ontlopen met een beroep op vrijheid van meningsuiting.

Update 11-05-2016: korte inleiding toegevoegd + tekstuele verbeteringen.

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik